Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-20
ECLI:NL:RBMNE:2024:7565
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,744 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6651
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
(gemachtigde mr. O.H.G. Daane Bolier)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: J.H. Swart).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Met het besluit van 3 februari 2023 heeft het Uwv medegedeeld dat verzoeker geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Tegen dit besluit is door verzoeker bezwaar gemaakt. In de beslissing op bezwaar van 30 november 2023 heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld.
3. Met beslissing op bezwaar van 1 maart 2024 heeft het Uwv de beslissing op bezwaar van 30 november 2023 gewijzigd en medegedeeld dat verzoeker met ingang van 24 maart 2014 een Wajong-uitkering krijgt.
4. Verzoeker heeft hierna het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft hier niet op gereageerd.
Kosten voor rechtsbijstand
5. Verzoeker verzoekt om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoekster heeft de proceskosten die zij in de bezwaarfase heeft gemaakt al vergoed gekregen. De beoordeling van de gevraagde proceskosten beperkt zich daarom tot de beroepsfase.
6. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
7. Het Uwv moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb). Dit volgt rechtstreeks uit de wet. In dit geval gaat het om een bedrag van € 50,-.
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten. Het Uwv moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024.
(de griffier is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen)
de griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6651
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
(gemachtigde mr. O.H.G. Daane Bolier)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: J.H. Swart).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Met het besluit van 3 februari 2023 heeft het Uwv medegedeeld dat verzoeker geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Tegen dit besluit is door verzoeker bezwaar gemaakt. In de beslissing op bezwaar van 30 november 2023 heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld.
3. Met beslissing op bezwaar van 1 maart 2024 heeft het Uwv de beslissing op bezwaar van 30 november 2023 gewijzigd en medegedeeld dat verzoeker met ingang van 24 maart 2014 een Wajong-uitkering krijgt.
4. Verzoeker heeft hierna het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft hier niet op gereageerd.
Kosten voor rechtsbijstand
5. Verzoeker verzoekt om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoekster heeft de proceskosten die zij in de bezwaarfase heeft gemaakt al vergoed gekregen. De beoordeling van de gevraagde proceskosten beperkt zich daarom tot de beroepsfase.
6. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
7. Het Uwv moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb). Dit volgt rechtstreeks uit de wet. In dit geval gaat het om een bedrag van € 50,-.
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten. Het Uwv moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024.
(de griffier is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen)
de griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.