Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-11
ECLI:NL:RBMNE:2024:7426
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,984 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11275660 \ UC EXPL 24-5770 RvdH/1037
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
[opposant]
,
te [plaats 1] ,
opposant,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: mr. H.J. Menger,
tegen
1 [geopposeerde 1] N.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,2. [geopposeerde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,3. [geopposeerde 3] N.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
geopposeerden,
hierna samen te noemen: [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] ,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 30 april 2014 met zaaknummer 2946913 UC EXPL 14-5411 (hierna: het verstekvonnis),
- de verzetdagvaarding met producties,
- de conclusie van antwoord in oppositie (aan te merken als conclusie van repliek).
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
In 2014 vorderde [bedrijf] (inmiddels [geopposeerde 1 en 3] ) betaling van een aantal facturen voor de levering van energie op het perceel [adres] in [plaats 2] . [opposant] is toen niet in de procedure verschenen. Hij is bij verstek veroordeeld tot betaling van de facturen, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke (handels)rente.
2.2.
Op 30 juli 2024 is een derdenbeslag bij [opposant] betekend ter inning van de vordering uit het verstekvonnis. [geopposeerde 2] treedt daarbij op als schuldeiser. Deze partij is voor [opposant] onbekend. [opposant] was evenmin bekend met het verstekvonnis. Hij is ook niet bekend met het adres [adres] in [plaats 2] . [opposant] heeft toegelicht dat hij destijds op een ander adres woonde en nooit een overeenkomst met [bedrijf] heeft gehad. [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] hebben hierop laten weten dat zij hun vordering niet meer handhaven.
Beoordeling
3.1.
Omdat [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] hun vorderingen niet langer handhaven, is een inhoudelijke beoordeling niet nodig. De kantonrechter zal het verstekvonnis vernietigen.
3.2.
Door het derdenbeslag is er een deel van de vordering geïncasseerd door [geopposeerde 2] , terwijl [opposant] geen betaling aan deze partij verschuldigd was. [geopposeerde 2] wordt daarom veroordeeld tot (terug)betaling van het door [opposant] onverschuldigd betaalde, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag met ingang van de datum van de verzetdagvaarding, 9 augustus 2024, tot de voldoening.
3.3.
In de correspondentie is te lezen dat de gemachtigde van [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] toezegt het door derdenbeslag ingehouden geld terug te betalen aan de werkgever. Bij de bepaling van de omvang van de vordering waartoe [geopposeerde 2] onder 4.1 wordt veroordeeld tot betaling aan [opposant] , moet rekening worden gehouden met wat [geopposeerde 2] al heeft terugbetaald, ook als zij dat via de werkgever heeft gedaan vanwege het loonbeslag.
3.4.
[geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opposant] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
123,00
De definitieve toevoeging is niet verstrekt. Dat is voor de proceskostenveroordeling in het geval van verzet minder relevant. De kosten van de verzetdagvaarding blijven namelijk (ook) op grond van artikel 141 Rv voor rekening van [opposant] .
Dictum
De kantonrechter
4.1.
vernietigt het verstekvonnis van 30 april 2014 met zaaknummer 2946913 UC EXPL 14-5411,
4.2.
veroordeelt [geopposeerde 2] tot betaling aan [opposant] van het door [opposant] aan [geopposeerde 2] onverschuldigd (door derdenbeslag) betaalde bedrag voor zover die onverschuldigde betaling verband houdt met de vordering waar deze procedure op ziet, te vermeerderen met de wettelijke rente over het per datum dagvaarding nog verschuldigde bedrag met ingang van 9 augustus 2024 tot de voldoening,
4.3.
veroordeelt [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] in de proceskosten van € 123,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11275660 \ UC EXPL 24-5770 RvdH/1037
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
[opposant]
,
te [plaats 1] ,
opposant,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: mr. H.J. Menger,
tegen
1 [geopposeerde 1] N.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,2. [geopposeerde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,3. [geopposeerde 3] N.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
geopposeerden,
hierna samen te noemen: [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] ,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 30 april 2014 met zaaknummer 2946913 UC EXPL 14-5411 (hierna: het verstekvonnis),
- de verzetdagvaarding met producties,
- de conclusie van antwoord in oppositie (aan te merken als conclusie van repliek).
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
In 2014 vorderde [bedrijf] (inmiddels [geopposeerde 1 en 3] ) betaling van een aantal facturen voor de levering van energie op het perceel [adres] in [plaats 2] . [opposant] is toen niet in de procedure verschenen. Hij is bij verstek veroordeeld tot betaling van de facturen, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke (handels)rente.
2.2.
Op 30 juli 2024 is een derdenbeslag bij [opposant] betekend ter inning van de vordering uit het verstekvonnis. [geopposeerde 2] treedt daarbij op als schuldeiser. Deze partij is voor [opposant] onbekend. [opposant] was evenmin bekend met het verstekvonnis. Hij is ook niet bekend met het adres [adres] in [plaats 2] . [opposant] heeft toegelicht dat hij destijds op een ander adres woonde en nooit een overeenkomst met [bedrijf] heeft gehad. [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] hebben hierop laten weten dat zij hun vordering niet meer handhaven.
Beoordeling
3.1.
Omdat [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] hun vorderingen niet langer handhaven, is een inhoudelijke beoordeling niet nodig. De kantonrechter zal het verstekvonnis vernietigen.
3.2.
Door het derdenbeslag is er een deel van de vordering geïncasseerd door [geopposeerde 2] , terwijl [opposant] geen betaling aan deze partij verschuldigd was. [geopposeerde 2] wordt daarom veroordeeld tot (terug)betaling van het door [opposant] onverschuldigd betaalde, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag met ingang van de datum van de verzetdagvaarding, 9 augustus 2024, tot de voldoening.
3.3.
In de correspondentie is te lezen dat de gemachtigde van [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] toezegt het door derdenbeslag ingehouden geld terug te betalen aan de werkgever. Bij de bepaling van de omvang van de vordering waartoe [geopposeerde 2] onder 4.1 wordt veroordeeld tot betaling aan [opposant] , moet rekening worden gehouden met wat [geopposeerde 2] al heeft terugbetaald, ook als zij dat via de werkgever heeft gedaan vanwege het loonbeslag.
3.4.
[geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opposant] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
123,00
De definitieve toevoeging is niet verstrekt. Dat is voor de proceskostenveroordeling in het geval van verzet minder relevant. De kosten van de verzetdagvaarding blijven namelijk (ook) op grond van artikel 141 Rv voor rekening van [opposant] .
Dictum
De kantonrechter
4.1.
vernietigt het verstekvonnis van 30 april 2014 met zaaknummer 2946913 UC EXPL 14-5411,
4.2.
veroordeelt [geopposeerde 2] tot betaling aan [opposant] van het door [opposant] aan [geopposeerde 2] onverschuldigd (door derdenbeslag) betaalde bedrag voor zover die onverschuldigde betaling verband houdt met de vordering waar deze procedure op ziet, te vermeerderen met de wettelijke rente over het per datum dagvaarding nog verschuldigde bedrag met ingang van 9 augustus 2024 tot de voldoening,
4.3.
veroordeelt [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] in de proceskosten van € 123,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.