Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-04
ECLI:NL:RBMNE:2024:6253
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,678 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2364
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2024 in de zaak tussen
mr. D.A.N. Bartels veronderstellenderwijs handelend namens, [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 15 mei 2023, ontvangen op 19 mei 2023, tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 2 mei 2023, verzonden op 6 mei 2023. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
De zitting heeft met een MS-Teams verbinding plaatsgevonden op 2 september 2024.
Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun respectieve gemachtigden.
Overwegingen
1. Het beroep is veronderstellenderwijs door mr. Bartels ingesteld namens
[eiseres] B.V. Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als dit niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo’n vereiste is het overleggen van een machtiging als de rechtbank daarom verzocht heeft. Als iemand beroep instelt namens een rechtspersoon, moeten er ook uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en – indien nodig – statuten worden overgelegd, zodat er aangetoond wordt dat de persoon die de machtiging heeft ondertekend ook bevoegd is om de machtiging namens de rechtspersoon te ondertekenen. Voordat het beroep
niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
2. Het beroepschrift is ingediend door mr. Bartels. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [eiseres] B.V. De heer mr. Bartels heeft bij het beroepschrift geen machtiging, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en statuten overgelegd. De rechtbank heeft mr. Bartels bij brief van 9 juni 2023 verzocht om binnen vier weken alsnog een machtiging, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten in te dienen. Bij brief van 29 juni 2023 heeft mr. Bartels een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd. Hieruit is gebleken dat een kopie van de statuten niet nodig is in deze zaak om de bevoegde bestuurders van [eiseres] B.V. te controleren. De machtiging is ondertekend door [bestuurder 1] met de datum 6 april/mei 2022. Een machtiging mag niet ouder dan één jaar zijn. De machtiging voldoet niet aan de wettelijke vereisten
3. De rechtbank heeft mr. Bartels bij aangetekende brief van 29 augustus 2023 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een toereikende machtiging – van niet ouder dan één jaar – in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens
[eiseres] B.V. beroep in te stellen en in beroep op te treden. In deze brief staat dat als mr. Bartels niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet of uitstel vraagt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Bij brief gedateerd op 25 maart 2024, ontvangen op
5 augustus 2024, heeft mr. Bartels een nieuwe machtiging overgelegd. De machtiging is ondertekend door [bestuurder 1] met datum 21 april 2019.
4. De rechtbank kan aldus aan de hand van de overgelegde machtigingen niet vaststellen dat mr. Bartels bevoegd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen. Er is dan ook in beroep geen toereikende machtiging overgelegd, terwijl mr. Bartels wel in de gelegenheid is gesteld om dat verzuim te herstellen. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
5. Tijdens de behandeling van het beroep op zitting heeft mr. Bartels aangegeven dat hij twee machtigingen heeft aangeleverd van beide bestuurders van [eiseres] B.V. ( [bestuurder 1] en [bestuurder 2] ) en daarmee heeft voldaan aan het herstelverzuim. De machtigingen zijn ook te vinden in de gedingstukken van verweerder.
6. De rechtbank is van oordeel dat mr. Bartels geen toereikende machtiging(en) heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen.
De heer mr. Bartels heeft twee machtigingen overgelegd in de beroepsprocedure van
[bestuurder 1] . De eerste machtiging is ondertekend met datum 6 april/mei 2022 en de tweede machtiging is ondertekend met datum 21 april 2019. Dit is te oud. In de aangeleverde gedingstukken van verweerder is een machtiging overgelegd van
[bestuurder 2] met datum 28 april 2021. Dit is ook een te oude machtiging. De datum van ondertekening van een machtiging mag niet ouder zijn dan één jaar vanaf de datum van ontvangst van het beroepschrift. Dit vereiste is ook duidelijk opgevraagd per aangetekende brief van 29 augustus 2023. De machtigingen voldoen niet aan de wettelijke vereisten. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de machtiging, met ontvangstdatum 5 augustus 2024, ruimschoots buiten de gestelde termijn is aangeleverd. De rechtbank is van oordeel dat mr. Bartels genoeg tijd heeft gehad om binnen het gestelde termijn het verzuim te herstellen. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd en dat een geldige reden daarvoor ontbreekt. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is het niet aanleveren van een toereikende machtiging een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
7. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De overschrijding van de redelijke termijn
8. Mr. Bartels heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over de belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat [eiseres] B.V. beroep wenste in te stellen en een procedure wilde starten. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld dat [eiseres] B.V. immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af .
9. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van A.F. Klomp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 8:24 van de Awb.
ECLI:NL:RBMNE:2020:2390.
ECLI:NL:RBMNE:2023:1260.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2364
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2024 in de zaak tussen
mr. D.A.N. Bartels veronderstellenderwijs handelend namens, [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 15 mei 2023, ontvangen op 19 mei 2023, tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 2 mei 2023, verzonden op 6 mei 2023. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
De zitting heeft met een MS-Teams verbinding plaatsgevonden op 2 september 2024.
Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun respectieve gemachtigden.
Overwegingen
1. Het beroep is veronderstellenderwijs door mr. Bartels ingesteld namens
[eiseres] B.V. Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als dit niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo’n vereiste is het overleggen van een machtiging als de rechtbank daarom verzocht heeft. Als iemand beroep instelt namens een rechtspersoon, moeten er ook uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en – indien nodig – statuten worden overgelegd, zodat er aangetoond wordt dat de persoon die de machtiging heeft ondertekend ook bevoegd is om de machtiging namens de rechtspersoon te ondertekenen. Voordat het beroep
niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
2. Het beroepschrift is ingediend door mr. Bartels. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [eiseres] B.V. De heer mr. Bartels heeft bij het beroepschrift geen machtiging, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en statuten overgelegd. De rechtbank heeft mr. Bartels bij brief van 9 juni 2023 verzocht om binnen vier weken alsnog een machtiging, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten in te dienen. Bij brief van 29 juni 2023 heeft mr. Bartels een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd. Hieruit is gebleken dat een kopie van de statuten niet nodig is in deze zaak om de bevoegde bestuurders van [eiseres] B.V. te controleren. De machtiging is ondertekend door [bestuurder 1] met de datum 6 april/mei 2022. Een machtiging mag niet ouder dan één jaar zijn. De machtiging voldoet niet aan de wettelijke vereisten
3. De rechtbank heeft mr. Bartels bij aangetekende brief van 29 augustus 2023 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een toereikende machtiging – van niet ouder dan één jaar – in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens
[eiseres] B.V. beroep in te stellen en in beroep op te treden. In deze brief staat dat als mr. Bartels niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet of uitstel vraagt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Bij brief gedateerd op 25 maart 2024, ontvangen op
5 augustus 2024, heeft mr. Bartels een nieuwe machtiging overgelegd. De machtiging is ondertekend door [bestuurder 1] met datum 21 april 2019.
4. De rechtbank kan aldus aan de hand van de overgelegde machtigingen niet vaststellen dat mr. Bartels bevoegd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen. Er is dan ook in beroep geen toereikende machtiging overgelegd, terwijl mr. Bartels wel in de gelegenheid is gesteld om dat verzuim te herstellen. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
5. Tijdens de behandeling van het beroep op zitting heeft mr. Bartels aangegeven dat hij twee machtigingen heeft aangeleverd van beide bestuurders van [eiseres] B.V. ( [bestuurder 1] en [bestuurder 2] ) en daarmee heeft voldaan aan het herstelverzuim. De machtigingen zijn ook te vinden in de gedingstukken van verweerder.
6. De rechtbank is van oordeel dat mr. Bartels geen toereikende machtiging(en) heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen.
De heer mr. Bartels heeft twee machtigingen overgelegd in de beroepsprocedure van
[bestuurder 1] . De eerste machtiging is ondertekend met datum 6 april/mei 2022 en de tweede machtiging is ondertekend met datum 21 april 2019. Dit is te oud. In de aangeleverde gedingstukken van verweerder is een machtiging overgelegd van
[bestuurder 2] met datum 28 april 2021. Dit is ook een te oude machtiging. De datum van ondertekening van een machtiging mag niet ouder zijn dan één jaar vanaf de datum van ontvangst van het beroepschrift. Dit vereiste is ook duidelijk opgevraagd per aangetekende brief van 29 augustus 2023. De machtigingen voldoen niet aan de wettelijke vereisten. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de machtiging, met ontvangstdatum 5 augustus 2024, ruimschoots buiten de gestelde termijn is aangeleverd. De rechtbank is van oordeel dat mr. Bartels genoeg tijd heeft gehad om binnen het gestelde termijn het verzuim te herstellen. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd en dat een geldige reden daarvoor ontbreekt. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is het niet aanleveren van een toereikende machtiging een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
7. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De overschrijding van de redelijke termijn
8. Mr. Bartels heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over de belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat [eiseres] B.V. beroep wenste in te stellen en een procedure wilde starten. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld dat [eiseres] B.V. immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af .
9. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van A.F. Klomp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 8:24 van de Awb.
ECLI:NL:RBMNE:2020:2390.
ECLI:NL:RBMNE:2023:1260.