Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-24
ECLI:NL:RBMNE:2024:7731
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
992 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3832
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J. Jansen),
en
Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, verweerder
(gemachtigde: A.C. Hoogendoorn).
Procesverloop
Eiseres heeft op 30 december 2023 bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) gevraagd voor de kosten van rechtsbijstand. Zij heeft een advocaat in Marokko moeten inschakelen om daar te kunnen scheiden van haar man. Deze kosten bedragen omgerekend
€ 618,27.
Bij besluit van 23 januari 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen. Volgens verweerder biedt de wet geen mogelijkheid om voor kosten die niet in Nederland zijn gemaakt, bijzondere bijstand te verlenen.
Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 19 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2024. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
Overwegingen
1. Eiseres voert in beroep aan dat haar aanvraag ten onrechte is geweigerd. Zij moest de advocaatkosten in Marokko maken om ook in Marokko de echtscheiding te regelen. Anders zou eiseres in Marokko nog gehuwd zijn, wat een onwenselijke situatie is. Er is dan ook een noodzakelijke reden voor de gemaakte kosten. Voor zover dit standpunt niet gevolgd wordt, vindt eiseres dat het ongewenst gehuwd zijn in Marokko als een dringende reden kan worden gezien. Eiseres komt dan in aanmerking voor bijzondere bijstand.
2. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank stelt vast dat bijzondere bijstand is gevraagd voor de kosten van een advocaat in Marokko die is ingeschakeld voor de echtscheiding in Marokko. Deze kosten zijn niet in Nederland gemaakt en zijn ook niet aan Nederland verbonden. Op grond van de wet is er dan geen plaats voor vergoeding van deze kosten. Dit is bevestigd in de rechtspraak. De vraag of de kosten noodzakelijk zijn, hoeft dan niet meer te worden beantwoord.
3. De rechtbank ziet ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. Dat kan op grond van de wet alleen bij zeer dringende redenen. Zeer dringende redenen zijn er als de behoeftige omstandigheden van eiseres op geen andere wijze zijn te verhelpen dan door bijstandverlening, zodat die bijstandverlening volstrekt onvermijdelijk is. De situatie die eiseres heeft geschetst, valt daar niet onder.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Artikel 11, eerste lid, van de Pw
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1094 en van 12 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL0246
Artikel 16, eerste lid, van de Pw
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 27 augustus 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1791