Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-31
ECLI:NL:RBMNE:2025:1415
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
758 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/3366
1a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 14 november 2023 om informatie openbaar te maken (Woo-verzoek).
Op 11 juni 2024, verzonden op 13 juni 2024, heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het verzoek van eiser.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels met het besluit van 11 juni 2024 alsnog heeft beslist op het Woo-verzoek van eiser. Dit betekent dat het procesbelang van eiser bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is komen te vervallen. De rechtbank heeft eiseres op 14 augustus 2024 een aangetekende brief gestuurd met het verzoek om te laten weten of zij het eens is met het genomen besluit. Eiseres heeft hierop niet gereageerd.
4. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaren.
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van 187,- moet vergoeden.
6. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
31 maart 2025.
de griffier is verhinderd de uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.