Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-19
ECLI:NL:RBMNE:2024:7659
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,584 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/582811 / JL RK 24-793
Datum uitspraak: 19 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Flantua te Ens,
[vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop bestaat uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 oktober 2024;
- het verweerschrift van de moeder met bijlagen van 13 november 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door mr. S. Flantua;
- [A] en [B] namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 juni 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 juni 2025.
3Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
4.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal daarom de machtiging uithuisplaatsing verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De moeder kan op dit moment onvoldoende aansluiten bij de behoeften van [minderjarige] in zijn opvoeding. De moeder heeft trauma’s waar zij nu, mede door gedrag van [minderjarige] , veel last van heeft. De moeder is bezig met het regelen van individuele hulpverlening om deze trauma’s beter te kunnen verwerken. Ondanks dat de moeder het liever anders had gezien, is de uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader voor nu de beste oplossing. Ook de vader staat achter het verzoek van de GI. [minderjarige] is regelmatig op zoek naar grenzen en raakt soms de controle over zichzelf kwijt. Op deze momenten heeft hij sturing van een volwassene nodig om weer tot rust te komen. De vader kan [minderjarige] op een juiste manier corrigeren en biedt [minderjarige] op dit moment ook rust. Desondanks is het ontzettend belangrijk dat er voor [minderjarige] hulpverlening wordt ingezet, hetgeen niet lijkt te lukken. De hulpverlening bij de gemeente Lelystad is ingedeeld met bepaalde codes. Omdat de hulpverlening die ingezet wordt bij de begeleide omgang tussen [minderjarige] en zijn moeder dezelfde code heeft als de individuele hulpverlening die de GI wil inzetten voor [minderjarige] , is het niet mogelijk om beide vormen van hulpverlening in te zetten. Dat [minderjarige] hierdoor geen individuele behandeling kan krijgen, is zeer schrijnend. Het is niet in het belang van [minderjarige] dat er gekozen moet worden tussen omgang met een van zijn ouders en zijn behandeling. [minderjarige] heeft beide nodig. De kinderrechter benadrukt daarom nogmaals dat er niet langer gewacht kan worden met het inzetten van passende individuele hulpverlening voor [minderjarige] , naast de begeleide omgang.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met ingang van 19 november 2024 tot 3 juni 2025;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024 door mr. D. van Bloemendaal, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Bonarius als griffier, en op schrift gesteld op 11 december 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.