Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-02-07
ECLI:NL:RBMNE:2024:599
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,176 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2201
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
(gemachtigde: mr. L.E. Roberts-Hafkamp),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde partij] B.V. uit [plaats 2] (exwerkgever).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het Uwv van 13 maart 2023 (het bestreden besluit). Verzoeker heeft het beroep ingetrokken omdat hij per latere datum alsnog 80-100% arbeidsongeschikt is geacht.
1.1.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen aanleiding is om proceskosten te vergoeden, omdat het bestreden besluit niet is herroepen, niet onrechtmatig is en de latere beslissing ziet op een andere beoordelingsdatum.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
5. Op 27 januari 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin zijn bezwaar ongegrond is verklaard en is medegedeeld dat verzoeker ongewijzigd 46,50% arbeidsongeschikt is. Het besluit waarin het Uwv verzoeker alsnog 80100% arbeidsongeschikt acht per latere datum staat los van deze procedure. De rechtbank overweegt dat het Uwv geen in het bestreden besluit ingenomen standpunt heeft herzien, maar een geheel nieuw besluit heeft genomen naar aanleiding van de melding toegenomen arbeidsongeschiktheid van 29 mei 2023 en 26 juni 2023. De rechtbank concludeert daarom dat het Uwv met het wijzigen van het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 80-100% per latere datum niet geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan verzoeker. Het besluit is kennelijk genomen op andere gronden dan verzoeker in het beroepschrift heeft aangevoerd. Voor een toekenning van proceskosten en griffierecht bestaat daarom geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
7 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2201
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
(gemachtigde: mr. L.E. Roberts-Hafkamp),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde partij] B.V. uit [plaats 2] (exwerkgever).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het Uwv van 13 maart 2023 (het bestreden besluit). Verzoeker heeft het beroep ingetrokken omdat hij per latere datum alsnog 80-100% arbeidsongeschikt is geacht.
1.1.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen aanleiding is om proceskosten te vergoeden, omdat het bestreden besluit niet is herroepen, niet onrechtmatig is en de latere beslissing ziet op een andere beoordelingsdatum.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
5. Op 27 januari 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin zijn bezwaar ongegrond is verklaard en is medegedeeld dat verzoeker ongewijzigd 46,50% arbeidsongeschikt is. Het besluit waarin het Uwv verzoeker alsnog 80100% arbeidsongeschikt acht per latere datum staat los van deze procedure. De rechtbank overweegt dat het Uwv geen in het bestreden besluit ingenomen standpunt heeft herzien, maar een geheel nieuw besluit heeft genomen naar aanleiding van de melding toegenomen arbeidsongeschiktheid van 29 mei 2023 en 26 juni 2023. De rechtbank concludeert daarom dat het Uwv met het wijzigen van het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 80-100% per latere datum niet geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan verzoeker. Het besluit is kennelijk genomen op andere gronden dan verzoeker in het beroepschrift heeft aangevoerd. Voor een toekenning van proceskosten en griffierecht bestaat daarom geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
7 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).