Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-04
ECLI:NL:RBMNE:2024:6706
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,184 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5517
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] te Spanje, eiser
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] ).
Inleiding
1. In het besluit van 22 december 2022 (primaire besluit) heeft Dienst Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2022 herzien en vastgesteld op € 1.902,-.
2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dienst Toeslagen heeft het bezwaar op 28 april 2023 ontvangen.
3. In het besluit van 9 juni 2023 (bestreden besluit) heeft Dienst Toeslagen het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser het bezwaar te laat heeft ingediend en daarvoor geen verschoonbare reden heeft gegeven.
4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
5. Dienst Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.
6. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 4 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn partner en de gemachtigden van Dienst Toeslagen.
7. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
9. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
10. Een bezwaar moet schriftelijk en tijdig zijn ingediend. De termijn voor het indienen van het bezwaar bedraagt zes weken. Het primaire besluit dateert van 22 december 2022 en Dienst Toeslagen heeft het bezwaar pas op 28 april 2023 ontvangen. Daarmee staat vast dat het bezwaar te laat is ingediend. De rechtbank moet daarom beoordelen of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dit betekent dat de rechtbank moet kijken of er een geldige reden is dat de termijn voor het indienen van bezwaar overschreden is.
11. Eiser stelt dat hij te laat bezwaar heeft gemaakt omdat hij eerst uitleg wilde over het besluit. Eiser heeft meerdere malen gebeld, maar het was moeilijk om telefonisch contact te krijgen met Dienst Toeslagen en hij werd niet teruggebeld. Hierdoor heeft eiser later bezwaar gemaakt. De rechtbank overweegt dat Dienst Toeslagen tijdens de zitting heeft toegelicht dat op 19 januari 2023 met eiser is gebeld en dat hem toen uitleg is gegeven over het voorschot zorgtoeslag 2022. De rechtbank begrijpt van eiser dat hij daarna nog vragen had en dat hij weer heeft geprobeerd om telefonisch uitleg te krijgen. De rechtbank is echter van oordeel dat een onduidelijke beschikking geen goede reden is om te laat bezwaar te maken.
12. Eiser heeft tijdens de zitting aangevoerd dat hij het overzicht kwijt was door de vele wijzigingen in het voorschot zorgtoeslag en dat hij ook te laat bezwaar heeft gemaakt wegens medische redenen. Eiser heeft dit niet onderbouwd met (medische) gegevens. Eiser heeft dit ook niet eerder aangevoerd. Bovendien is niet gebleken dat hij niet in staat zou zijn om hulp in te schakelen, bijvoorbeeld van zijn partner.
13. Er is dus geen verontschuldigbare reden voor de termijnoverschrijding. Dienst Toeslagen heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie
14. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
15. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2024 door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.