Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-06-20
ECLI:NL:RBMNE:2024:5242
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
959 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2434
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres tegen het besluit van verweerder van
27 maart 2023.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat het bericht van 30 januari 2023 volgens verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens verweerder is het bericht enkel van informatieve aard. Verweerder acht de verstrekte informatie niet gericht op rechtsgevolg en daarom is er volgens verweerder geen sprake van een voor bezwaar vatbaar besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
3. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe dient de vraag te worden beantwoord of de brief van 30 januari 2023 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.
4. Eiseres voert in beroep aan dat het UWV bindend vast stelt dat eiseres niet aan een deskundigenoordeel toekomt ‘omdat het dienstverband beëindigd is tijdens haar ziekteperiode’ en dat volgens het UWV voldoende en rechtmatige reden is om geen deskundigenoordeel af te geven. Eiseres geeft aan dat ze het er niet mee eens is, omdat dit oordeel/ afwijzingsgrond niet gegrond is op wet- of regelgeving en overigens onzorgvuldig is. Eiseres wilt dat het UWV alsnog een deskundigenoordeel afgeeft.
5. De rechtbank overweegt als volgt.
6. De rechtbank oordeelt dat de brief van 30 januari 2023 geen besluit is waar eiseres bezwaar tegen kon maken. Volgens de wet is er sprake van een ‘besluit’ als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat er door het besluit iets moet veranderen in iemands rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Dit staat in artikel 1:3 van de Awb.
7. Het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van een besluit waar eiseres bezwaar tegen kon maken is dus juist. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Wat eiseres heeft geschreven aan de rechtbank is geen reden om hier anders over te denken. Het besluit van verweerder is juist en het beroep is kennelijk ongegrond (artikel 8:54 Awb).
8. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.