Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-29
ECLI:NL:RBMNE:2024:7080
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,454 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1874 PW
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A. Ang),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: S.P. van Pelt).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan in een brief van 16 mei 2024, gelijktijdig met de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van verweerder van 18 januari 2024. In laatstgenoemd besluit is het bezwaar van verzoeker, tegen het in de brief van 1 december 2023 niet toekennen van de eenmalige energietoeslag 2023 aan verzoeker, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat er geen sprake is van een (appellabel) besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.
2. Op 15 maart 2024 heeft verzoeker (alsnog) een aanvraag ingediend voor de eenmalige energietoeslag 2023. In het besluit van 25 maart 2024 heeft verweerder de energietoeslag toegekend. Verzoeker heeft in de brief van 16 mei 2024 aangegeven dat hij om die reden het beroep intrekt en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoeker in het bezwaar en beroep, omdat lopende het beroep alsnog is tegemoetgekomen aan de gronden van het beroep.
3. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De schriftelijke reactie van verweerder is op 17 juli 2024 ontvangen. In deze reactie voert verweerder aan dat het verzoek om een proceskostenveroordeling afgewezen moet worden omdat het enkele niet vergoeden van de bezwaarkosten geen zelfstandig procesbelang oplevert. Voor zover er sprake is van juridische kosten voor verzoeker, kan hij aanspraak maken op de gefinancierde rechtsbijstand en/of bijzondere bijstand. Daarnaast is de energietoeslag 2023 verleend in een aparte procedure waardoor verzoeker ten onrechte stelt dat verweerder hem in beroep tegemoet is gekomen.
4. De rechtbank heeft het verzoek op 13 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. J. Sprakel, waarnemend voor de gemachtigde van verzoeker, en de gemachtigde van verweerder. Verzoeker zelf is, met bericht, niet verschenen.
Beoordeling
5. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
6. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is verweerder aan verzoeker tegemoetgekomen of is er anderszins reden voor een proceskostenveroordeling?
7. Verzoeker heeft zijn beroep op 16 mei 2024 ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling. De rechtbank moet daarom beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
7.1
De rechtbank stelt vast dat in dit geval het uiteindelijk inwilligende besluit is genomen op basis van de alsnog door verzoeker gedane aanvraag en daarmee kennelijk op andere gronden dan verzoeker als indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd. Omdat in die zin niet is tegemoetgekomen aan (de gronden van) het beroep, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a van de Awb.
7.2
De rechtbank ziet in wat door verzoeker nog is aangevoerd overigens ook geen grond om verweerder te veroordelen in de kosten van verzoeker in bezwaar en beroep. De rechtbank wijst het verzoek daarom af als ongegrond.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Het indienen van een hogerberoepschrift kan hetzij digitaal via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl hetzij door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep.
Algemene wet bestuursrecht.
Dit volgt uit artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Vergelijk ECLI:NL:RVS:2015:1754 en ECLI:NL:RVS:2019:1481.