Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-25
ECLI:NL:RBMNE:2024:6648
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,246 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Jordanië),
wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van deze rechtbank van 21 december 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden, wegens poging doodslag;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 21 december 2020;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 9 oktober 2024, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar;
het verlengingsadvies van de reclassering van 17 september 2024, opgemaakt door reclasseringswerker [A] , inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling te beëindigen;
het Pro Justitia-rapport van 19 augustus 2024, opgemaakt door J.C. Zwemstra , psychiater;
de voortgangsverslagen over de betrokkene, over de periode 1 november 2023 tot en met 12 november 2024.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 25 november 2024 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D.M. Moes, advocaat te Amsterdam;
- de reclasseringswerker, [A] .
3Het standpunt van de reclassering
Uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies volgt het volgende.
Bij betrokkene stelde het PBC op 21 februari 2020 als diagnose een autismespectrumstoornis (ASS), een stemmingsstoornis en een probleem in het gebruik van alcohol en mogelijk cannabis. Bij het indexdelict was sprake van een bipolaire I stoornis in het stadium van ernstige manie met psychotische kenmerken.
Betrokkene krijgt sinds zijn verhuizing naar [plaats] intensieve begeleiding thuis. In eerste instantie via VPT (Volledig Pakket Thuis). Inmiddels loopt de begeleiding en ondersteuning via [organisatie 1] en het [organisatie 2] . Zij hebben wekelijks een afspraak met betrokkene. Betrokkene volgt dagbesteding via [organisatie 3] en [organisatie 4] . Beide organisaties richten zich op ICT en het ontwerpen en bouwen van websites. Verder heeft betrokkene bewindvoering.
Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van verdere maatschappelijke inbedding (wonen, werken, financiën en sociaal netwerk). Betrokkene heeft zich ontwikkeld, houdt rekening met zijn beperkingen en accepteert dat hij blijvend ondersteuning nodig zal hebben. Betrokkene heeft moeite met plannen en houden van overzicht, maar lijkt hier met ondersteuning steeds beter op in te kunnen spelen. Het huishouden en de persoonlijke hygiëne ervoer betrokkene lange tijd als belastend, maar hij laat zien hierin gegroeid te zijn. Betrokkene weet dat hij door zijn autisme beïnvloedbaar is en signaleert in die zin niet altijd wat anderen in kwade zin met hem voorhebben. Zo heeft hij in april van dit jaar een drietal personen voor enkele weken onderdak geboden waarvan hij er twee kende vanuit zijn tijd bij [organisatie 5] . Hij heeft dit met niemand besproken en wist ook niets van hun verleden af. Deze kwetsbaarheid zal niet verdwijnen, maar heeft ook niet geleid tot een verhoogd recidiverisico. Betrokkene laat in toenemende mate zien opener te zijn als het gaat om zijn sociale contacten, maakt bespreekbaar waar hij behoefte aan heeft en waar hij tegenaan loopt.
Concluderend functioneert betrokkene stabiel en accepteert hij ondersteuning en begeleiding en neemt hij trouw zijn medicatie in. De ondersteuning van [organisatie 1] en behandeling en begeleiding van [organisatie 2] zal in een vrijwillig kader voortgezet worden indien de tbs-maatregel met voorwaarden beëindigd zal worden. Het advies luidt de terbeschikkingstelling te beëindigen.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht. Betrokkene heeft een erg goed half jaar achter de rug. Hij is erg open geweest, ook richting [organisatie 2] . Met [organisatie 1] is ook een goede samenwerking.
4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundige
Uit het onder 1 genoemde Pro Justitia-rapport volgt het volgende.
Betrokkene heeft zich gedurende het hele traject actief ingezet voor zijn behandeling,
op de [organisatie 5] , het [organisatie 6] , en nu in zijn eigen woning. Hierdoor is het beeld gestabiliseerd en heeft betrokkene ook duidelijk meer zicht gekregen op zijn beperkingen en risicofactoren.
Op dit moment is de paranoïde psychose met medicatie in volledige remissie, is de bipolaire stemmingsstoornis al langere tijd stabiel op medicatie en is betrokkene al langere tijd abstinent van alcohol en cannabis. Daarmee is op dit moment, in de context van het begeleid wonen met wekelijks contact met begeleiders en behandelaren, en het reclasseringstoezicht vanuit de maatregel, de recidivekans sterk verminderd en laag te noemen.
De oplossings- en copingvaardigheden voor slecht overzienbare psychologische situaties blijven beperkt door zijn ASS, maar betrokkene lijkt hierbij meer zicht te hebben op zijn onvermogen en laat zich hierin ook goed begeleiden en ondersteunen door zijn begeleiders en zijn moeder. Betrokkenes naïviteit zal mogelijk weer tot misbruiksituaties en vervolgens frustraties leiden, maar dit was in het verleden niet de achtergrond van de delicten. Anders dan ten tijde van het delict, woont moeder nu in de buurt van betrokkene en is daarmee nog meer beschikbaar als stabiliserende factor. Daarmee lijkt ook op klinische gronden het recidiverisico voor vergelijkbaar delictgedrag laag.
Vanwege de consistente positieve ontwikkeling tot nu toe en betrokkenes intrinsieke motivatie voor voortzetting van de huidige medicatie, voortzetting van de abstinentie van alcohol en cannabis en voortzetting van de begeleiding vanuit [organisatie 1] en behandeling door [organisatie 2] (die beide kunnen doorlopen zonder justitie-kader) is beëindiging van de maatregel verantwoord. Het advies luidt dan ook de terbeschikkingstelling te beëindigen.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting haar vordering gewijzigd. Gelet op hetgeen door de reclassering en de NIFP-psychiater wordt geadviseerd, vraagt zij de rechtbank de schriftelijke vordering af te wijzen, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt beëindigd. Betrokkene voldoet niet meer aan de wettelijke criteria voor verlenging van de maatregel.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de schriftelijke vordering van de officier van justitie af te wijzen, zodat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. Gelet op de rapportages en de verklaring van de reclasseringswerker wordt niet meer voldaan aan het gevaarscriterium.
Beoordeling
Stoornis en recidivegevaar
Uit de Pro Justitia-rapportage blijkt dat op dit moment de paranoïde psychose met medicatie in volledige remissie is. Verder is de bipolaire stemmingsstoornis al langere tijd stabiel met medicatie en is betrokkene al langere tijd abstinent van alcohol en cannabis.
Door de reclassering en de NIFP-psychiater wordt het recidivegevaar bij beëindiging van de maatregel als laag ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de adviezen te twijfelen en neemt deze over.
Beëindiging
De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht neergelegde gevaarscriterium, te weten dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, op betrokkene niet meer van toepassing is.
De rechtbank zal daarom de terbeschikkingstelling van betrokkene niet verlengen.
Dictum
De rechtbank wijst af de schriftelijke vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van 9 oktober 2024 voornoemd.
Deze beslissing is genomen door mr. J.A. Koorevaar, voorzitter, en mrs. D.S. Terporten-Hop en N. van Esch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.N. Aalders als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2024.
Mrs. Koorevaar en Terporten-Hop zijn buiten staat de beslissing mee te ondertekenen.