Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-28
ECLI:NL:RBMNE:2024:7653
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,220 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4353 RECTIFICATIE PAGINA 1
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2024 in de zaak tussen
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., te Nijmegen, eiseres,
(gemachtigde: S.R. van Uffelen),
en
het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft op 22 januari 2024 een verzoek om een handhavingsverzoek ingediend bij verweerder.
Eiseres heeft op 9 juni 2024 verweerder in gebreke gesteld, omdat verweerder niet heeft gereageerd op haar handhavingsverzoek.
Verweerder heeft op 3 juli 2024 een besluit genomen op het handhavingsverzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Nadat eiseres beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar handhavingsverzoek, heeft verweerder alsnog daarop beslist. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar handhavingsverzoek heeft op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ook betrekking op het alsnog genomen besluit. Dat betekent dat de rechtbank zowel het beroep tegen het niet tijdig beslissen als het beroep tegen het besluit op het handhavingsverzoek moet beoordelen.
4. Eiseres heeft in een brief van 4 juli 2024 gronden van beroep ingediend die gericht zijn tegen het besluit van verweerder van 3 juli 2024. Daarnaast heeft eiseres de rechtbank verzocht om het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond te verklaren en het beroepschrift naar verweerder door te sturen om als bezwaarschrift te behandelen. Ook heeft eiseres de rechtbank verzocht tot vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten in bezwaar.
Beroep tegen het niet tijdig beslissen
5. Niet gebleken is dat eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beroep tegen het besluit van 3 juli 2024
6. Eiseres is het niet eens met het besluit van verweerder van 3 juli 2024. Eiseres en verweerder hebben hun verschil in standpunten nog niet besproken. Zij hebben beiden de rechtbank verzocht het beroep terug te verwijzen naar verweerder. Hierin ziet de rechtbank voldoende aanleiding om op grond van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, het beroep voor zover het gericht is tegen het besluit van 3 juli 2024 naar verweerder te verwijzen om als bezwaarschrift te behandelen. Verweerder beschikt al over het bezwaarschrift van 4 juli 2024, daarom zal de rechtbank dit niet nogmaals naar verweerder sturen.
Proceskosten en griffierecht
7. Omdat eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar handhavingsverzoek bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht moet vergoeden.
8. Daarnaast zal de rechtbank verweerder veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 218,75
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van €371,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75.aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.