Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-13
ECLI:NL:RBMNE:2024:6353
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,564 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1419
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden van 7 december 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt eerst of het beroep ontvankelijk is. Dat is volgens de rechtbank niet het geval, omdat eiser is overleden en gemachtigde geen volmacht heeft opgestuurd waaruit blijkt dat hij namens de erfgenamen op mag treden. Daarom komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak. Hieronder wordt de beoordeling van de rechtbank verder uiteengezet.
De gemachtigde heeft op 17 januari 2024 een beroepschrift ingediend, terwijl eiser op [overlijdensdatum] 2023 reeds was overleden. Om vast te stellen of de gemachtigde bevoegd is om namens de erfgenamen van eiser beroep in te stellen, heeft de rechtbank verzocht om een verklaring van erfrecht.
3. Gemachtigde heeft niet gereageerd op het verzoek om een verklaring van erfrecht. Zoals in dat verzoek aangegeven, kan de rechtbank in dat geval het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Door het ontbreken van een verklaring van erfrecht kan de rechtbank namelijk niet vaststellen of gemachtigde een volmacht heeft om namens de erfgenamen van eiser in beroep op te treden.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk en zal dan ook niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Aangezien eiser niet-ontvankelijk is, bestaat voor een proceskostenveroordeling of een veroordeling in het griffierecht geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1419
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden van 7 december 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt eerst of het beroep ontvankelijk is. Dat is volgens de rechtbank niet het geval, omdat eiser is overleden en gemachtigde geen volmacht heeft opgestuurd waaruit blijkt dat hij namens de erfgenamen op mag treden. Daarom komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak. Hieronder wordt de beoordeling van de rechtbank verder uiteengezet.
De gemachtigde heeft op 17 januari 2024 een beroepschrift ingediend, terwijl eiser op [overlijdensdatum] 2023 reeds was overleden. Om vast te stellen of de gemachtigde bevoegd is om namens de erfgenamen van eiser beroep in te stellen, heeft de rechtbank verzocht om een verklaring van erfrecht.
3. Gemachtigde heeft niet gereageerd op het verzoek om een verklaring van erfrecht. Zoals in dat verzoek aangegeven, kan de rechtbank in dat geval het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Door het ontbreken van een verklaring van erfrecht kan de rechtbank namelijk niet vaststellen of gemachtigde een volmacht heeft om namens de erfgenamen van eiser in beroep op te treden.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk en zal dan ook niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Aangezien eiser niet-ontvankelijk is, bestaat voor een proceskostenveroordeling of een veroordeling in het griffierecht geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.