Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-09-25
ECLI:NL:RBMNE:2024:5540
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,502 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11225775 \ UC EXPL 24-4998
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. D. van Hilten,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord
1.2.
Op 16 september 2024 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Hoewel deugdelijk opgeroepen, was er niemand namens [eiseres] aanwezig. [gedaagde] was aanwezig samen met haar partner de heer [A] .
1.3.
De rechter heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat uiterlijk op 16 oktober 2024, maar waarschijnlijk al eerder, vonnis zal worden gewezen.
2Kern van de zaak
2.1.
[eiseres] heeft aan [gedaagde] een jurk met kralenwerk (takchita) verhuurd. [eiseres] vordert € 250,- schadevergoeding omdat er bij het terugbrengen van de jurk een aantal draadjes loszaten. De vordering wordt afgewezen.
Beoordeling
3.1.
De vordering tot vergoeding van schade wordt afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat de draadjes los zijn geraakt tijdens de verhuur van de jurk aan [gedaagde] .
3.2.
[eiseres] en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten voor de huur van een jurk. Op grond van die huurovereenkomst moet [gedaagde] de jurk terugbrengen in de staat ‘waarin die zich verkeert’. Het staat echter niet vast wat de staat van de jurk bij aanvang van de huur was. [eiseres] heeft namelijk geen foto’s gemaakt en er is ook geen beschrijving gemaakt. Omdat een beschrijving van de staat ontbreekt, wordt op grond van de wet vermoed dat [gedaagde] de jurk aan het begin van de huurperiode van [eiseres] heeft ontvangen zoals zij deze bij het einde van de huur heeft teruggebracht (dus met een aantal losse draadjes). [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd dat de staat bij aanvang een andere was, om dit vermoeden te weerleggen.
3.3.
Overigens zou de uitkomst van deze procedure niet anders zijn als de draadjes wél zouden zijn losgeraakt tijdens de verhuur aan [gedaagde] . Een huurster is namelijk niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van normale slijtage en het losraken van een paar draadjes is naar het oordeel van de kantonrechter het gevolg van normale slijtage. [eiseres] kan, als verhuurder van jurken, ook verwachten dat bij de verhuur af en toe een draadje losraakt.
3.4.
Tot slot heeft [eiseres] ook de hoogte van de schade (€ 250,00) niet onderbouwd. Zij heeft een aankoopbon overgelegd, maar heeft niet onderbouwd wat de kosten van herstel van de jurk zouden zijn. Ook dit is een reden voor afwijzing van de vordering.
3.5.
De hoofdvordering wordt afgewezen en daarom is [gedaagde] ook geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.
3.6.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten
€
50,00
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
70,00
Dictum
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 70,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.
Artikel 7:224 lid 2 BW.
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11225775 \ UC EXPL 24-4998
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. D. van Hilten,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord
1.2.
Op 16 september 2024 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Hoewel deugdelijk opgeroepen, was er niemand namens [eiseres] aanwezig. [gedaagde] was aanwezig samen met haar partner de heer [A] .
1.3.
De rechter heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat uiterlijk op 16 oktober 2024, maar waarschijnlijk al eerder, vonnis zal worden gewezen.
2Kern van de zaak
2.1.
[eiseres] heeft aan [gedaagde] een jurk met kralenwerk (takchita) verhuurd. [eiseres] vordert € 250,- schadevergoeding omdat er bij het terugbrengen van de jurk een aantal draadjes loszaten. De vordering wordt afgewezen.
Beoordeling
3.1.
De vordering tot vergoeding van schade wordt afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat de draadjes los zijn geraakt tijdens de verhuur van de jurk aan [gedaagde] .
3.2.
[eiseres] en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten voor de huur van een jurk. Op grond van die huurovereenkomst moet [gedaagde] de jurk terugbrengen in de staat ‘waarin die zich verkeert’. Het staat echter niet vast wat de staat van de jurk bij aanvang van de huur was. [eiseres] heeft namelijk geen foto’s gemaakt en er is ook geen beschrijving gemaakt. Omdat een beschrijving van de staat ontbreekt, wordt op grond van de wet vermoed dat [gedaagde] de jurk aan het begin van de huurperiode van [eiseres] heeft ontvangen zoals zij deze bij het einde van de huur heeft teruggebracht (dus met een aantal losse draadjes). [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd dat de staat bij aanvang een andere was, om dit vermoeden te weerleggen.
3.3.
Overigens zou de uitkomst van deze procedure niet anders zijn als de draadjes wél zouden zijn losgeraakt tijdens de verhuur aan [gedaagde] . Een huurster is namelijk niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van normale slijtage en het losraken van een paar draadjes is naar het oordeel van de kantonrechter het gevolg van normale slijtage. [eiseres] kan, als verhuurder van jurken, ook verwachten dat bij de verhuur af en toe een draadje losraakt.
3.4.
Tot slot heeft [eiseres] ook de hoogte van de schade (€ 250,00) niet onderbouwd. Zij heeft een aankoopbon overgelegd, maar heeft niet onderbouwd wat de kosten van herstel van de jurk zouden zijn. Ook dit is een reden voor afwijzing van de vordering.
3.5.
De hoofdvordering wordt afgewezen en daarom is [gedaagde] ook geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.
3.6.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten
€
50,00
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
70,00
Dictum
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 70,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.
Artikel 7:224 lid 2 BW.