Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-07
ECLI:NL:RBMNE:2025:1368
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,254 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/588191 / FZ RK 25-85
Datum uitspraak: 7 maart 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1951 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend bij GGZ Centraal, locatie [locatie] te [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. A.J. van der Velden.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Bij beschikking van 14 februari 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek aangehouden voor de duur van een maand in afwachting van een aanvullende medische verklaring over de wilsbekwaamheid van betrokkene.
1.2.
Nadien heeft de rechtbank de aanvullende medische verklaring van 3 maart 2025 ontvangen.
1.3.
De verdere mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. E.J.H. van Lith;
- [A] , psychiater;
- de zus van betrokkene en de echtgenoot van de zus.
Beoordeling
2.1.
De advocaat van betrokkene heeft ter zitting verzocht om afwijzing van het verzoek, nu uit de aanvullende medische verklaring blijkt dat betrokkene wilsbekwaam is ten aanzien van de medicatie. Wat betreft de overige zorg geeft betrokkene aan dat zij bereid is om vrijwillig mee te werken, omdat zij inziet dat het niet goed met haar ging. Verder is er momenteel geen acuut levensgevaar meer en is het netwerk nu meer betrokken.
2.2.
De psychiater is het niet eens met de conclusie van de aanvullende medische verklaring en is van mening dat de zorgmachtiging alsnog moet worden toegewezen. Het psychotisch beeld van betrokkene is nog duidelijk aanwezig. Het doel is om betrokkene ambulant te behandelen, waarbij medicatie essentieel is om de stabiliteit van betrokkene te waarborgen. Mocht betrokkene ontregelen, dan kan ook een opname noodzakelijk zijn. De psychiater heeft tevens gesteld dat zonder zorgmachtiging het risico op ontregeling significant toeneemt, aangezien betrokkene heeft aangegeven geen medicatie te zullen innemen wanneer zij naar huis gaat. Betrokkene heeft in het verleden ook zorg geweigerd.
2.3.
De rechtbank oordeelt als volgt. Artikel 2:1, lid 6, van de Wvggz bepaalt dat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:
de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of
acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de aanvullende medische verklaring blijkt dat betrokkene in ieder geval ten aanzien van het toedienen van medicatie wilsbekwaam is. Verder is betrokkene, op het toedienen van medicatie na, bereid om vrijwillig mee te werken aan ambulante zorgen en is tijdens de zitting gebleken dat een opname op dit moment niet langer nodig is. Aangezien er ook geen sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, dan wel een aanzienlijk risico voor een ander op ernstig nadeel, is de rechtbank van oordeel dat het verzet van betrokkene gehonoreerd moet worden. De rechtbank wijst de gevraagde machtiging daarom af.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2025 door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op 7 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.