Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-18
ECLI:NL:RBMNE:2024:7752
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,563 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/572554 / HA ZA 24-157
Vonnis van 18 december 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. J.N. Heeringa,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ,
advocaat: mr. S.H.N. de Wijs.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 7 producties; - de conclusie van antwoord met 12 producties;
- de volledige productie 7 en productie 8 van [eiseres] ;
- de akte overleggen producties 13 tot en met 15 van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ;
- de mondelinge behandeling van 18 oktober 2024;
- de spreekaantekeningen van [eiseres] en van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De achtergrond van de zaak
2.1.
[eiseres] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn buren. Zij wonen beide in een vrijstaande woning aan de [straat] in [plaats] . De tuinen van [eiseres] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] grenzen aan elkaar. Er is in 2020 onenigheid tussen de buren ontstaan toen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een gebouw (hierna: het Gebouw) plaatsten in hun tuin, aan de achterkant van de woning van [eiseres] . De kern van het geschil tussen de buren is kort gezegd de vraag of het Gebouw moet worden afgebroken, dan wel moet worden aangepast. De rechtbank is van oordeel dat dit niet hoeft en dat de meeste vorderingen van [eiseres] afgewezen moeten worden. De dakgoot moet wel aangepast worden door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Hierna wordt uitgelegd waarom.
Beoordeling
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoeven het Gebouw niet af te breken of te verlagen
3.1.
[eiseres] vordert primair dat het Gebouw wordt afgebroken dan wel wordt verlaagd. Ze stelt namelijk dat er sprake is van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW. In dat artikel staat het volgende:
“De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.”
3.2.
Volgens [eiseres] is er sprake van onrechtmatige hinder, omdat het Gebouw zonlicht ontneemt. Dat er sprake is van hinder door het Gebouw, kan worden aangenomen. Want het staat vast dat het Gebouw is verhoogd ten opzichte van de schuur die eerst op die plek stond, en dat er een ander dak is gekomen. Maar die hinder moet ook onrechtmatig zijn. Bij de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder moet volgens vaste jurisprudentie gekeken worden naar:
- De aard, ernst en duur van de hinder;
- De daardoor veroorzaakte schade;
- De verdere (specifieke) omstandigheden van het geval;
- Ook de noodzaak van de hinder toebrengende handeling speelt een rol.
3.3.
Wat de aard en de ernst van de hinder is, heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd. [eiseres] heeft geen bezonningsrapportage op laten maken. Daaruit had kunnen blijken hoeveel zonlicht wordt weggenomen door het verhoogde Gebouw. Ter zitting heeft de advocaat van [eiseres] toegelicht dat [eiseres] geen rapportage heeft laten opmaken omdat er geen nulmeting is gedaan. Maar ook zonder nulmeting had een bezonningsrapportage opgemaakt kunnen worden. Dat heeft zij niet gedaan. De foto’s die [eiseres] heeft overgelegd zijn onvoldoende om te kunnen concluderen hoeveel zonlicht er door het Gebouw wordt wegenomen. Er zijn namelijk geen foto’s van hoeveel zonlicht er voor de plaatsing van het Gebouw viel in de tuin van [eiseres] . De rechtbank kan nu dus niet vaststellen of het Gebouw zonlicht wegneemt. En dus of de hinder onrechtmatig is. Op grond van artikel 5:37 BW kan de rechtbank de vordering tot het afbreken / verlagen van het Gebouw niet toewijzen.
3.4.
[eiseres] heeft haar vordering ook nog gebaseerd op artikel 5:49 BW. In lid 1 van dat artikel is het volgende bepaald:
“
Scheidsmuur
1. Ieder der eigenaars van aangrenzende erven in een aaneengebouwd gedeelte van een gemeente kan te allen tijde vorderen dat de andere eigenaar ertoe meewerkt, dat op de grens van de erven een scheidsmuur van twee meter hoogte wordt opgericht, voor zover een verordening of een plaatselijke gewoonte de wijze of de hoogte der afscheiding niet anders regelt. De eigenaars dragen in de kosten van de afscheiding voor gelijke delen bij.”
Dat artikel ziet op een mandelige scheidsmuur. Maar daar is hier helemaal geen sprake van. Op basis van dat artikel kun je niet zeggen dat je de toegestane hoogte van twee meter niet mag overschrijden. Er is namelijk geen sprake van een scheidsmuur die mandelig is. Het gaat om een Gebouw. Ook op die grond kan de primaire vordering van [eiseres] niet worden toegewezen.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoeven de ramen niet te verwijderen of aan te passen
3.5.
De subsidiaire vordering van [eiseres] , tot het verwijderen dan wel aanpassen van de ramen in het gebouw, is gebaseerd op artikel 5:50 BW. In dat artikel is bepaald dat tenzij de eigenaar van het naburige erf toestemming heeft gegeven, het niet geoorloofd is om binnen twee meter van de grenslijn van dat erf vensters of andere muuropeningen (zoals ramen) te plaatsen voor zover deze op het erf uitzicht geven (lid 1). In lid 3 is bepaald dat de afstand van twee meter: “wordt gemeten rechthoekig uit de buitenkant van de muur daar, waar de opening is gemaakt, of uit de buitenste naar het naburige erf gekeerde rand van het vooruitspringende werk tot aan de grenslijn der erven of de muur.”
De ramen in het Gebouw op het erf van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bevinden zich niet binnen twee meter van de erfgrens van [eiseres] , rechthoekig gemeten. Tenminste, dat heeft [eiseres] niet aangetoond. Zij had, vrij eenvoudig, een foto kunnen maken van de afstand tot het raam door een meetlint te gebruiken. Alleen als aan de tweemeter-eis voldaan is kan verwijdering van de ramen worden gevorderd. Dat kan nu niet. Ook voor de meer subsidiaire vordering, het vastzetten van de ramen en het plaatsen van melkfolie, is geen juridische basis omdat de ramen zich niet bevinden binnen twee meter rechthoekig gemeten vanaf de erfgrens van [eiseres] .
3.6.
De rechtbank overweegt verder nog als volgt. In de stellingen van [eiseres] zou gelezen kunnen worden dat zij van mening is dat er sprake is van onrechtmatige hinder doordat de ramen (ver) open kunnen, waardoor haar privacy wordt beperkt. Ook is er volgens [eiseres] sprake van geluidsoverlast. Volgens [eiseres] maken [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] veel gebruik van het Gebouw en is er daardoor sprake van geluidsoverlast. Ter zitting hebben [gedaagde sub 1] en [eiseres] betwist dat zij veel gebruik maken van het Gebouw. Zij hebben wel verteld dat hun dochter in corona tijd veel heeft gewerkt in het Gebouw, maar zij woont inmiddels niet meer thuis. [eiseres] heeft ook op dit punt onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van hinder, die onrechtmatig is.
3.7.
De rechtbank geeft wel mee aan partijen dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] eerder hebben aangeboden om folie op de ramen van het Gebouw te plakken. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Het zou de relatie tussen partijen kunnen verbeteren als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dit alsnog zouden doen.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten wel de dakgoot aanpassen
3.8.
[eiseres] heeft subsidiair ook nog gevorderd dat de dakgoot die aan het Gebouw is bevestigd wordt verwijderd, omdat deze zich op de erfgrens van [eiseres] bevindt. Ter zitting hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] erkend dat de dakgoot zich inderdaad op de erfgrens van [eiseres] bevindt en zij hebben toegezegd dat zij dit ook graag willen aanpassen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben met bouwtekeningen van de firma [onderneming] onderbouwd dat het met aanpassingen mogelijk is om er voor te zorgen dat de dakgoot niet meer overhangt op de grond van [eiseres] , zonder dat het nodig is om de gehele dakgoot te verwijderen. Naar het oordeel van de rechtbank zou het geheel verwijderen van de dakgoot disproportioneel zijn, nu er minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn. De rechtbank zal dan ook toewijzen dat [gedaagde sub 1] en [eiseres] de dakgoot moeten aanpassen, conform de tekeningen van [onderneming] .
De proceskosten
3.9.
Gelet op de relatie tussen partijen (buren) zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
4.1.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot het aanpassen van de dakgoot van het Gebouw conform de bouwtekeningen van de firma [onderneming] ;
4.2.
wijst de overige vorderingen van [eiseres] af;
4.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door G. de Wijkerslooth de Weerdesteijn en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.