Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-04
ECLI:NL:RBMNE:2024:5705
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,749 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11127687 UE VERZ 24-148 LvdH/1470
Beschikking van 4 oktober 2024
inzake
[verzoeker]
,
wonend in [woonplaats] ,
verder ook te noemen [verzoeker] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. J.B.A.M.E. Leushuis,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [verweerster] ,
verwerende partij,
niet verschenen.
1Het verloop van de procedure
1.1.
[verzoeker] heeft op 27 mei 2024 een verzoekschrift, met 9 producties, ingediend. Van de zijde van [verweerster] is geen verweerschrift ontvangen.
1.2.
Op 5 juli 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens [verweerster] is niemand verschenen. Omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de oproep voor de mondelinge behandeling [verweerster] heeft bereikt, heeft de kantonrechter een nieuwe mondelinge behandeling bepaald, waarvoor [verweerster] per deurwaardersexploot diende te worden opgeroepen.
1.3.
De nieuwe mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 september 2024. Daarbij is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens [verweerster] is niemand verschenen. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [verzoeker] een afschrift van de deurwaarder overgelegd, waaruit blijkt dat zowel het deels gewijzigde verzoekschrift als de oproep voor de mondelinge behandeling bij de rechtbank op het van [verweerster] bekende adres zijn betekend.
1.4.
De kantonrechter zal een beslissing nemen op het ingediende verzoek op basis van de beschikbare stukken.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoeker] is op 1 september 2022 in dienst getreden van [verweerster] in de functie van verkoopmedewerker. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 31 maart 2024.
2.2.
Na afloop van het dienstverband heeft [verzoeker] geen transitievergoeding, het vakantiegeld en de niet-genoten vakantiedagen niet uitbetaald gekregen. In deze procedure maakt [verzoeker] aanspraak op deze vergoedingen, te verhogen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
Beoordeling
Transitievergoeding
3.1.
[verzoeker] verzoekt [verweerster] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 627,56 netto aan transitievergoeding. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd als het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Dat hiervan sprake zou zijn, is niet gebleken.
3.2.
Bij de berekening is [verzoeker] uitgegaan van zijn netto maandelijks loon, bij gebrek aan wetenschap over de hoogte van zijn brutoloonbedrag. Nu dit alles door [verweerster] niet is betwist, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van deze berekening en zal het verzochte bedrag worden toegewezen. Ook de hierover verzochte wettelijke rente kan worden toegewezen.
Vakantiegeld en vakantiedagen
3.3.
[verzoeker] verzoekt [verweerster] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 1.272,00 netto aan vakantiegeld en € 1.221,63 netto aan niet-genoten vakantiedagen. De verzochte bedragen kunnen als niet weersproken worden toegewezen.
Ook de verzochte wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen worden toegewezen.
Afgifte salarisspecificatie
3.4.
[verweerster] zal worden veroordeeld tot betaling van de afgifte van de salarisspecificatie waaruit de betaling van voornoemde bedragen zal blijken.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.5.
[verzoeker] heeft betaling verzocht van een bedrag van € 500,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Dit bedrag kan als niet weersproken worden toegewezen.
Proceskosten
3.6.
[verweerster] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten van [verzoeker] worden begroot op
€ 108,09 aan explootkosten, € 387,96 aan beslagkosten, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten, in totaal € 1.174,05.
De over de proceskosten verzochte wettelijke rente kan worden toegewezen.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [verweerster] tot betaling aan [verzoeker] van:
- een bedrag van € 627,56 netto aan transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2024 tot het moment van volledige betaling;
- een bedrag van € 1.272,00 netto aan vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW tot een maximum van 50% en de wettelijke rente vanaf 31 maart 2024 tot het moment van volledige betaling;
- een bedrag van € 1.221,63 netto aan niet-genoten vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW tot een maximum van 50% en de wettelijke rente vanaf 31 maart 2024 tot het moment van volledige betaling;
- een bedrag van € 500,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.2.
veroordeelt [verweerster] tot afgifte van een salarisspecificatie van de betaling aan [verzoeker] van de transitievergoeding, het vakantiegeld en de niet-genoten vakantiedagen;
4.3.
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten van € 1.174,05, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verweerster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verweerster] ook de kosten van betekening betalen;
4.4.
veroordeelt [verweerster] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
4.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2024.