Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-11-13
ECLI:NL:RBMNE:2024:6261
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
880 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6863
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 november 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
de burgemeester van de gemeente Baarn.
Inleiding
1. Verzoeker heeft een kennisgeving gedaan van een demonstratie op zaterdag 2 november 2024. Met het besluit van 31 oktober 2024 heeft de burgemeester naar aanleiding van de kennisgeving voorwaarden gesteld aan de demonstratie.
2. Met het besluit van 1 november 2024 (bestreden besluit) heeft de burgemeester de voorwaarden die aan de demonstratie werden gesteld, herzien. De burgemeester heeft de locatie van de demonstratie verplaatst van een locatie nabij het station van Baarn naar een locatie nabij Kasteel Groeneveld.
3. Tegen het bestreden besluit heeft verzoeker schriftelijk bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit te schorsen, omdat de vrijheid van meningsuiting door het besluit van de burgemeester met voeten is getreden. In verband met het spoedeisende karakter verzoekt hij om het besluit van de burgemeester te schorsen.
4. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
6. De demonstratie was toegestaan op zaterdag 2 november 2024 van 14.00 uur tot 16.00 uur. Het verzoek om voorlopige voorziening is gedateerd op 4 november 2024 en door de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank ontvangen op 5 november 2024.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het vereiste spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. Ten tijde van het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening op 4 november 2024 was de datum waarop de demonstratie gehouden mocht worden al verstreken. Dit betekent dat het rechtsgevolg van het bestreden besluit al is ingetreden en onomkeerbaar is. Hierdoor is het niet meer mogelijk om de rechtsgevolgen te schorsen. Niet is gebleken van andere belangen die maken dat de uitkomst van de bezwaarprocedure, waarin de rechtmatigheid van het bestreden besluit aan de orde komt, niet kan worden afgewacht.
Conclusie
8. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet als ongegrond worden afgewezen. Dit is zo duidelijk, dat daarvoor geen zitting bij de voorzieningenrechter nodig is. De burgemeester hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.