Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-09-09
ECLI:NL:RBMNE:2024:5291
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,594 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Familierecht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/578307 / KG ZA 24-372
Vonnis in kort geding van 9 september 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. B. Blom,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. C. Waanders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de betekende dagvaarding van 15 augustus 2024; - de conclusie van antwoord met eis in reconventie (tegenvordering);
- de e-mail van 22 augustus 2024 van de moeder met bijlage; - de mondelinge behandeling van 23 augustus 2024, waarbij de vader en zijn advocaat en de advocaat van de moeder aanwezig waren; - de aanhouding bedoeld voor de vader om de Pro Justitia rapportage te overleggen;
- de e-mail van 23 augustus 2024 van de vader met bijlage;
- de e-mail van 29 augustus 2024 van de vader met bijlage.
Feiten
2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. De rechtbank Rotterdam heeft op
[2022] de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
2.2.
Partijen hebben samen twee kinderen:
[minderjarige 1]
, geboren op [2019] in [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2]
, geboren op [2020] in [geboorteplaats] .
De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de moeder.
2.3.
Onderdeel van de echtscheidingsbeschikking is een ouderschapsplan. Daarin hebben partijen – voor zover hier van belang – afgesproken dat:
“Basisregeling
4.2
De ouders zijn de navolgende zorgregeling overeengekomen, ingaande maandag 3 januari 2022:
In de oneven weekends verblijven de kinderen bij de moeder en de even weekends bij de vader.
Week 1: bij moeder
Week 2: bij vader
Week 3: bij moeder
Week 4: bij vader
etc.
Dit betreft de volgende tijdstippen:
van zaterdagochtend 10.30 uur (moeder brengt naar vader)
tot zondagavond 17.30 uur (vader brengt naar moeder).
[…]
4.3.
Tevens spreken de ouders het volgende af:
Indien moeder en de kinderen in de toekomst verhuizen (na schriftelijke toestemming van de andere ouder), naar een nieuwe woning en deze binnen een straal van 45 kilometer rondom de verblijfplaats van vader (conform Basis Registratie Personen) valt, dan wordt de basisregeling automatisch uitgebreid met:
i. extra omgang met en bij de vader: in de oneven weken op woensdagmiddag uit school tot de volgende donderdagochtend naar school. Vader draagt hierbij zorg voor uit school halen en volgende dag naar school brengen.
ii. Indien één van de kinderen nog niet schoolgaand is, handelt (i) om het schoolgaande kind en blijft het niet-schoolgaande kind bij moeder.
[…]”
2.4.
De moeder is in oktober 2023 naar [plaats] verhuisd. De vader heeft verzocht om uitbreiding van de zorgregeling overeenkomstig het ouderschapsplan. De moeder heeft dit geweigerd.
2.5.
In de eerste helft van november 2023 heeft de moeder de zorgregeling stopgezet. Sindsdien heeft de vader de kinderen niet meer gezien. Op 27 november 2023 heeft zij aangifte tegen de vader gedaan.
2.6.
De vader is op 30 november 2023 aangehouden en hij heeft vervolgens langdurig in voorarrest heeft gezeten.
2.7.
Volgens de voorlopige tenlastelegging wordt de vader – voor zover hier relevant – verdacht van:
eenvoudige mishandeling van de moeder in het laatste half jaar van de relatie, meermalen gepleegd;
eenvoudige mishandeling van zijn kinderen omdat de eenvoudige mishandeling van de moeder in het bijzijn van de kinderen zou hebben plaatsgevonden;
dwang begaan tegen de moeder;
een eenmalige eenvoudige mishandeling van zijn huidige partner.
2.8.
De vader heeft de eenvoudige mishandelingen van de moeder deels bekend, in die zin dat hij haar een paar maal hardhandig zou hebben vastgepakt. Volgens de vader zijn de kinderen daar niet bij aanwezig geweest. De vader ontkent ook de dwang, en de eenvoudige mishandeling van zijn huidige vriendin.
2.9.
De vader is op 15 maart 2024 geschorst uit voorlopige hechtenis onder voorwaarde van onder meer een contactverbod met de moeder en medewerking aan een Pro Justitia rapportage (triple). Er is geen contactverbod met de kinderen opgelegd.
3De vorderingen over en weer
3.1.
De vader vordert - samengevat – een regeling te bepalen waarbij de kinderen om de week onder begeleiding van zijn partner of opa (vaderszijde) de vader kunnen zien op een neutrale plek door middel van een opbouwregeling die opbouwt naar een regeling zoals door partijen overeengekomen in het ouderschapsplan, waarbij de partner van de vader of opa (vaderszijde) de overdracht van de kinderen van en naar de moeder voor haar/zijn rekening neemt, op straffe van een dwangsom te betalen door de moeder voor iedere dag/dagdeel dat zij niet meewerkt.
3.2.
Daarnaast vordert de vader de moeder te veroordelen om hem tweewekelijks informatie over de kinderen te verstrekken per e-mail, voorzien van een recente foto, desnoods te verstrekken via de advocaat van de vader op straffe van een dwangsom.
3.3.
De moeder voert verweer. De moeder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vader, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de vader. In reconventie vordert zij vervangende toestemming voor de (voortzetting van de) behandeling(en) van beide kinderen bij [instelling] .
3.4.
De vader heeft bij e-mail van 29 augustus 2024 alsnog toestemming verleend voor de behandeling van beide kinderen bij [instelling] .
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vader gedeeltelijk toe, zoals hierna onder het kopje ‘De beslissing’ staat vermeld. De vordering van de moeder wordt afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
De vorderingen van de vader
Spoedeisend belang
4.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of de vader ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Dat is zo. Er is namelijk sinds november 2023 geen enkel contact tussen de vader en de kinderen geweest terwijl er daarvoor regelmatig contact was.
Zorgregeling
4.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling nog steeds leidend is, omdat die zorgregeling niet door de rechtbank of door partijen gezamenlijk bij latere overeenkomst is gewijzigd en er geen contactverbod tussen de vader en de kinderen is opgelegd. Wel is de feitelijke uitvoering van de zorgregeling tijdelijk niet mogelijk geweest omdat de vader in voorlopige hechtenis zat. Dat is nu niet meer het geval. In beginsel moet de moeder de zorgregeling dus weer nakomen. Zij vordert ook geen ontzegging van de omgang, wat wel op haar weg ligt als zij meent dat er geen omgang tussen de vader en de kinderen kan zijn.
4.4.
De vader vordert overigens geen onverkorte nakoming van de overeengekomen zorgregeling, maar een beperkte opbouwregeling onder begeleiding. Die vordering is op grond van het voorgaande toewijsbaar, tenzij hervatting van het contact tussen de vader en de kinderen in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit laatste niet het geval is. De voorzieningenrechter licht dit nader toe.
4.5.
In deze procedure is onvoldoende vast komen staan dat de vader de kinderen heeft mishandeld. Er worden de vader, ook na diepgravend onderzoek door justitie, geen feitelijke geweldshandelingen jegens de kinderen (meer) ten laste gelegd, maar hem wordt nog ‘slechts’ verweten dat de kinderen getuige zouden zijn geweest van huiselijk geweld jegens de moeder. Als dit al het geval zou zijn dan levert dit op zichzelf geen reden op de vader het contact met zijn kinderen te ontzeggen. De zorgregeling is immers overeengekomen nadat de vermeende strafbare feiten tegen de moeder zijn gepleegd en is geruime tijd uitgevoerd. Verder duiden de bewoordingen over gezamenlijk ouderschap die partijen in het ouderschapsplan gebruiken er niet op dat er ten tijde van de relatiebreuk redenen waren om geen gebruikelijke omgang met de vader toe te staan. De moeder heeft de zorgregeling, nadat de vader om uitbreiding conform het ouderschapsplan had verzocht, in november 2023 eigenmachtig stopgezet naar aanleiding van beweerdelijke signalen van de kinderen die zij (uiteindelijk) heeft geïnterpreteerd als het resultaat van kindermishandeling door de vader. De moeder stelt dat de kinderen vanaf het begin af aan regelmatig terugkwamen met eczeem en/of luieruitslag. Ook zag zij soms bulten op hun hoofdjes, schrammen en blauwe plekken waardoor zij eerst veronderstelde dat de vader niet goed op de kinderen lette en zij zichzelf hadden bezeerd. De moeder ging steeds vaker afwijkend gedrag bij de kinderen zien. Zij kwamen na een weekend bij de vader uitgeput terug en hadden veel honger en dorst, wat haar deed vermoeden dat de vader hen te weinig eten en drinken gaf. Vanaf juni 2023 verergerde de situatie, aldus (nog steeds) de moeder. De kinderen kregen nachtmerries, verloren hun zindelijkheid en werden angstig. In oktober 2023 kwamen de kinderen versuft thuis, waren zij slecht aanspreekbaar en gaven zij weinig response. [minderjarige 2 (voornaam)] had rode vlekken en verwondingen op zijn beide oogleden. De kinderen vertelden de moeder onder andere dat zij werden opgesloten in hun kamer. In november 2023 sprak [minderjarige 1 (voornaam)] volgens de moeder uit dat hij en [minderjarige 2 (voornaam)] door de vader werden geslagen.
4.6.
Veilig Thuis en het Centrum voor Jeugd en Gezin zijn betrokken (geweest) en beide kinderen zijn onderzocht door [instelling] . [instelling] constateert bij [minderjarige 1 (voornaam)] kwetsbaarheden op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling en in de prikkelverwerking. Verder zijn angst- en paniekklachten vastgesteld en is geconstateerd dat [minderjarige 1 (voornaam)] waakzaam is en veel behoefte heeft aan nabijheid van volwassenen. [minderjarige 1 (voornaam)] voldoet aan de criteria van PTSS aldus [instelling] , maar de klachten zouden ook deels kunnen passen bij ASS. Ook bij [minderjarige 2 (voornaam)] zijn angst- en paniekklachten vastgesteld en gedrag passend bij een jongere leeftijd, maar ook wordt geconstateerd dat [minderjarige 2 (voornaam)] een goede ontwikkeling heeft doorgemaakt, waardoor de klachten nog in verminderde mate aanwezig zijn. [instelling] legt een link tussen de klachten en de beweerdelijke signalen van kindermishandeling, maar dit is gebaseerd op het verhaal van de moeder. Wel lijkt duidelijk dat de klachten het gevolg zijn van voor de kinderen traumatische gebeurtenissen.
4.7.
De vader heeft steeds stellig ontkend dat hij de kinderen heeft mishandeld of niet goed voor hen heeft gezorgd. Hij wijst erop dat sprake is geweest van een tumultueus einde aan de relatie, een complexe scheiding, meerdere verhuizingen van de kinderen en hierdoor wisselingen van kinderdagverblijf, nieuwe partners in het leven van partijen, een abrupt einde aan het contact met de vader en een studioverhoor van [minderjarige 1 (voornaam)] . De voorzieningenrechter constateert daarnaast dat sprake is van een ernstig verstoorde verhouding tussen partijen en dat de moeder geen vertrouwen heeft in de opvoedvaardigheden van de vader. Deze factoren kunnen ongetwijfeld ook een nadelig effect hebben (gehad) op de ontwikkeling van de kinderen en de omgang onder druk zetten.
4.8.
Hoe dan ook, er lijkt wel sprake te zijn van serieuze klachten, waarvoor de kinderen behandeling nodig hebben. Op zichzelf betekent dat echter niet dat er geen mogelijkheid is voor contactherstel met hun vader. De kinderen en hun vader hebben immers recht op omgang met elkaar en hoe langer het contactherstel wordt uitgesteld hoe moeilijker dit wordt. Wel dient het contact voorzichtig opgebouwd te worden, omdat er al lang geen contact is geweest en moet het veilig moet zijn, waarbij de draagkracht van de kinderen leidend is. Ook moet rekening worden gehouden met de draagkracht van de moeder omdat zij op dit moment de hoofdverzorger- en opvoeder van de kinderen is. De moeder is in therapie in verband met haar beweerdelijke ervaringen met de vader.
4.9.
De voorzieningenrechter acht het daarom van belang dat het contactherstel tussen de vader en de kinderen onder professionele begeleiding plaatsvindt op een neutrale plaats. Een professional kan beter dan een welwillende partner of opa de interactie tussen de kinderen en de vader beoordelen, alsook de draagkracht van de kinderen. De voorzieningenrechter begrijpt dat de instanties enigszins terughoudend zijn om een contactherstel te faciliteren gezien het lopende strafproces en de uitzonderlijk stevige inzet van justitie, maar dit mag geen reden zijn de kinderen en hun vader nog langer hun recht op contact te onthouden. De vader heeft aangeboden een professional die de omgang kan begeleiden te regelen en indien nodig te betalen. De voorzieningenrechter denkt daarbij aan een organisatie die door professionals begeleide omgang aanbiedt dan wel een vrijgevestigde orthopedagoog of psycholoog (BIG-geregistreerd) die ervaring heeft met getraumatiseerde kinderen. De voorzieningenrechter verwacht van de moeder dat zij instemt met ieder redelijk voorstel van de vader dat aan deze voorwaarden voldoet.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
stelt een voorlopige zorgregeling vast die inhoudt dat de kinderen twee uur per twee weken onder begeleiding van een door de vader te regelen en indien nodig te betalen professioneel omgangsbegeleider (via een organisatie die dit aanbiedt dan wel een vrijgevestigd orthopedagoog of psycholoog (BIG-geregistreerd) met ervaring met getraumatiseerde kinderen) omgang hebben met de vader op een neutrale plek, in opbouw naar de regeling zoals door partijen is overeengekomen in het ouderschapsplan, waarbij de partner van de vader dan wel opa (vaderszijde) of een door de moeder aangewezen persoon de overdracht van de kinderen van en naar de moeder voor haar/zijn rekening neemt;
5.2.
veroordeelt de moeder om aan de vader een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij, na betekening van dit vonnis, niet aan de veroordeling onder 5.1. voldoet, tot een maximum van € 20.000,- is bereikt;
5.3.
veroordeelt de moeder om de vader tweewekelijks informatie over de kinderen te verstrekken per e-mail, voorzien van een recente foto, desgewenst via de advocaat van de vader;
5.4.
veroordeelt de moeder om aan de vader een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 5.3. voldoet, tot een maximum van € 20.000,- is bereikt, te voldoen vanaf het moment van betekening van dit vonnis aan de moeder;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2024 door mr. R.M. Maliepaard.
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Familierecht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/578307 / KG ZA 24-372
Vonnis in kort geding van 9 september 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. B. Blom,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. C. Waanders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de betekende dagvaarding van 15 augustus 2024; - de conclusie van antwoord met eis in reconventie (tegenvordering);
- de e-mail van 22 augustus 2024 van de moeder met bijlage; - de mondelinge behandeling van 23 augustus 2024, waarbij de vader en zijn advocaat en de advocaat van de moeder aanwezig waren; - de aanhouding bedoeld voor de vader om de Pro Justitia rapportage te overleggen;
- de e-mail van 23 augustus 2024 van de vader met bijlage;
- de e-mail van 29 augustus 2024 van de vader met bijlage.
Feiten
2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. De rechtbank Rotterdam heeft op
[2022] de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
2.2.
Partijen hebben samen twee kinderen:
[minderjarige 1]
, geboren op [2019] in [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2]
, geboren op [2020] in [geboorteplaats] .
De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de moeder.
2.3.
Onderdeel van de echtscheidingsbeschikking is een ouderschapsplan. Daarin hebben partijen – voor zover hier van belang – afgesproken dat:
“Basisregeling
4.2
De ouders zijn de navolgende zorgregeling overeengekomen, ingaande maandag 3 januari 2022:
In de oneven weekends verblijven de kinderen bij de moeder en de even weekends bij de vader.
Week 1: bij moeder
Week 2: bij vader
Week 3: bij moeder
Week 4: bij vader
etc.
Dit betreft de volgende tijdstippen:
van zaterdagochtend 10.30 uur (moeder brengt naar vader)
tot zondagavond 17.30 uur (vader brengt naar moeder).
[…]
4.3.
Tevens spreken de ouders het volgende af:
Indien moeder en de kinderen in de toekomst verhuizen (na schriftelijke toestemming van de andere ouder), naar een nieuwe woning en deze binnen een straal van 45 kilometer rondom de verblijfplaats van vader (conform Basis Registratie Personen) valt, dan wordt de basisregeling automatisch uitgebreid met:
i. extra omgang met en bij de vader: in de oneven weken op woensdagmiddag uit school tot de volgende donderdagochtend naar school. Vader draagt hierbij zorg voor uit school halen en volgende dag naar school brengen.
ii. Indien één van de kinderen nog niet schoolgaand is, handelt (i) om het schoolgaande kind en blijft het niet-schoolgaande kind bij moeder.
[…]”
2.4.
De moeder is in oktober 2023 naar [plaats] verhuisd. De vader heeft verzocht om uitbreiding van de zorgregeling overeenkomstig het ouderschapsplan. De moeder heeft dit geweigerd.
2.5.
In de eerste helft van november 2023 heeft de moeder de zorgregeling stopgezet. Sindsdien heeft de vader de kinderen niet meer gezien. Op 27 november 2023 heeft zij aangifte tegen de vader gedaan.
2.6.
De vader is op 30 november 2023 aangehouden en hij heeft vervolgens langdurig in voorarrest heeft gezeten.
2.7.
Volgens de voorlopige tenlastelegging wordt de vader – voor zover hier relevant – verdacht van:
eenvoudige mishandeling van de moeder in het laatste half jaar van de relatie, meermalen gepleegd;
eenvoudige mishandeling van zijn kinderen omdat de eenvoudige mishandeling van de moeder in het bijzijn van de kinderen zou hebben plaatsgevonden;
dwang begaan tegen de moeder;
een eenmalige eenvoudige mishandeling van zijn huidige partner.
2.8.
De vader heeft de eenvoudige mishandelingen van de moeder deels bekend, in die zin dat hij haar een paar maal hardhandig zou hebben vastgepakt. Volgens de vader zijn de kinderen daar niet bij aanwezig geweest. De vader ontkent ook de dwang, en de eenvoudige mishandeling van zijn huidige vriendin.
2.9.
De vader is op 15 maart 2024 geschorst uit voorlopige hechtenis onder voorwaarde van onder meer een contactverbod met de moeder en medewerking aan een Pro Justitia rapportage (triple). Er is geen contactverbod met de kinderen opgelegd.
3De vorderingen over en weer
3.1.
De vader vordert - samengevat – een regeling te bepalen waarbij de kinderen om de week onder begeleiding van zijn partner of opa (vaderszijde) de vader kunnen zien op een neutrale plek door middel van een opbouwregeling die opbouwt naar een regeling zoals door partijen overeengekomen in het ouderschapsplan, waarbij de partner van de vader of opa (vaderszijde) de overdracht van de kinderen van en naar de moeder voor haar/zijn rekening neemt, op straffe van een dwangsom te betalen door de moeder voor iedere dag/dagdeel dat zij niet meewerkt.
3.2.
Daarnaast vordert de vader de moeder te veroordelen om hem tweewekelijks informatie over de kinderen te verstrekken per e-mail, voorzien van een recente foto, desnoods te verstrekken via de advocaat van de vader op straffe van een dwangsom.
3.3.
De moeder voert verweer. De moeder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vader, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de vader. In reconventie vordert zij vervangende toestemming voor de (voortzetting van de) behandeling(en) van beide kinderen bij [instelling] .
3.4.
De vader heeft bij e-mail van 29 augustus 2024 alsnog toestemming verleend voor de behandeling van beide kinderen bij [instelling] .
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vader gedeeltelijk toe, zoals hierna onder het kopje ‘De beslissing’ staat vermeld. De vordering van de moeder wordt afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
De vorderingen van de vader
Spoedeisend belang
4.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of de vader ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Dat is zo. Er is namelijk sinds november 2023 geen enkel contact tussen de vader en de kinderen geweest terwijl er daarvoor regelmatig contact was.
Zorgregeling
4.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling nog steeds leidend is, omdat die zorgregeling niet door de rechtbank of door partijen gezamenlijk bij latere overeenkomst is gewijzigd en er geen contactverbod tussen de vader en de kinderen is opgelegd. Wel is de feitelijke uitvoering van de zorgregeling tijdelijk niet mogelijk geweest omdat de vader in voorlopige hechtenis zat. Dat is nu niet meer het geval. In beginsel moet de moeder de zorgregeling dus weer nakomen. Zij vordert ook geen ontzegging van de omgang, wat wel op haar weg ligt als zij meent dat er geen omgang tussen de vader en de kinderen kan zijn.
4.4.
De vader vordert overigens geen onverkorte nakoming van de overeengekomen zorgregeling, maar een beperkte opbouwregeling onder begeleiding. Die vordering is op grond van het voorgaande toewijsbaar, tenzij hervatting van het contact tussen de vader en de kinderen in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit laatste niet het geval is. De voorzieningenrechter licht dit nader toe.
4.5.
In deze procedure is onvoldoende vast komen staan dat de vader de kinderen heeft mishandeld. Er worden de vader, ook na diepgravend onderzoek door justitie, geen feitelijke geweldshandelingen jegens de kinderen (meer) ten laste gelegd, maar hem wordt nog ‘slechts’ verweten dat de kinderen getuige zouden zijn geweest van huiselijk geweld jegens de moeder. Als dit al het geval zou zijn dan levert dit op zichzelf geen reden op de vader het contact met zijn kinderen te ontzeggen. De zorgregeling is immers overeengekomen nadat de vermeende strafbare feiten tegen de moeder zijn gepleegd en is geruime tijd uitgevoerd. Verder duiden de bewoordingen over gezamenlijk ouderschap die partijen in het ouderschapsplan gebruiken er niet op dat er ten tijde van de relatiebreuk redenen waren om geen gebruikelijke omgang met de vader toe te staan. De moeder heeft de zorgregeling, nadat de vader om uitbreiding conform het ouderschapsplan had verzocht, in november 2023 eigenmachtig stopgezet naar aanleiding van beweerdelijke signalen van de kinderen die zij (uiteindelijk) heeft geïnterpreteerd als het resultaat van kindermishandeling door de vader. De moeder stelt dat de kinderen vanaf het begin af aan regelmatig terugkwamen met eczeem en/of luieruitslag. Ook zag zij soms bulten op hun hoofdjes, schrammen en blauwe plekken waardoor zij eerst veronderstelde dat de vader niet goed op de kinderen lette en zij zichzelf hadden bezeerd. De moeder ging steeds vaker afwijkend gedrag bij de kinderen zien. Zij kwamen na een weekend bij de vader uitgeput terug en hadden veel honger en dorst, wat haar deed vermoeden dat de vader hen te weinig eten en drinken gaf. Vanaf juni 2023 verergerde de situatie, aldus (nog steeds) de moeder. De kinderen kregen nachtmerries, verloren hun zindelijkheid en werden angstig. In oktober 2023 kwamen de kinderen versuft thuis, waren zij slecht aanspreekbaar en gaven zij weinig response. [minderjarige 2 (voornaam)] had rode vlekken en verwondingen op zijn beide oogleden. De kinderen vertelden de moeder onder andere dat zij werden opgesloten in hun kamer. In november 2023 sprak [minderjarige 1 (voornaam)] volgens de moeder uit dat hij en [minderjarige 2 (voornaam)] door de vader werden geslagen.
4.6.
Veilig Thuis en het Centrum voor Jeugd en Gezin zijn betrokken (geweest) en beide kinderen zijn onderzocht door [instelling] . [instelling] constateert bij [minderjarige 1 (voornaam)] kwetsbaarheden op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling en in de prikkelverwerking. Verder zijn angst- en paniekklachten vastgesteld en is geconstateerd dat [minderjarige 1 (voornaam)] waakzaam is en veel behoefte heeft aan nabijheid van volwassenen. [minderjarige 1 (voornaam)] voldoet aan de criteria van PTSS aldus [instelling] , maar de klachten zouden ook deels kunnen passen bij ASS. Ook bij [minderjarige 2 (voornaam)] zijn angst- en paniekklachten vastgesteld en gedrag passend bij een jongere leeftijd, maar ook wordt geconstateerd dat [minderjarige 2 (voornaam)] een goede ontwikkeling heeft doorgemaakt, waardoor de klachten nog in verminderde mate aanwezig zijn. [instelling] legt een link tussen de klachten en de beweerdelijke signalen van kindermishandeling, maar dit is gebaseerd op het verhaal van de moeder. Wel lijkt duidelijk dat de klachten het gevolg zijn van voor de kinderen traumatische gebeurtenissen.
4.7.
De vader heeft steeds stellig ontkend dat hij de kinderen heeft mishandeld of niet goed voor hen heeft gezorgd. Hij wijst erop dat sprake is geweest van een tumultueus einde aan de relatie, een complexe scheiding, meerdere verhuizingen van de kinderen en hierdoor wisselingen van kinderdagverblijf, nieuwe partners in het leven van partijen, een abrupt einde aan het contact met de vader en een studioverhoor van [minderjarige 1 (voornaam)] . De voorzieningenrechter constateert daarnaast dat sprake is van een ernstig verstoorde verhouding tussen partijen en dat de moeder geen vertrouwen heeft in de opvoedvaardigheden van de vader. Deze factoren kunnen ongetwijfeld ook een nadelig effect hebben (gehad) op de ontwikkeling van de kinderen en de omgang onder druk zetten.
4.8.
Hoe dan ook, er lijkt wel sprake te zijn van serieuze klachten, waarvoor de kinderen behandeling nodig hebben. Op zichzelf betekent dat echter niet dat er geen mogelijkheid is voor contactherstel met hun vader. De kinderen en hun vader hebben immers recht op omgang met elkaar en hoe langer het contactherstel wordt uitgesteld hoe moeilijker dit wordt. Wel dient het contact voorzichtig opgebouwd te worden, omdat er al lang geen contact is geweest en moet het veilig moet zijn, waarbij de draagkracht van de kinderen leidend is. Ook moet rekening worden gehouden met de draagkracht van de moeder omdat zij op dit moment de hoofdverzorger- en opvoeder van de kinderen is. De moeder is in therapie in verband met haar beweerdelijke ervaringen met de vader.
4.9.
De voorzieningenrechter acht het daarom van belang dat het contactherstel tussen de vader en de kinderen onder professionele begeleiding plaatsvindt op een neutrale plaats. Een professional kan beter dan een welwillende partner of opa de interactie tussen de kinderen en de vader beoordelen, alsook de draagkracht van de kinderen. De voorzieningenrechter begrijpt dat de instanties enigszins terughoudend zijn om een contactherstel te faciliteren gezien het lopende strafproces en de uitzonderlijk stevige inzet van justitie, maar dit mag geen reden zijn de kinderen en hun vader nog langer hun recht op contact te onthouden. De vader heeft aangeboden een professional die de omgang kan begeleiden te regelen en indien nodig te betalen. De voorzieningenrechter denkt daarbij aan een organisatie die door professionals begeleide omgang aanbiedt dan wel een vrijgevestigde orthopedagoog of psycholoog (BIG-geregistreerd) die ervaring heeft met getraumatiseerde kinderen. De voorzieningenrechter verwacht van de moeder dat zij instemt met ieder redelijk voorstel van de vader dat aan deze voorwaarden voldoet.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
stelt een voorlopige zorgregeling vast die inhoudt dat de kinderen twee uur per twee weken onder begeleiding van een door de vader te regelen en indien nodig te betalen professioneel omgangsbegeleider (via een organisatie die dit aanbiedt dan wel een vrijgevestigd orthopedagoog of psycholoog (BIG-geregistreerd) met ervaring met getraumatiseerde kinderen) omgang hebben met de vader op een neutrale plek, in opbouw naar de regeling zoals door partijen is overeengekomen in het ouderschapsplan, waarbij de partner van de vader dan wel opa (vaderszijde) of een door de moeder aangewezen persoon de overdracht van de kinderen van en naar de moeder voor haar/zijn rekening neemt;
5.2.
veroordeelt de moeder om aan de vader een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij, na betekening van dit vonnis, niet aan de veroordeling onder 5.1. voldoet, tot een maximum van € 20.000,- is bereikt;
5.3.
veroordeelt de moeder om de vader tweewekelijks informatie over de kinderen te verstrekken per e-mail, voorzien van een recente foto, desgewenst via de advocaat van de vader;
5.4.
veroordeelt de moeder om aan de vader een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 5.3. voldoet, tot een maximum van € 20.000,- is bereikt, te voldoen vanaf het moment van betekening van dit vonnis aan de moeder;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2024 door mr. R.M. Maliepaard.