Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-02
ECLI:NL:RBMNE:2025:1567
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,732 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/588740 / FV RK 25-391
Datum uitspraak: 2 april 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. I.L. Ortelee.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De officier van justitie heeft op 8 mei 2024 een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
1.2.
De rechtbank heeft dit verzoek op 23 mei 2024 behandeld en het verzoek toegewezen tot en met 23 juni. De rechtbank heeft de beslissing op het overige deel van het verzoek aangehouden. Betrokkene was niet bij de zitting verschenen en de rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of betrokkene wist van de zitting.
1.3.
De rechtbank heeft op 17 juni 2024 de mondelinge behandeling hervat en het verzoek toegewezen tot en met 28 juni 2024. De rechtbank heeft wederom de beslissing op het overige deel van het verzoek aangehouden, nu in afwachting van een geactualiseerde medische verklaring.
1.4.
Op 27 juni 2024 heeft de rechtbank de mondelinge behandeling hervat en het resterende deel van het verzoek toegewezen. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend tot en met 23 november 2024 en de verzochte vormen van verplichte zorg toegewezen.
1.5.
Betrokkene heeft cassatie ingesteld tegen de beschikkingen van 17 juni 2024 en 27 juni 2024. De Hoge Raad heeft bij beschikking van 7 februari 2025 de beschikking van 17 juni 2024 vernietigd. Het cassatieberoep tegen de beschikking van 27 juni 2024 heeft de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad heeft het geding teruggewezen naar deze rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
1.6.
De mondelinge behandeling na terugwijzing heeft plaatsgevonden op 5 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
de advocaat van betrokkene;
[A] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
[B] , psychiater;
[C] , geneesheer-directeur.
2Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.
Beoordeling
Het toetsingskader
3.1.
De rechtbank moet na cassatie en verwijzing opnieuw beslissen op het verzoek van de officier van justitie.
3.2.
De Hoge Raad heeft de beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2024 vernietigd, waarin de zorgmachtiging is verleend tot en met 28 juni 2024. Ten tijde van de
Beoordeling
3.3.
De medische verklaring bij het verzoekschrift dateert van 30 april 2024. Betrokkene was op dat moment opgenomen bij [instelling] . Op 4 juni 2024 is betrokkene met ontslag gegaan. Op de zitting van 17 juni 2024 ontbreekt een medische verklaring van een onafhankelijk psychiater over de actuele toestand van betrokkene. De rechtbank heeft destijds geoordeeld dat kennelijk de toestand van betrokkene veranderd was ten opzichte van de toestand op 30 april 2024. Betrokkene was immers op dat moment weer thuis. Als een medische verklaring over de actuele toestand van betrokkene ontbreekt, kan geen machtiging worden verleend, ook niet voor een korte periode als een ‘overbruggingsmachtiging’. Bij die stand van zaken moet het verzoek worden afgewezen.
3.4.
De rechtbank stelt verder vast dat betrokkene niet op de zitting van 17 juni 2024 én de zitting van 5 maart 2025 is verschenen. Uit de omstandigheden kan niet worden afgeleid dat betrokkene heeft afgezien van het recht gehoord te worden. Omdat de rechtbank het verzoek (nu) zal afwijzen, gaat de rechtbank ervan uit dat betrokkene door niet te verschijnen niet in zijn belangen in geschaad. Hij wilde immers geen zorgmachtiging, zo heeft de advocaat op de zitting aangevoerd.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Minkjan als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/588740 / FV RK 25-391
Datum uitspraak: 2 april 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. I.L. Ortelee.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De officier van justitie heeft op 8 mei 2024 een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
1.2.
De rechtbank heeft dit verzoek op 23 mei 2024 behandeld en het verzoek toegewezen tot en met 23 juni. De rechtbank heeft de beslissing op het overige deel van het verzoek aangehouden. Betrokkene was niet bij de zitting verschenen en de rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of betrokkene wist van de zitting.
1.3.
De rechtbank heeft op 17 juni 2024 de mondelinge behandeling hervat en het verzoek toegewezen tot en met 28 juni 2024. De rechtbank heeft wederom de beslissing op het overige deel van het verzoek aangehouden, nu in afwachting van een geactualiseerde medische verklaring.
1.4.
Op 27 juni 2024 heeft de rechtbank de mondelinge behandeling hervat en het resterende deel van het verzoek toegewezen. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend tot en met 23 november 2024 en de verzochte vormen van verplichte zorg toegewezen.
1.5.
Betrokkene heeft cassatie ingesteld tegen de beschikkingen van 17 juni 2024 en 27 juni 2024. De Hoge Raad heeft bij beschikking van 7 februari 2025 de beschikking van 17 juni 2024 vernietigd. Het cassatieberoep tegen de beschikking van 27 juni 2024 heeft de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad heeft het geding teruggewezen naar deze rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
1.6.
De mondelinge behandeling na terugwijzing heeft plaatsgevonden op 5 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
de advocaat van betrokkene;
[A] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
[B] , psychiater;
[C] , geneesheer-directeur.
2Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.
Beoordeling
Het toetsingskader
3.1.
De rechtbank moet na cassatie en verwijzing opnieuw beslissen op het verzoek van de officier van justitie.
3.2.
De Hoge Raad heeft de beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2024 vernietigd, waarin de zorgmachtiging is verleend tot en met 28 juni 2024. Ten tijde van de
Beoordeling
3.3.
De medische verklaring bij het verzoekschrift dateert van 30 april 2024. Betrokkene was op dat moment opgenomen bij [instelling] . Op 4 juni 2024 is betrokkene met ontslag gegaan. Op de zitting van 17 juni 2024 ontbreekt een medische verklaring van een onafhankelijk psychiater over de actuele toestand van betrokkene. De rechtbank heeft destijds geoordeeld dat kennelijk de toestand van betrokkene veranderd was ten opzichte van de toestand op 30 april 2024. Betrokkene was immers op dat moment weer thuis. Als een medische verklaring over de actuele toestand van betrokkene ontbreekt, kan geen machtiging worden verleend, ook niet voor een korte periode als een ‘overbruggingsmachtiging’. Bij die stand van zaken moet het verzoek worden afgewezen.
3.4.
De rechtbank stelt verder vast dat betrokkene niet op de zitting van 17 juni 2024 én de zitting van 5 maart 2025 is verschenen. Uit de omstandigheden kan niet worden afgeleid dat betrokkene heeft afgezien van het recht gehoord te worden. Omdat de rechtbank het verzoek (nu) zal afwijzen, gaat de rechtbank ervan uit dat betrokkene door niet te verschijnen niet in zijn belangen in geschaad. Hij wilde immers geen zorgmachtiging, zo heeft de advocaat op de zitting aangevoerd.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Minkjan als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.