Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-20
ECLI:NL:RBMNE:2024:7280
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,628 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3391-T2
Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] BV, uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. drs. A. Jurg),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: S.M. Westmaas).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[derde belanghebbende]
uit [woonplaats] (de (ex-)werknemer)
(gemachtigde: mr. J.A.C. van Etten).
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 19 september 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Met de brief van 27 november 2024 heeft het Uwv de rechtbank bericht dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor de gevraagde beoordeling medische informatie van de behandelaar nodig heeft. Daartoe is een medische machtiging van de werknemer nodig. Het Uwv heeft de werknemer meerdere malen verzocht om deze machtiging, maar hier geen reactie op ontvangen. De werknemer woont in Turkije, op 20 november 2024 is de machtiging alsnog naar het adres in Turkije verzonden. Als de machtiging bij het Uwv binnen is kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep medische informatie opvragen. Om die reden verzoekt het Uwv om een verlenging van de termijn met twee maanden.
Eiseres heeft bij brief van 10 december 2024 gereageerd op dit verzoek en ook de gemachtigde van derde-partij heeft op 10 december 2024 op dit verzoek gereageerd.
Overwegingen
1. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo'n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
2. Het Uwv verzoekt om de in de tussenuitspraak gestelde termijn met twee maanden te verlengen. De rechtbank stelt vast dat dit verzoek niet is gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak. De reden waarom het Uwv de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het Uwv nog geen machtiging van de werknemer heeft ontvangen en de verzekeringsarts bezwaar en beroep daardoor nog niet in de gelegenheid is geweest om medische gegevens op te vragen die nodig is voor de beoordeling van (de duurzaamheid van) de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
3. Eiseres heeft laten weten zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank over dit verzoek. De gemachtigde van de derde-partij schrijft dat de (ex)werknemer heeft laten weten dat hij geen brief met een machtiging van het Uwv heeft ontvangen. Door de gemachtigde is op 20 november 2024 het adres van de (ex)werknemer in Turkije aan het Uwv doorgeven. Daarbij wordt een praktisch voorstel gedaan dat als het Uwv de machtiging per e-mail aan de gemachtigde stuurt, zij deze kan doorsturen aan haar client, en deze machtiging na ondertekening aan het Uwv kan terug sturen.
4. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak te verlengen. Zij zal de termijn met twee maanden na afloop van de oorspronkelijke termijn verlengen. Dat betekent dat de termijn op 27 januari 2025 afloopt. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij ervan uitgaat dat deze termijn volstaat. Voor het opvragen van de machtiging kan gebruik worden gemaakt van het praktische voorstel dat door de gemachtigde van de derde-partij is gedaan.
5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk 27 januari 2025 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 december 2024 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Niet eens met deze tussenuitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3391-T2
Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] BV, uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. drs. A. Jurg),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: S.M. Westmaas).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[derde belanghebbende]
uit [woonplaats] (de (ex-)werknemer)
(gemachtigde: mr. J.A.C. van Etten).
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 19 september 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Met de brief van 27 november 2024 heeft het Uwv de rechtbank bericht dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor de gevraagde beoordeling medische informatie van de behandelaar nodig heeft. Daartoe is een medische machtiging van de werknemer nodig. Het Uwv heeft de werknemer meerdere malen verzocht om deze machtiging, maar hier geen reactie op ontvangen. De werknemer woont in Turkije, op 20 november 2024 is de machtiging alsnog naar het adres in Turkije verzonden. Als de machtiging bij het Uwv binnen is kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep medische informatie opvragen. Om die reden verzoekt het Uwv om een verlenging van de termijn met twee maanden.
Eiseres heeft bij brief van 10 december 2024 gereageerd op dit verzoek en ook de gemachtigde van derde-partij heeft op 10 december 2024 op dit verzoek gereageerd.
Overwegingen
1. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo'n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
2. Het Uwv verzoekt om de in de tussenuitspraak gestelde termijn met twee maanden te verlengen. De rechtbank stelt vast dat dit verzoek niet is gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak. De reden waarom het Uwv de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het Uwv nog geen machtiging van de werknemer heeft ontvangen en de verzekeringsarts bezwaar en beroep daardoor nog niet in de gelegenheid is geweest om medische gegevens op te vragen die nodig is voor de beoordeling van (de duurzaamheid van) de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
3. Eiseres heeft laten weten zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank over dit verzoek. De gemachtigde van de derde-partij schrijft dat de (ex)werknemer heeft laten weten dat hij geen brief met een machtiging van het Uwv heeft ontvangen. Door de gemachtigde is op 20 november 2024 het adres van de (ex)werknemer in Turkije aan het Uwv doorgeven. Daarbij wordt een praktisch voorstel gedaan dat als het Uwv de machtiging per e-mail aan de gemachtigde stuurt, zij deze kan doorsturen aan haar client, en deze machtiging na ondertekening aan het Uwv kan terug sturen.
4. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak te verlengen. Zij zal de termijn met twee maanden na afloop van de oorspronkelijke termijn verlengen. Dat betekent dat de termijn op 27 januari 2025 afloopt. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij ervan uitgaat dat deze termijn volstaat. Voor het opvragen van de machtiging kan gebruik worden gemaakt van het praktische voorstel dat door de gemachtigde van de derde-partij is gedaan.
5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk 27 januari 2025 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 december 2024 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Niet eens met deze tussenuitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.