Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-27
ECLI:NL:RBMNE:2024:7725
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,638 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.M.G. de Jurkiewicz),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
(gemachtigde: E. Siemeling).
Inleiding
1. Eiseres is een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Voor [minderjarige 2] is hulp op grond van de Jeugdwet nodig.
2. In het besluit van 17 februari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend voor hulp uit de Jeugdwet. Het PGB wordt toegekend voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 en omvat 39,2 uur per week aan ambulante begeleiding individueel. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op een advies van Argonaut van 10 januari 2022.
3. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt.
4. In het bestreden besluit van 20 oktober 2022 heeft verweerder het primaire besluit niet gehandhaafd omdat aan het PGB geen aanvraag ten grondslag ligt. Uit het oogpunt van rechtszekerheid heeft verweerder het toegekende PGB wel beschikbaar gesteld voor eiseres. Het PGB bestaat, op grond van het advies van Argonaut van 10 januari 2022, uit 39,2 uur per week aan ambulante begeleiding individueel tegen een maximumtarief van € 48,- per uur en 12 keer respijtzorg per twaalf maanden (12 keer € 227,- kortdurend verblijf per etmaal) over de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023.
5. Eiseres is het niet eens met het aantal toegekende uren en heeft op 19 februari 2024 beroep ingesteld.
6. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
7. De rechtbank heeft het beroep op 11 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
8. De rechtbank beoordeelt allereerst of het beroep ontvankelijk is. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het toegekende PGB aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
9. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Kan de rechtbank het beroep inhoudelijk beoordelen?
10. Eiseres stelt dat zij pas op 13 februari 2024 op de hoogte is geraakt van het bestreden besluit van 20 oktober 2022 en daarom eerst op 19 februari 2024 beroep heeft ingesteld. Eiseres heeft ook belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep: ze wenst het juiste aantal PGB-uren toegekend te krijgen over 2022 en 2023, om de door haar gemaakte uren alsnog te kunnen declareren.
11. Volgens verweerder is het bestreden besluit op 1 november 2022 per reguliere post verzonden. Verweerder heeft erkend dat het bestreden besluit niet aangetekend is verzonden en dat er geen verzendadministratie van is. Verweerder betwist niet dat eiseres op 13 februari 2024 een exemplaar van het bestreden besluit heeft ontvangen.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat het bestreden besluit op het adres van eiseres is ontvangen. Hoewel het bestreden besluit is voorzien van een juiste adressering en een verzenddatum, ontbreekt een deugdelijke verzendadministratie. De rechtbank ziet in de dossierstukken ook geen contra-indicatie waaruit volgt dat eiseres het besluit in 2022 wel heeft ontvangen, waarmee de verzending alsnog aannemelijk wordt. De rechtbank wijst hierbij op vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), zie bijvoorbeeld dat uitspraak van 29 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:808.
13. Gelet op het voorgaande kan niet worden aangenomen dat de termijn voor het instellen van beroep één dag na 20 oktober 2022 is aangevangen. Nu het bestreden besluit eerst op 13 februari 2024 aan eiseres is bekend gemaakt, is het beroepschrift van 19 februari 2024 tegen dit besluit tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep ontvankelijk en zal hierna het beroep inhoudelijk beoordelen.
Heeft verweerder zich kunnen baseren op het advies van Argonaut?
14. Eiseres voert in beroep aan dat verweerder een onjuist aantal uren aan ambulante begeleiding individueel heeft toegekend. Volgens eiseres zit in het rapport van Argonaut van 10 januari 2022 een optelfout: uitgaande van 4 maal per week 4,5 uur hulp en toezicht na school, hulp bij spel en hulp bij de maaltijden moet totaal 51,25 uur per week aan ambulante begeleiding individueel worden toegekend.
15. Volgens verweerder is in het advies van Argonaut bedoeld om 4 maal per week met in totaal 4,5 uur hulp en toezicht na school, hulp bij spel en hulp bij de maaltijden toe te kennen. Anders zou in het advies volgens verweerder 18 uur per week vermeld staan. Hoewel de totale optelsom volgens verweerder 37,75 uur bedraagt, heeft verweerder het urenaantal conform het advies van Argonaut op 39,2 uur vastgesteld.
16. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt op basis van de dossierstukken het volgende vast.
16.1.
In het advies van Argonaut van 10 januari 2022 staat op pagina 2 onder het kopje ‘Conclusie’ (voor zover relevant) dat [minderjarige 2] wekelijks 29,2 uur ondersteuning nodig heeft.
16.2.
In ditzelfde advies staat op pagina 3, laatste alinea, en pagina 4, bovenaan (voor zover relevant):
‘De volgende uren begeleiding zijn noodzakelijk:
Hulp bij de ADL en de maaltijden voor school: 5x per week, 90 minuten = 7,5 uur per week
Hulp en toezicht na school, hulp bij spel en hulp bij de maaltijden: 4x per week 4,5 uur
Hulp en toezicht op woensdag (…): 4 uur
Ondersteuning bij het bereiden van de maaltijden (…): 45 minuten per dag bovengebruikelijke zorg = 5,25 uur per week
Ondersteuning in de weekenden (…): 2x 4 uur = 8 uur per week
Ondersteuning in de vakanties en op studiedagen (…) 5,5 tot 6 uur extra ondersteuning nodig = afgerond 3,5 uur per week
Vervoer van en naar behandelaars: (…) een ondersteuning van 1 uur per week noodzakelijk
Hulp en toezicht in de avonden (…): 4 uur per week
In totaal is er wekelijks 39,2 uur begeleiding nodig.’
17. Naar het oordeel van de rechtbank is het advies van Argonaut niet deugdelijk gemotiveerd. Onduidelijk is hoeveel uren aan ambulante begeleiding bedoeld zijn voor hulp en toezicht na school, hulp bij spel en hulp bij de maaltijden. Het vermelde aantal van 4x per week 4,5 uur kan op verschillende manieren worden uitgelegd: 4x per week en 4,5 uur per dag of 4x per week en 4,5 uur totaal.
Ook is het advies innerlijk tegenstrijdig met betrekking tot het totaal aantal toegekende uren aan ambulante begeleiding. Op pagina 2 wordt vermeld dat wekelijks 29,2 uur nodig is, terwijl op pagina 4 staat dat wekelijks 39,2 uur nodig is. De optelsom van de specifiek genoemde posten biedt hierbij geen helderheid: zoals verweerder heeft verklaard bedraagt dat 37,75 uur (uitgaande van 4,5 uur totaal voor hulp en toezicht na school, hulp bij spel en hulp bij de maaltijden).
18. Gelet op deze geconstateerde onduidelijkheden en tegenstrijdigheden, had het op de weg van verweerder gelegen hierover een nadere toelichting bij Argonaut te vragen. Verweerder heeft dit nagelaten. Daarmee heeft verweerder gehandeld in strijd met de op hem rustende vergewisplicht. Verweerder heeft zich bij het bestreden besluit dan niet kunnen baseren op het advies van Argonaut. Het bestreden besluit is niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Dit is in strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bespreekt onder het kopje ‘Conclusie en gevolgen’ wat dit oordeel voor partijen betekent.
Heeft verweerder het bestreden besluit voor het overige toereikend gemotiveerd?
19. Eiseres voert in beroep ook aan dat verweerder in het bestreden besluit voor de ambulante begeleiding in 2023 ten onrechte het ZZP-tarief voor 2022 heeft toegekend.
20. De rechtbank overweegt dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat ten tijde van het bestreden besluit het maximumtarief voor 2023 nog niet bekend was en dat daarom het maximumtarief voor 2022 van € 48,- per uur is opgenomen. Verweerder heeft verklaard dat voor de toegekende PGB-uren in 2023 het maximumtarief geldt van 2023, te weten
€ 50,13. De maximumtarieven zijn ook in de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023 aangepast, zodat duidelijk is dat deze ook voor eiseres gelden. De rechtbank ziet hierin geen zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek.
21. Eiseres voert in beroep ten slotte aan dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte niet heeft geconcretiseerd hoeveel uur aan respijtzorg is toegekend.
22. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het toegekende bedrag voor respijtzorg niet deugdelijk onderbouwd en gemotiveerd. In het bestreden besluit is niet specifiek opgenomen hoeveel uren aan respijtzorg is toegekend, maar wel is vermeld dat er 12 keer per jaar respijtzorg ter grootte van € 2.724,- (12 x € 227,-, kortdurend verblijf per etmaal) wordt toegekend. Dit bedrag is kennelijk gebaseerd op 12 weekenden en 1 etmaal per weekend. Uit de dossierstukken volgt dat de medisch adviseur, na vragen van eiseres, op 13 september 2022 heeft toegelicht dat respijtzorg wordt toegekend voor maximaal 36 etmalen per jaar. Er is één weekeinde per maand toegekend. Een weekeinde mag dus maximaal uit drie etmalen bestaan. Verweerder heeft ter zitting herhaald dat respijtzorg is toegekend voor maximaal 36 etmalen per jaar.
Conclusie
23. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
24. De rechtbank heeft op de zitting de mogelijkheden voor een finale beslechting van het geschil verkend. Partijen hebben op de zitting verklaard de voorkeur te hebben voor een einduitspraak, zodat duidelijkheid ontstaat tussen partijen en zij samen verder kunnen. Een tussenuitspraak of aanhouding om Argonaut om een nadere toelichting te vragen is door partijen niet gewenst.
25. Daarom neemt de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb nu zelf een beslissing. De rechtbank bepaalt dat voor ‘Hulp en toezicht na school, hulp bij spel en hulp bij de maaltijden: 4x per week 4,5 uur’ totaal 18 uur per week gelezen en toegekend moet worden. Deze uitleg ligt in lijn met de overige genoemde posten in het advies. Voor de zorg in de ochtend, vanaf het opstaan tot naar school gaan om 8.30 uur, is namelijk 90 minuten per dag toegekend. Het is dan logisch om voor de periode na school vanaf 15.00 uur tot naar bed gaan rond 21.00 uur 4,5 uur per dag aan begeleiding toe te kennen. Zeker gelet op het gegeven dat eiseres een alleenstaande werkende moeder is en zij ook voor haar andere zoon moet zorgen. Daarmee komt het totaal aan ambulante begeleiding individueel op 51,25 uur per week.
26. Verder bepaalt de rechtbank dat aan eiseres respijtzorg is toegekend in de vorm van 12 keer een weekeinde van drie etmalen per jaar, tegen de voor die jaren geldende maximumtarieven.
27. Volledigheidshalve neemt de rechtbank daarbij op dat voor de pgb-uren aan ambulante begeleiding individueel het voor dat jaar geldende maximumtarief geldt.
28. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 20 oktober 2022;
- bepaalt dat aan eiseres ten behoeve van [minderjarige 2] over de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 een PGB wordt toegekend voor 51,25 uur per week aan ambulante begeleiding individueel en 12 keer een weekeinde van maximaal 3 etmalen aan respijtzorg per jaar tegen de voor die jaren geldende maximumtarieven en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
27 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.