Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-02-14
ECLI:NL:RBMNE:2024:7674
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,525 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/561671 / FO RK 23-1031 (ontkenning vaderschap)
Beschikking van 14 februari 2024
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.P. Kloppenburg,
tegen
[de man]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
met als belanghebbenden
[belanghebbende]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de heer [belanghebbende] ,
mr. A.M.P.M. Adank,
kantoorhoudende in Utrecht,
als bijzondere curator over het kind [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1] .
Procesverloop
1.1.
De moeder heeft op 18 augustus 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
1.2.
In de beschikking van 28 september 2023 heeft de rechtbank mr. A.M.P.M. Adank benoemd als bijzondere curator over [minderjarige 1] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige 1] in deze procedure en komt op voor zijn belang.
1.3.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
het advies van de bijzondere curator van 27 oktober 2023;
het F-formulier van de moeder van 30 oktober 2023;
de brief van de man van 9 november 2023.
1.4.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 17 januari 2024. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de man;
de heer [belanghebbende] ;
de bijzondere curator;
de heer A. Jolak die telefonisch aanwezig was als tolk voor de man.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De moeder en de man zijn met elkaar gehuwd op [trouwdatum] 2015 in Irak. Bij beschikking van de rechtbank [woonplaats] van [echtscheidingsdatum] 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op 8 december 2023.
2.2.
Tijdens het huwelijk is de moeder bevallen van drie kinderen:
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] , Irak;
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats 2] , Irak;
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1] .
2.3.
De man en de moeder hebben beiden het gezag over de kinderen.
2.4.
De moeder en de heer [belanghebbende] hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Iraakse nationaliteit.
2.5.
De moeder verzoekt om de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren. Dat wil zeggen dat de man, in juridische zin, niet meer als de vader van [minderjarige 1] wordt aangemerkt. Volgens de moeder is namelijk niet de man, maar de heer [belanghebbende] de biologische vader van [minderjarige 1] . De man is wel de biologische vader van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.6.
De man heeft tijdens de zitting verweer gevoerd tegen het verzoek.
2.7.
De bijzondere curator is het eens met het verzoek.
Beoordeling
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
3.1.
De man heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
3.2.
De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de moeder en de man in Nederland wonen. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, omdat de moeder en de man hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
Ontvankelijkheid
3.3.
De rechtbank zal de moeder ontvankelijk verklaren in haar verzoek, omdat zij het verzoek op tijd heeft ingediend.
DNA-onderzoek
3.4.
De rechtbank vindt een DNA-onderzoek nodig. De reden hiervoor is dat niet met voldoende zekerheid vaststaat dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige 1] . De vrouw heeft verklaard dat zij in oktober 2022 de echtelijke woning heeft verlaten met de kinderen waar zij op dat moment nog met de man samenwoonde en dat zij op [geboortedatum 1] 2023 is bevallen van [minderjarige 1] . De man heeft tijdens de zitting wisselend verklaard over de vraag of hij de biologische vader van [minderjarige 1] kan zijn. Er zijn door de moeder geen andere bewijsstukken overgelegd. De rechtbank vindt het van groot belang voor (de identiteitsvorming van) [minderjarige 1] dat vast komt te staan wie zijn biologische vader is. Met een DNA-onderzoek kan dat worden vastgesteld.
3.5.
De rechtbank zal [deskundige] als deskundige benoemen, want [deskundige] voert rechtsgeldige DNA-onderzoeken uit. Dit betekent dat aan alle eisen wordt voldaan, ook voor de identificatie van de testpersonen en de afname en verzending van het DNA-materiaal.
De deskundige zal bij het onderzoek DNA-materiaal afnemen bij de man, [minderjarige 1] en de moeder. Partijen hebben zich bereid verklaard om mee te werken aan het DNA-onderzoek.
De rechtbank houdt de behandeling van de zaak aan voor de duur van vier maanden, in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek.
3.6.
Voor een spoedig verloop van het onderzoek kunnen partijen alvast zelf contact opnemen met [deskundige] om af te spreken waar en wanneer de afname van het DNA-materiaal zal plaatsvinden.
De contactgegevens van [deskundige] zijn:
E-mail : info@ [deskundige] .nl
Telefoon : [telefoonnummer]
Bezoekadres : [deskundige] , [adres 2] , [postcode] [plaats]
3.7.
De rechtbank zal de kosten van het DNA-onderzoek voorschieten, want de moeder procedeert op basis van een toevoeging. De kosten van het onderzoek bedragen in beginsel € 695,-. Als de betrokkenen niet tegelijk aanwezig zijn voor de afname van DNA-materiaal dan zijn de kosten hoger. In de eindbeschikking zal de rechtbank vermelden wat de definitieve kosten van het DNA-onderzoek zijn en wie deze kosten uiteindelijk aan de rechtbank moet(en) betalen. De rechtbank of de bijzondere curator zal de definitieve kosten niet betalen.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
benoemt als deskundige:
de deskundige van [deskundige] , [adres 2] , [postcode] [plaats] ;
4.2.
geeft opdracht aan de deskundige voor een DNA-onderzoek naar de vraag of:
[de man]
, geboren op [geboortedatum 4] 1996 in Irak,
de biologische vader is van het kind:
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1] ;
4.3.
verzoekt de deskundige om onderzoek te doen en schriftelijk te rapporteren binnen vier maanden na deze beschikking;
4.4.
bepaalt dat de rechtbank voorlopig de kosten van de deskundige betaalt, omdat aan de moeder een toevoeging is verleend;
4.5.
verzoekt partijen en de bijzondere curator om na binnenkomst van het rapport schriftelijk te reageren op de inhoud van het rapport;
4.6.
houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot 14 juni 2024, in afwachting van de uitkomst van het DNA-onderzoek;
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
Artikel 10:93 jo. 10:92 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 1:200 BW
Artikel 195 jo. 199 lid 3 Rv