Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-02
ECLI:NL:RBMNE:2024:7740
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,862 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/562863 / FL RK 23-879
Echtscheiding – Iraans recht
Beschikking van 2 december 2024
in de zaak van:
[de vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. I.M.G. Maste,
tegen
[de man]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. P. Bosma.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft op [2024] – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Verder is de wijze van verdeling van de woning gelast en is bepaald dat de man een bruidsgave aan de vrouw dient te voldoen. De aanvullende verzoeken van de vrouw en de verdeling van de over- dan wel onderwaarde van de woning zijn aangehouden in afwachting van het verweer van de man op de aanvullende verzoeken van de vrouw en nadere informatie over de onroerende zaken in Iran.
1.2.
De rechtbank heeft binnen de daarvoor gestelde termijn (uiterlijk 16 september 2024) geen verweerschrift van de man ontvangen.
1.3.
Er heeft geen nadere mondelinge behandeling (zitting) plaatsgevonden.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
Voor de vaststaande feiten verwijst de rechtbank naar de beschikking van [2024] .
Beoordeling
Huwelijkse voorwaarden
3.1.
In de huwelijksakte zijn partijen (onder meer) het volgende overeengekomen:
“Conditions of irrevocable marriage contract
The wife stipulated that in case of the divorce shall not be upon her request and according to the court the divorce be caused not by the offences of the wife from the relevant duties of a married life or her misconduct, the husband is bound to pay half of the property he has gained during the period of married life to the wife or an equivalent of the mentioned property according to the determination of the court. The husband irrevocably authorized the wife with the right of substitution that in cases specified below she may refer to the court of justice and after selecting the type of divorce, divorce herself and also the husband gave the wife an irrevocable power of attorney with the right of substitution that in case of granting a property by the wife to the husband in lieu of obtaining divorce from him, she would accept the grant on his behalf. (…)”.
3.2.
De vrouw stelt dat de voorwaarde die in de huwelijksakte onder ‘conditions of irrevocable marriage contract’ wordt benoemd (zie hiervoor) geen toepassing kan vinden in Nederland, omdat deze strijdig is met de Nederlandse openbare orde. De vrouw heeft verder gesteld (en ter zitting verzocht) dat deze voorwaarde buiten beschouwing moet worden gelaten. Volgens de vrouw heeft dit tot gevolg dat zij recht heeft op de helft van het vermogen van de man en dus op 50% van zijn aandeel in de woning (dus totaal 75%) en 50% van zijn aandeel in de onroerende zaken in Iran (zijnde zijn erfdeel). De onroerende zaken in Iran hebben volgens de vrouw een waarde van circa € 120.000,-. De vrouw heeft dit aanvullende verzoek, zoals ter zitting overeengekomen, op 19 augustus 2024 op schrift gesteld.
3.3.
De rechtbank heeft de man in de gelegenheid gesteld om op dit aanvullende verzoek van de vrouw te reageren. De man heeft niet binnen de daarvoor gestelde termijn een verweerschrift ingediend.
3.4.
De rechtbank heeft in haar tussenbeschikking van [2024] in de overwegingen reeds beslist dat de huwelijksakte van partijen moet worden aangemerkt als een akte van huwelijkse voorwaarden alsmede dat het huwelijksvermogensregime van partijen wordt beheerst door het Iraanse recht.
3.5.
Op grond van artikel 1119 Iraans BW mogen echtgenoten in hun huwelijkscontract afwijken van het Iraans wettelijk stelsel van algehele scheiding van goederen voor zover de overeengekomen bepalingen niet in strijd zijn met de essentie van het huwelijk. Zij mogen dus overeenkomen om het (huwelijks)vermogen (van de man) bij helfte te verdelen in geval van ontbinding van het huwelijk zonder dat daaraan voorwaarden worden verbonden. In deze zaak zijn partijen overeengekomen dat de vrouw slechts onder de voorwaarde dat de echtscheiding niet door haar gewenst is en dat zij daaraan geen schuld heeft, aanspraak kan maken op het vermogen van de man dat hij tijdens het huwelijk van partijen heeft verworven. Partijen hebben geen afspraken gemaakt op grond waarvan de man aanspraak heeft op (een deel van) het vermogen van de vrouw.
3.6.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad, de voorwaarde in de huwelijkse voorwaarden dat de vrouw enkel recht heeft op een deel van het tijdens het huwelijk door de man opgebouwde vermogen als zij de echtscheiding niet heeft gewild en zij daaraan geen schuld heeft, wegens strijd met de Nederlandse openbare orde in zijn geheel buiten beschouwing moet worden gelaten. Indien de rechtbank de stelling van de vrouw zou volgen dat slechts de voorwaarde buiten beschouwing moet worden gelaten dat de vrouw niet de echtscheiding aanvraagt en zij daaraan geen schuld heeft (wegens strijd met de openbare orde), zou dit tot gevolg hebben dat de vrouw een onvoorwaardelijk recht zou hebben (gekregen) op het vermogen van de man. De rechtbank is van oordeel dat dit in strijd is met de bedoeling van de overeenkomst tussen partijen. Immers, de vrouw blijft niet financieel onverzorgd achter omdat zij recht heeft op de helft van de op de woning rustende overwaarde en de man in de tussenbeschikking van [2024] is veroordeeld tot betaling van de bruidsgave van 100 gouden munten ter waarde van € 49.820,-. Daarnaast ontvangt de vrouw een persoonsgebonden budget voor de zorg van de jongste dochter van partijen. Ten slotte is in de voorlopige voorzieningenprocedure gebleken dat de vrouw meer inkomen geniet dan de man. De verzorgingsgedachte die bij dit soort clausules vaak van belang is, speelt hier geen rol. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook afwijzen.
3.7.
Omdat de huwelijkse voorwaarden van partijen verder geen bepalingen over verrekening van het vermogen inhouden, geldt bij de afwikkeling van de financiële gevolgen van het huwelijk het Iraans wettelijk stelsel van algehele scheiding van goederen.
Onroerende zaken in Iran
3.8.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, wijst de rechtbank het verzoek van de vrouw af. Het aandeel van de man in de onroerende zaken in Iran, zijnde zijn erfdeel, betreft het eigendom van de man waarbij er geen verrekening dient plaats te vinden.
Eenvoudige gemeenschap – de woning
3.9.
De rechtbank dient een beslissing te nemen over de verdeling van de onder- dan wel overwaarde van de woning van partijen. De rechtbank is van oordeel dat de onder- dan wel overwaarde tussen partijen bij helfte moet worden gedragen dan wel gedeeld. Hierna zal worden uitgelegd hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
3.10.
Zoals hiervoor (3.1. tot en met 3.6.) is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de bepaling waarbij de vrouw recht zou hebben op de helft van het vermogen van de man, in strijd is met de openbare orde.
3.11.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij gezamenlijk, ieder voor een gelijk deel, eigenaar zijn van de woning aan de [adres] in [plaats] . Dit betekent dat partijen de overwaarde bij helfte moeten delen en bij een onderwaarde het tekort bij helfte moeten dragen. De over- of onderwaarde wordt als volgt berekend: taxatiewaarde of verkoopprijs -/- hypotheekschuld op 26 november 2023. De datum van 26 november 2023 is volgens de rechtbank redelijk omdat de man op grond van de beschikking voorlopige voorzieningen vanaf die datum de woning heeft verlaten en niet heeft bijgedragen aan de lasten van de woning. De vrouw heeft geen verweer gevoerd tegen deze stelling van de man. De rechtbank zal dit vastleggen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.12.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De proceskosten
3.13.
De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
gelast, in aanvulling op de beschikking van [2024] , de wijze van verdeling van de woning aan de [adres] in [plaats] als volgt:
e. in beide situaties, bij overname door de vrouw of bij verkoop aan een derde, dient de over- dan wel onderwaarde tussen partijen bij helfte te worden verdeeld dan wel te worden gedragen. De over- of onderwaarde wordt als volgt berekend = taxatiewaarde of verkoopprijs -/- hypotheekschuld op 26 november 2023;
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
4.4.
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.J. Terpstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Hoge Raad 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1721.