Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-01
ECLI:NL:RBMNE:2025:1430
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,336 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5876
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 in de zaak tussen
1. [eiser sub 1], 2. [eiser sub 2], allebei uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: mr. E. Erkamp),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort, verweerder
(gemachtigde: Y.A. Martina).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde belanghebbende]
, gevestigd in [plaats] .
Partijen worden hierna aangeduid als: eisers, het college en de tennisvereniging.
Samenvatting
1.1.
Aan de [adres 1] in [plaats] ligt het tennispark van de tennisvereniging. Op het tennispark liggen acht gravelbanen. De tennisvereniging is verplicht om voor het tennispark een milieumelding te doen. In dat kader is akoestisch onderzoek gedaan. De uitkomsten van dit onderzoek staan in het akoestisch rapport opgesteld door [bedrijf] van 22 december 2023 (het rapport). Uit het rapport blijkt dat de geluidsniveaus van het tennispark bij de woningen [adressen] niet voldoen aan de standaardwaarden uit het voor 1 januari 2024 geldende Activiteitenbesluit Milieubeheer (het Activiteitenbesluit) en het vanaf 1 januari 2024 geldende Omgevingsplan gemeente Montfoort (het omgevingsplan). Alleen door het plaatsen van een geluidsscherm met een hoogte van circa 3,5 meter zou de geluidsbelasting voor deze woningen gereduceerd kunnen worden tot de geldende geluidsnorm. Dit wordt door [bedrijf] onwenselijk geacht. Daarom wordt in het rapport voorgesteld om aan de tennisvereniging een maatwerkvoorschrift op te leggen, zodat de hogere geluidsniveaus worden gelegaliseerd. Het rapport is beoordeeld door de Omgevingsdienst regio Utrecht (de OdrU). De OdrU is het eens met de uitkomsten van het rapport. Daarop heeft het college een maatwerkvoorschrift gesteld en dat vastgelegd in een besluit van 3 april 2024. Met het besluit op het bezwaar van eisers is het college bij het maatwerkvoorschrift gebleven (het bestreden besluit).
1.2.
Deze uitspraak gaat over het maatwerkvoorschrift waarmee voor de woningen aan de [adressen] het langtijdgemiddeld geluidsniveau met 1 tot 2 dB(A) in de dag- en avondperiode wordt verruimd.
1.3.
Eisers wonen aan de [adres 2] en zijn het niet eens met het maatwerkvoorschrift. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank in deze uitspraak het maatwerkvoorschrift.
1.4.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden van eisers geen aanleiding geven om het maatwerkvoorschrift te vernietigen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en hebben de beroepsgronden op 11 oktober 2024 aangevuld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3. De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2025 gelijktijdig, maar niet gevoegd, met de zaak met het zaaknummer UTR 24/5793 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van het college, vergezeld door [A] (geluidsspecialist bij ODrU) en [B] (projectleider bij de gemeente Montfoort). Namens de tennisverenging zijn verschenen [C] (voorzitter) en [D] (penningmeester).
Beoordeling
Wat beoordeelt de rechtbank?
4. De rechtbank toetst het besluit van een bestuursorgaan. In deze zaak moet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eisers beoordelen of het door het college gestelde maatwerkvoorschrift in stand kan blijven. De rechtbank stelt voorop dat er niets aan de feitelijke situatie verandert, maar dat het college met het maatwerkvoorschrift de reeds bestaande situatie op het tennispark heeft willen vastleggen.
5. Naar aanleiding van wat de rechtbank met partijen op de zitting heeft besproken, kan de rechtbank zich niet aan de indruk onttrekken dat het echte geschil tussen partijen niet zo zeer ziet op de bestaande situatie, maar op de toekomstige situatie op het tennispark. De tennisvereniging heeft het voornemen om padelbanen op het tennispark aan te leggen. Inmiddels heeft het college hiervoor ook een omgevingsvergunning verleend. Eisers ervaren al geluidsoverlast van het tennispark met alleen tennisbanen en vrezen dat deze overlast met de aanleg van padelbanen verder zal toenemen. Maar daarover kan de rechtbank in deze procedure die gaat over het maatwerkvoorschrift voor het balgeluid van de bestaande graveltennisbanen geen oordeel geven.
6. De rechtbank zal in deze uitspraak daarom alleen de beroepsgronden die zien op het maatwerkvoorschrift beoordelen.
Bevat het akoestisch rapport onjuistheden?
7. Eisers voeren aan dat het rapport dat het college aan het maatwerkvoorschrift ten grondslag heeft gelegd onjuistheden bevat. Deze onjuistheden maken volgens eisers dat het college het rapport niet aan het maatwerkvoorschrift ten grondslag had mogen leggen en de rechtbank het maatwerkvoorschrift daarom zou moeten vernietigen.
De representatieve bedrijfssituatie
8. Eisers voeren aan dat in het rapport voor de representatieve bedrijfssituatie ten onrechte wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van 80% en gebruikstijden tot 23.00 uur. Volgens eisers zou worst-case moeten worden uitgegaan van een bezettingsgraad van 100%. En volgens eisers wordt op vrijdagavond tot 0.00/0.30 uur met de lichten aan doorgespeeld.
9. De rechtbank overweegt dat het maatwerkvoorschrift voor de geluidsnormen alleen afwijkt voor de dag- en avondperiode. Dit betekent dat de tennisvereniging voor de nachtperiode vanaf 23.00 uur de geluidsnormen in acht zal moeten nemen die op grond van het omgevingsplan gelden. Deze normen liggen lager dan de normen die gelden voor de dag- en avondperiode. Als de geluidsnormen voor de nachtperiode door de tennisvereniging worden overschreden dan is dat een handhavingskwestie. Dat doet niets af aan de rechtmatigheid van het maatwerkvoorschrift.
10. Op de zitting hebben eisers toegelicht dat hun stelling dat in de praktijk sprake is van een hogere bezettingsgraad dan 80% is gebaseerd op hun eigen waarneming. Door het college is in het verweerschrift en op de zitting toegelicht dat een bezettingsgraad van meer dan de 80% waarvan in het rapport wordt uitgegaan buitengewoon onrealistisch en niet representatief is voor de feitelijke situatie. Zelfs als alle banen op een bepaald moment bezet zijn, zal niet op alle banen tegelijk sprake zijn van een continu tennisspel. Tijdens het spel zullen op alle banen op zijn tijd ballen worden gemist, die vervolgens moeten worden opgeraapt. Ook zullen spelers rustmomenten nemen tijdens het spel en moeten spelers wisselen. Uit de informatie die door de tennisvereniging is overgelegd volgt volgens het college dat het gebruik van het tennispark meestal significant lager is, namelijk slechts 15 tot 25%. Maar omdat de bezettingsgraad meer dan twaalf keer per jaar 80% kan zijn heeft [bedrijf] volgens het college terecht bepaald dat dit de representatieve bedrijfsvoering is.
11. De rechtbank kan de toelichting van het college volgen. Wat eisers aanvoeren geeft haar onvoldoende aanknopingspunten om voor wat betreft de bezettingsraad te twijfelen aan de juistheid van de in het rapport omschreven representatieve bedrijfssituatie. Eisers hebben hun standpunten ook niet onderbouwd.
12. Verder voeren eisers aan dat in het rapport ten onrechte wordt gesteld dat er minder dan 12 dagen per jaar publiek aanwezig is op het tennispark. Zij wijzen daarbij op het evenement ‘ [naam] ’ dat alleen al 8 dagen duurt. Daarnaast zijn er volgens eisers andere toernooien en de competitie.
13. Op de zitting heeft de tennisvereniging toegelicht dat ‘ [naam] ’ negen dagen duurt. Op alle dagen wordt dan overdag gespeeld en op vijf dagen ook ’s avonds. Dit toernooi trekt veel bezoek en spelers van buiten. Daarnaast vinden er in het voor- en najaar competities plaats. Hier komt niet of nauwelijks publiek op af.
14. Wat eisers aanvoeren maakt niet dat de rechtbank twijfelt aan de toelichting van de tennisvereniging op de zitting en aan de juistheid van de beschrijving van de representatieve bedrijfsvoering in het rapport. Door eisers is niet aannemelijk gemaakt dat er meer dan twaalf dagen per jaar publiek aanwezig is op het tennispark.
15. Eisers voeren over de representatieve bedrijfssituatie ook aan dat een aantal van tien auto’s op een drukke dag, zoals staat vermeld in het rapport, verre van representatief is.
16. Op de zitting is met partijen besproken dat ‘ [naam] ’ een verkeersaantrekkende werking heeft en er dan veel auto’s in de buurt staan geparkeerd. Maar door eisers is niet aannemelijk gemaakt dat buiten dit evenement het tennispark door meer dan tien auto’s wordt bezocht. Door het college is op de zitting toegelicht dat het daarbij ook nog eens gaat om parkeren op de openbare weg. Hiermee hoeft bij het bepalen van de representatieve bedrijfssituatie op het tennispark geen rekening te worden gehouden.
17. Ten slotte voeren eisers over de representatieve bedrijfssituatie aan dat in het rapport ten onrechte geen rekening is gehouden met de geluidsuitstraling van het clubhuis.
18. Eisers erkennen dat stemgeluid vanaf het terras en de tennisbanen bij het akoestisch onderzoek buiten beschouwing gelaten moet worden. Maar volgens eisers had in het rapport wel de muziek en het stemgeluid vanuit het clubhuis als geluidsbron moeten worden meegenomen. Eisers wijzen daarbij op een feest dat onlangs in het clubhuis heeft plaatsgevonden waar om 3.30 uur de politie aan te pas moest komen.
19. De rechtbank is met het college van oordeel dat (nachtelijke) feesten met muziek in het clubhuis en openstaande deuren niet zijn toegestaan, omdat daarmee de geldende geluidsnormen worden overschreden. Deze activiteiten behoren dus niet bij de representatieve bedrijfssituatie en zijn daarom terecht niet meegenomen in het onderzoek. Als deze activiteiten wel in het clubhuis plaatsvinden – zoals het feest waar eisers naar verwijzen – zonder dat een kennisgeving incidentele festiviteiten is gedaan, is dit een kwestie waartegen het college handhavend kan optreden.
De Handreiking Padel en Geluid
20. Op de zitting hebben eisers toegelicht dat zij kennis hebben genomen van de toelichting van het college in het verweerschrift over deze handreiking. Zij gaven aan dat zij op een later moment wellicht nog een deskundige zullen benaderen met de vraag of de handreiking door [bedrijf] juist is toegepast. Eisers konden dat op de zitting niet onderschrijven of weerspreken.
21. De rechtbank beperkt zich daarom tot het oordeel dat deze handreiking – in tegenstelling tot wat eisers in hun beroepsgronden aanvoeren – ook ziet op het geluid van tennis. Wat eisers aanvoeren geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het hanteren van een bronvermogen van 85 dB(A) bij tennisgeluid onjuist zou zijn.
Tussenconclusie
22. De conclusie van het voorgaande is dat de beroepsgronden van eisers de rechtbank geen aanknopingspunten geven voor het oordeel dat het rapport onjuistheden bevat.
Conclusie
28. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het maatwerkvoorschrift in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikelen 22.197 en 22.238 van het Omgevingsplan gemeente Montfoort (het omgevingsplan).
Dit volgt uit artikel 22.70, eerste lid, van het omgevingsplan.
ECLI:RVS:2010:BO7331.