Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-11
ECLI:NL:RBMNE:2024:7690
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,490 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11156667 \ UC EXPL 24-4047
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 11 december 2024
in de zaak van
STICHTING WOONIN,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonin,
gemachtigde: mr. D. Pranjic,
tegen
[gedaagde]
,
woonachtig in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H.A.J. van Rens.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amersfoort.
De zaak wordt behandeld door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en mr. X.A. Koehoorn als griffier.
Procesverloop
1.1.
In het dossier zitten de volgende stukken:
de dagvaarding van 19 juni 2024, met producties;
de conclusie van antwoord, met producties;
de brief waarin de mondelinge behandeling is bepaald;
de aanvullende producties van Woonin;
de aanvullende producties van [gedaagde] .
1.2.
Op 11 december 2024 is de zaak besproken tijdens de mondeling behandeling. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Bij de mondelinge behandeling was namens Woonin [A] aanwezig met de gemachtigde mr. D. Pranjic. [gedaagde] was ook aanwezig met haar gemachtigde mr. H.A.J. van Rens.
1.3.
Na sluiting van de inhoudelijke behandeling heeft de kantonrechter op zitting mondeling uitspraak gedaan. Die mondelinge uitspraak is hieronder opgenomen onder paragraaf 3 en 4. Paragraaf 1 en 2 zijn toegevoegd voor de duidelijkheid.
2Waar deze zaak over gaat
2.1.
Woonin verhuurt een woning aan [gedaagde] . Volgens Woonin krijgt zij sinds 2019 klachten over de tuin van [gedaagde] . De tuin zou een onverzorgde en overwoekerde indruk maken en een directe buurman van [gedaagde] zou al lange tijd overlast hebben van de tuin. Woonin zou eerder afspraken met (een vertegenwoordiger van) [gedaagde] hebben gemaakt over hoe zij haar tuin moest onderhouden, maar deze afspraken werden niet of niet consequent nagekomen. Ook zou [gedaagde] zich een keer (be)dreigend hebben uitgelaten tegen medewerkers van Woonin toen zij bij haar tuin kwamen kijken. Woonin wil daarom dat [gedaagde] haar tuin netjes maakt en blijft onderhouden. Als [gedaagde] dit zelf niet doet, dan wil Woonin een machtiging om de tuin op kosten van [gedaagde] netjes te maken en te houden. Verder wil Woonin dat [gedaagde] (medewerkers van) Woonin toelaat in haar tuin voor controle van het tuinonderhoud en dat [gedaagde] zich – samengevat – in verband hiermee in het algemeen als een goed huurder gedraagt.
2.2.
[gedaagde] vindt dat zij haar tuin goed onderhoudt en dat haar tuin geen overlast veroorzaakt aan (direct) omwonenden of zorgt voor een slechte uitstraling. Andere tuinen in de buurt hebben ook veel groen. Van overhangende takken of overwoekering is volgens haar geen sprake. Ook is zij nooit akkoord gegaan met de afspraken waar Woonin naar verwijst en heeft zij nooit toestemming gegeven dat iemand namens haar afspraken met Woonin zou maken. Dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt, klopt volgens haar ook niet.
3De mondelinge uitspraak
De vorderingen van Woonin worden afgewezen
3.1.
De vorderingen van Woonin worden afgewezen. De kantonrechter legt dit hierna uit.
3.2.
Op grond van de wet en bepalingen die bij haar huurovereenkomst horen, moet [gedaagde] haar tuin onderhouden. Dit betekent onder andere dat zij bomen en takken moet snoeien. Maar [gedaagde] heeft wel een zekere vrijheid in hoe zij haar tuin inricht en onderhoudt. De grens van die vrijheid ligt bij het veroorzaken van gevaar of onrechtmatige hinder, bijvoorbeeld omdat de tuin van [gedaagde] (ernstig) overwoekerd is.
Geen afspraken tussen Woonin en [gedaagde] over de tuin
3.3.
Woonin vindt dat [gedaagde] haar tuin niet goed genoeg onderhoudt en wijst op de afspraken over het tuinonderhoud die in 2019 en 2023 met [gedaagde] zouden zijn gemaakt. Woonin wil dat [gedaagde] zich aan deze afspraken houdt. [gedaagde] heeft aangegeven nooit met deze afspraken te hebben ingestemd. De kantonrechter geeft [gedaagde] daarin gelijk. Bij de dagvaarding van Woonin zitten twee brieven met de vermeende afspraken. Eén van die brieven is niet gericht aan [gedaagde] , maar aan meneer [B] (de zoon van de overleden partner van [gedaagde] ). In beide brieven vraagt Woonin om een handtekening/bevestiging voor akkoord met de afspraken. [gedaagde] heeft nooit een bevestiging gegeven of een handtekening gezet voor deze afspraken. Dat meneer [B] namens [gedaagde] afspraken mocht maken met Woonin blijkt ook nergens uit. Woonin heeft hiermee onvoldoende onderbouwd dat in 2019 en 2023 afspraken zijn gemaakt met [gedaagde] over haar tuin en/of dat zij met deze afspraken akkoord ging en dat Woonin [gedaagde] nu aan deze afspraken kan houden.
Waar gaan de klachten over?
3.4.
Op de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat er in feite maar één klager is, namelijk de directe buurman van [gedaagde] (meneer [C] ). In het dossier zitten geen schriftelijke klachten van meneer [C] waaruit blijkt wat de klachten precies inhouden. Dat volgens Woonin alle klachten door meneer [C] mondeling zijn gedaan, komt voor haar rekening en risico. De kantonrechter gaat daarom hier alleen in op wat Woonin heeft gezegd tijdens de zitting. Dit gaat uitsluitend over een boom in de achtertuin van [gedaagde] . Meneer [C] zou volgens Woonin last hebben van overhangende takken, verminderde lichtinval en/of gevallen bladeren in zijn tuin.
3.5.
De kantonrechter overweegt dat de boom misschien wat aan de hoge kant is (dit is lastig te zien op de foto’s die partijen hebben ingediend). Maar nergens blijkt uit dat dit zorgt voor gevaar of onrechtmatige hinder bij meneer [C] of een andere buur. Woonin heeft zelf gezegd dat de boom geen gevaar oplevert. Dat de boom bladeren verliest in de herfst hoort er nu eenmaal bij en de boom is niet dusdanig groot dat hier onacceptabele hoeveelheden blad vanaf komen.
3.6.
De gestelde verminderde lichtinval aan de achterkant van de woning van meneer [C] vindt de kantonrechter ongeloofwaardig, al is het maar omdat meneer [C] daar recent zonwering heeft laten plaatsen.
De tuin van [gedaagde] veroorzaakt ook niet op een andere manier gevaar of onrechtmatige hinder
3.7.
Ook verder is niet gebleken dat [gedaagde] haar tuin niet goed genoeg onderhoudt. Op de foto’s die beide partijen naar de kantonrechter hebben gestuurd, is te zien dat de tuin van [gedaagde] veel beplanting heeft en dat op de schutting aan het einde van de tuin klimop groeit, maar er is geen sprake van overwoekering. De brandgang achter de schutting met de klimop is goed begaanbaar en de hortensia’s en andere planten zijn gesnoeid.
Woonin moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
3.8.
Woonin is de partij die ongelijk krijgt en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
205,00
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.9.
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Woonin af;
4.2.
veroordeelt Woonin in de proceskosten van € 205,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Woonin niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt.
Dit volgt onder andere uit artikel 10 lid 1 van de Algemene Huurvoorwaarden en artikel 7:217 van het Burgerlijk Wetboek in combinatie met het Besluit kleine herstellingen.