Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-08
ECLI:NL:RBMNE:2024:7505
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,968 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6470
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres
(gemachtigde: B. den Hartog),
en
de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
(gemachtigde: mr. M. Zweers).
Inleiding
Eiseres heeft subsidie aangevraagd voor de aanschaf van een bedrijfsauto op grond van de Subsidieregeling emissieloze bedrijfsauto’s. Deze aanvraag is door de staatssecretaris afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 december 2023 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 8 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de staatssecretaris.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De rechtbank geeft eiseres ongelijk. De subsidieaanvraag is terecht afgewezen.
2. Eén van de voorwaarden voor subsidie is dat de bedrijfsauto ten tijde van de aanvraag nog niet op naam is gesteld. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de bedrijfsauto van eiseres al op naam stond ten tijde van de aanvraag en dat dus niet wordt voldaan aan de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen. Evenmin staat ter discussie dat de subsidieregeling dan voorschrijft dat de subsidieaanvraag wordt afgewezen.
3. Eiseres vindt echter dat er een uitzondering moet worden gemaakt op de regels. De rechtbank ziet dat anders. Het is aan de staatssecretaris om de regels te bepalen op grond waarvan subsidie wordt verstrekt en daarbij heeft de staatssecretaris veel vrijheid. De staatssecretaris heeft bovendien toegelicht dat de voorwaarde over de tenaamstelling te maken heeft met Europese steunregels waaraan hij is gebonden. Gelet op de vrijheid die de staatssecretaris heeft om de regels te bepalen en die regels in een zogeheten algemeen verbindend voorschrift zijn neergelegd, heeft de rechtbank weinig ruimte om iets anders te doen. Daar komt nog bij dat subsidievoorwaarden voor iedereen gelijk moeten zijn en op dezelfde manier moeten worden toegepast. Er moet daarom wel sprake zijn van hele bijzondere omstandigheden (of anders gezegd: onevenredige gevolgen) om hierop een uitzondering te kunnen maken. Dat de aankoop van eiseres een stimulerend effect heeft voor het milieu en hiermee in lijn is met het doel van de subsidieregeling, is onvoldoende om daarvan te spreken. Datzelfde geldt voor het feit dat eiseres alleen op een formeel punt in de aanvraagfase iets niet goed heeft gedaan. Hoewel de rechtbank begrijpt hoe het een en ander is gelopen, vindt de rechtbank dit onvoldoende om een uitzondering op de regels te maken.
4. Uit het telefoongesprek dat eiseres met de klantenservice van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft gehad, mocht eiseres daarnaast niet afleiden dat zij de bedrijfsauto op naam kon stellen en alsnog subsidie kon krijgen. Eiseres heeft op de zitting gezegd dat er door de klantenservice niet is gezegd dat zij de bedrijfsauto eerst op naam kon zetten en zij vervolgens subsidie kon aanvragen. Juridisch betekent dit dat er geen toezegging is gedaan door of namens de staatssecretaris op grond waarvan eiseres erop mocht vertrouwen dat zij voor een al te naam gestelde bedrijfsauto subsidie zou krijgen. Daarbij komt dat de subsidieregeling is gepubliceerd en op de website van RVO uitdrukkelijk de voorwaarde staat dat de bedrijfsauto niet al te naam mag zijn gesteld. Voor wat betreft de navraag die de staatssecretaris in de bezwaarfase heeft gedaan naar het telefoongesprek, merkt de rechtbank tot slot op dat dit zorgvuldig is. Daarbij heeft de staatssecretaris ook op de zitting beaamd dat het minder om de persoon gaat die het telefoongesprek heeft gevoerd en meer gaat om de inhoud van het telefoongesprek.
Conclusie
Dit betekent dat eiseres ongelijk krijgt en dus geen subsidie krijgt. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt het griffierecht niet vergoed.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2024 door
mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 2.1, onder b en artikel 1.13, onder a, van de Subsidieregeling emissieloze bedrijfsauto’s.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6470
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres
(gemachtigde: B. den Hartog),
en
de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
(gemachtigde: mr. M. Zweers).
Inleiding
Eiseres heeft subsidie aangevraagd voor de aanschaf van een bedrijfsauto op grond van de Subsidieregeling emissieloze bedrijfsauto’s. Deze aanvraag is door de staatssecretaris afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 december 2023 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 8 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de staatssecretaris.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De rechtbank geeft eiseres ongelijk. De subsidieaanvraag is terecht afgewezen.
2. Eén van de voorwaarden voor subsidie is dat de bedrijfsauto ten tijde van de aanvraag nog niet op naam is gesteld. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de bedrijfsauto van eiseres al op naam stond ten tijde van de aanvraag en dat dus niet wordt voldaan aan de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen. Evenmin staat ter discussie dat de subsidieregeling dan voorschrijft dat de subsidieaanvraag wordt afgewezen.
3. Eiseres vindt echter dat er een uitzondering moet worden gemaakt op de regels. De rechtbank ziet dat anders. Het is aan de staatssecretaris om de regels te bepalen op grond waarvan subsidie wordt verstrekt en daarbij heeft de staatssecretaris veel vrijheid. De staatssecretaris heeft bovendien toegelicht dat de voorwaarde over de tenaamstelling te maken heeft met Europese steunregels waaraan hij is gebonden. Gelet op de vrijheid die de staatssecretaris heeft om de regels te bepalen en die regels in een zogeheten algemeen verbindend voorschrift zijn neergelegd, heeft de rechtbank weinig ruimte om iets anders te doen. Daar komt nog bij dat subsidievoorwaarden voor iedereen gelijk moeten zijn en op dezelfde manier moeten worden toegepast. Er moet daarom wel sprake zijn van hele bijzondere omstandigheden (of anders gezegd: onevenredige gevolgen) om hierop een uitzondering te kunnen maken. Dat de aankoop van eiseres een stimulerend effect heeft voor het milieu en hiermee in lijn is met het doel van de subsidieregeling, is onvoldoende om daarvan te spreken. Datzelfde geldt voor het feit dat eiseres alleen op een formeel punt in de aanvraagfase iets niet goed heeft gedaan. Hoewel de rechtbank begrijpt hoe het een en ander is gelopen, vindt de rechtbank dit onvoldoende om een uitzondering op de regels te maken.
4. Uit het telefoongesprek dat eiseres met de klantenservice van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft gehad, mocht eiseres daarnaast niet afleiden dat zij de bedrijfsauto op naam kon stellen en alsnog subsidie kon krijgen. Eiseres heeft op de zitting gezegd dat er door de klantenservice niet is gezegd dat zij de bedrijfsauto eerst op naam kon zetten en zij vervolgens subsidie kon aanvragen. Juridisch betekent dit dat er geen toezegging is gedaan door of namens de staatssecretaris op grond waarvan eiseres erop mocht vertrouwen dat zij voor een al te naam gestelde bedrijfsauto subsidie zou krijgen. Daarbij komt dat de subsidieregeling is gepubliceerd en op de website van RVO uitdrukkelijk de voorwaarde staat dat de bedrijfsauto niet al te naam mag zijn gesteld. Voor wat betreft de navraag die de staatssecretaris in de bezwaarfase heeft gedaan naar het telefoongesprek, merkt de rechtbank tot slot op dat dit zorgvuldig is. Daarbij heeft de staatssecretaris ook op de zitting beaamd dat het minder om de persoon gaat die het telefoongesprek heeft gevoerd en meer gaat om de inhoud van het telefoongesprek.
Conclusie
Dit betekent dat eiseres ongelijk krijgt en dus geen subsidie krijgt. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt het griffierecht niet vergoed.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2024 door
mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 2.1, onder b en artikel 1.13, onder a, van de Subsidieregeling emissieloze bedrijfsauto’s.