Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-29
ECLI:NL:RBMNE:2024:6443
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,560 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4792
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: W.G. Vos).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 september 2023.
2. De heffingsambtenaar heeft op 26 juli 2023 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [aanslagnummer] . Eiseres heeft hier bezwaar tegen gemaakt dat is ontvangen op 25 augustus 2023.
3. De heffingsambtenaar heeft, met de bestreden uitspraak van 22 september 2023, het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiseres heeft op 29 september 2023 beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben laten weten dat een zitting achterwege kan blijven. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Overwegingen
5. Op 13 juli 2023 is geconstateerd dat de auto met het kenteken [kenteken 1] stond geparkeerd aan de [straat 1] in Utrecht zonder dat parkeerbelasting was betaald voor het parkeren. Tussen partijen is in geschil of de auto van eiseres rechtmatig geparkeerd stond.
Beoordeling
6. Eiseres stelt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte is opgelegd. In dat kader voert zij aan dat haar auto geparkeerd stond in de straat [straat 2], ter hoogte van nummer [nummer] , en niet op de [straat 1] zoals in de naheffingsaanslag staat vermeld. Eiseres stelt dat zij voor het parkeren in de straat [straat 2] een parkeervergunning heeft, voor parkeerrayon 16.100. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar auto om die reden rechtmatig stond geparkeerd.
7. De heffingsambtenaar heeft in zijn verweerschrift toegelicht dat in de naheffingsaanslag ten onrechte de [straat 1] wordt vermeld maar dat vaststaat dat [straat 2] de juiste locatie betreft. De juiste locatie blijkt tevens uit het brondocument. Om die reden is de heffingsambtenaar van mening dat het griffierecht aan eiseres moet worden vergoed.
8. De heffingsambtenaar stelt vervolgens dat de naheffingsaanslag wel terecht is opgelegd. De parkeervergunning waar eiseres over beschikt was ten tijde van de constatering op 13 juli 2023 tijdelijk gewijzigd en gekoppeld aan een ander voertuig met het kenteken [kenteken 2]. Deze kentekenwijziging is via een aanvraag op de website bij de gemeente Utrecht binnengekomen, waarvoor via DigiD ingelogd dient te worden. De parkeervergunning van eiseres stond vanaf 10 juli 2023 om 17:30 tot 14 juli 2023 17:30 gekoppeld aan het andere kenteken. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de heffingsambtenaar een uitdraai van het Parkeer Vergunningen Systeem overgelegd. Gelet op voorgaande stond de auto van eiseres met kenteken [kenteken 1] op 13 juli 2023 zonder geldige vergunning geparkeerd.
9. De rechtbank volgt de uitleg van de heffingsambtenaar in het kader van de in de naheffingsaanslag vermeldde straatnaam en stelt vast dat sprake is van een gebrek nu er per abuis de verkeerde naam is vermeld. Omdat uit het brondocument de juiste naam is te herleiden en de rechtbank de uitleg van de heffingsambtenaar zoals in het verweerschrift gegeven kan volgen, worden de belangen van eiseres niet onevenredig geschaad en zal de rechtbank het vastgestelde gebrek passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat het gebrek geen gevolgen heeft voor het bestreden besluit. Wel moet de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht aan haar vergoeden.
10. Ten aanzien van de verklaring van de heffingsambtenaar en de daarbij horende uitdraai van het Parkeer Vergunningen Systeem stelt de rechtbank vast dat aan de kant van eiseres geen inhoudelijke reactie op deze uitleg van de heffingsambtenaar is gekomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring aan de kant van de heffingsambtenaar en is daarom van oordeel dat de naheffingsaanslag parkeerbelastingen terecht is opgelegd.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es – de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr.T. Mennen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid
de uitspraak te ondertekenen.
.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.