Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-09-13
ECLI:NL:RBMNE:2024:7703
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,296 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/550613 / FL RK 23-32
Beschikking van 13 september 2024
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. N.C. Milani,
tegen
[de vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M.T. Maanicus.
Procesverloop
1.1.
Bij beschikking van 4 augustus 2023 heeft de rechtbank beslissingen genomen over het gezag, de zorgregeling en de kinderalimentatie. De beslissing over de verdeling van de vakanties en feestdagen heeft de rechtbank aangehouden in afwachting van de resultaten van mediation tussen partijen.
1.2.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
een bericht namens de moeder, binnengekomen op 24 mei 2024;
een bericht namens de vader, binnengekomen op 5 juli 2024.
1.3.
Er heeft geen verdere mondelinge behandeling plaatsgevonden.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij hebben samen een kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] . [minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen.
2.4.
Bij beschikking van 4 augustus 2023 heeft de rechtbank conform de afspraken tussen partijen een zorgregeling vastgesteld waarbij [minderjarige] om de week van vrijdag 15.30 uur tot zondag 17.30 uur en om de week op woensdag (de woensdag voorafgaand aan het omgangsweekend) van 15.30 uur tot 19.30 uur bij de vader verblijft waarbij de moeder [minderjarige] naar vader brengt en de vader [minderjarige] bij de moeder terugbrengt.
2.5.
Het lukte de ouders destijds niet om ook afspraken te maken over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Dat gedeelte van het verzoek ligt dan ook nog aan de rechtbank voor.
Beoordeling
Vakanties en feestdagen
3.1.
De advocaat van de moeder heeft de rechtbank bericht dat het partijen niet is gelukt om in mediation overeenstemming te bereiken over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Namens de moeder is het originele verzoek gehandhaafd. De advocaat van de vader heeft de rechtbank bericht dat zij geen contact met de vader kan krijgen. Omdat het verzoek over de vakanties tijdens de eerdere mondelinge behandeling op 9 juni 2023 al besproken is en niet is gebleken van gewijzigde omstandigheden, zal de rechtbank een beslissing nemen over het resterende gedeelte van het verzoek.
3.2.
De moeder heeft ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen verzocht te bepalen dat [minderjarige] :
ieder jaar gedurende de zomervakantie voor de duur van twee weken (twee aaneengesloten weken of tweemaal één week) en ieder jaar gedurende de kerstvakantie voor de duur van één week en ieder jaar gedurende de meivakantie voor de duur van één week bij de vader is;
om het jaar met oud en nieuw en in de even jaren met eerste kerstdag en in de oneven jaren met tweede kerstdag en ieder jaar met Vaderdag bij de vader is.
3.3.
De vader kan niet volledig instemmen met het verzoek van de moeder omdat hij een dergelijke verdeling door zijn werk niet kan invullen. De vader is het wel eens met de door de vrouw voorgestelde verdeling van de kerstvakantie, de kerstdagen, oud en nieuw en Vaderdag. Verder stelt hij in afwijking van het verzoek van de moeder voor dat [minderjarige] in de zomervakantie een week bij hem is en dat tijdens de rest van de zomervakantie en tijdens de gehele meivakantie de reguliere zorgregeling geldt.
3.4.
De rechtbank overweegt dat het de verantwoordelijkheid van beide ouders is om hun kind tijdens de vakanties op te vangen dan wel elders opvang te regelen. Dat de vader niet in staat is het door de moeder verzochte gedeelte van de vakanties op zich te nemen, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken. Uit de eerder in deze procedure overgelegde salarisstroken blijkt dat de vader een contract heeft waarbij hij 40 uur per week werkt. Op basis van de wet heeft iedere werknemer recht op minimaal vier weken vakantie per jaar bij een voltijd baan van 40 uur per week. In dat kader is de rechtbank van oordeel dat de vader onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet vier weken per jaar (een week in de meivakantie, twee weken in de zomervakantie en een week in de kerstvakantie) de zorg voor [minderjarige] op zich kan nemen. De moeder dient de opvang van [minderjarige] tijdens de vakantie immers ook met haar werkgever te regelen. Daarbij komt dat de rechtbank het in het belang van [minderjarige] vindt om ook tijdens vakanties langere tijd bij de vader door te kunnen brengen.
3.5.
Gelet op het voorgaande komt het verzoek van de moeder over de verdeling van de vakanties en feestdagen de rechtbank niet onredelijk voor en zal daarom worden toegewezen zoals verzocht. De rechtbank benadrukt daarbij dat het partijen vrij staat om in onderling overleg andere afspraken te maken over de invulling van de vakanties en feestdagen.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.6.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De kosten van deze procedure
3.7.
De rechtbank zal beslissen dat iedere ouder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
wijzigt de bij beschikking van deze rechtbank van 4 augustus 2023 vastgestelde zorgregeling in die zin dat zij een zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vaststelt waarbij [minderjarige] :
om de week van vrijdag 15.30 uur tot zondag 17.30 uur en om de week op woensdag (de woensdag voorafgaand aan het omgangsweekend) van 15.30 uur tot 19.30 uur bij de vader verblijft waarbij de moeder [minderjarige] naar vader brengt en de vader [minderjarige] bij de moeder terugbrengt;
ieder jaar één week tijdens de meivakantie bij de vader verblijft;
ieder jaar twee weken tijdens de zomervakantie bij de vader verblijft (twee aaneengesloten weken of tweemaal één week);
ieder jaar één week tijdens de kerstvakantie bij de vader verblijft;
in de even jaren op eerste kerstdag en in de oneven jaren op tweede kerstdag bij de vader verblijft;
om het jaar tijdens oud en nieuw bij de vader verblijft;
ieder jaar tijdens Vaderdag bij de vader verblijft;
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
bepaalt dat de ouders hun eigen proceskosten betalen.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. L. de Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.