Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-31
ECLI:NL:RBMNE:2024:7691
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Tussenuitspraak
1,319 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/648 en 24/3544
tussenuitspraak van de rechtbank van 31 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3], uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen (het college), verweerder
(gemachtigde: mr. S. Halbesma).
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [exploitant] B.V. uit Rhenen, de exploitant van [vergunninghouder] (vergunninghouder)
(gemachtigde: mr. J. van Zinderen).
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 30 juli 2024 (de tussenuitspraak) heeft de voorzieningenrechter (hierna de rechtbank) besloten direct uitspraak te doen in de hoofdzaak en daarmee de zaak “kortgesloten”. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen 12 weken na de verzending daarvan de gebreken in het besluit van 22 december 2023 te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Bij e-mail van 14 oktober 2024 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen. De gemachtigde van eisers en de gemachtigde van vergunninghouder hebben schriftelijk op dit verzoek gereageerd.
Overwegingen
1. Alleen in bijzondere gevallen stemt de rechtbank in met een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn. Het verzoek moet daarom zijn gemotiveerd. Ook moet het verzoek binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
2. Het college heeft het verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak. Het college verzoekt de rechtbank om de termijn met twaalf weken te verlengen, vanwege ontbrekende aanvullende geluidsberekeningen en -rapporten. Ook zullen eind oktober nieuwe parkeertellingen in de gemeente plaatsvinden, waarvan de resultaten halverwege december bekend zullen zijn. Het college heeft ook aangegeven dat er sprake is van vakantieperiodes die op elkaar aansloten en ziekte bij betrokken personen waardoor afspraken niet nagekomen kunnen worden.
3. De gemachtigde van eisers kan niet instemmen met een verlenging van de termijn. Volgens hem is het samengevat weergegeven niet langer gerechtvaardigd de belangen van vergunninghouder telkens zwaarder te laten wegen.
4. De gemachtigde van vergunninghouder kan instemmen met een verlenging van de termijn. In zijn reactie heeft hij aangegeven dat inmiddels een aanvullend akoestisch rapport is opgesteld op basis waarvan de gebreken kunnen worden hersteld. Dit rapport is echter nog niet beoordeeld door het college en de Omgevingsdienst.
5. De rechtbank vindt gelet op de onderbouwing van het college in dit geval een verlenging van de termijn gerechtvaardigd. De oorspronkelijk bepaalde termijn is te kort gebleken. De rechtbank begrijpt uit de reactie van de gemachtigde van vergunninghouder dat een aanvullend akoestisch onderzoek inmiddels beschikbaar is, en dat dit rapport alleen nog moet worden beoordeeld door het college en de Omgevingsdienst. De resultaten van de nieuwe parkeertellingen zullen half december 2024 bekend zijn. Gelet op het onderzoek dat bij het college moet worden verricht, maar ook rekening houdend met de belangen van eisers zal de rechtbank de hersteltermijn uit de tussenuitspraak met negen weken verlengen. De gevraagde verlenging van de hersteltermijn met twaalf weken vindt de rechtbank onvoldoende onderbouwd.
6. De rechtbank zal daarom de hersteltermijn verlengen tot en met 24 december 2024. Elke andere beslissing van de rechtbank leidt naar alle waarschijnlijkheid tot een minder zorgvuldige en daarmee een minder finale vorm van geschilbeslechting.
7. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
- stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk op 24 december 2024 de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van
mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
31 oktober 2024
De griffier is niet in de gelegenheid
de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.