Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-08-16
ECLI:NL:RBMNE:2024:5117
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,182 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4601
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
(gemachtigde: mr. P.M.L. van der Schot).
Inleiding
1. Op 3 januari 2024 heeft verzoeker de gemeente De Ronde Venen (de gemeente) aansprakelijk gesteld voor de schade die op 21 december 2023 door een storm aan zijn boot is ontstaan. De boot lag afgemeerd aan de voormalige [locatie] in [plaats] . Doordat het hek naar deze locatie door de gemeente met een slot was afgesloten, kon verzoeker niet op tijd zijn boot bereiken om deze voor de storm met extra lijnen vast te zetten. Verzoeker stelt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het recht van verzoeker op toegang tot zijn eigendom te schenden en niet tijdig te reageren op zijn meldingen en zijn verzoek het hek voor de storm open te maken.
1.1.
De gemeente heeft deze aansprakelijkstelling via een bericht van zijn verzekering op 13 juni 2024 afgewezen. Daarop heeft verzoeker de rechtbank verzocht de gemeente De Ronde Venen te veroordelen tot vergoeding van de door hem gelede schade. Het college heeft schriftelijk op het verzoek om schadevergoeding gereageerd.
Dictum
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding. Hieronder zal de rechtbank haar beslissing uitleggen.
Beoordeling
2. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
3. De bestuursrechter is alleen bevoegd om een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die is veroorzaakt door één van de in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb genoemde oorzaken. Deze oorzaken zijn:
a. een onrechtmatig besluit,
b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit,
c. het niet tijdig nemen van een besluit, of
d. een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan, waarbij een persoon als bedoeld in artikel 8:2, eerste lid, onder a, van de Awb zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden belanghebbende zijn.
4. De rechtbank concludeert dat géén van deze situaties zich in deze zaak voordoet.
5. Verzoeker is geen persoon als bedoeld onder d (een ambtenaar, militair ambtenaar of lid van een zelfstandig bestuursorgaan).
6. Ook wat onder a tot en met c is opgenomen is hier niet van toepassing. Onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De schade die verzoeker stelt te lijden vloeit niet voort uit een publiekrechtelijke rechtshandeling van het college, maar uit het feitelijk handelen van de gemeente als eigenaar van het perceel waar de boot van verzoeker lag afgemeerd. De vraag of dit handelen van de gemeente onrechtmatig is moet worden voorgelegd aan de civiele rechter. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
16 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4601
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
(gemachtigde: mr. P.M.L. van der Schot).
Inleiding
1. Op 3 januari 2024 heeft verzoeker de gemeente De Ronde Venen (de gemeente) aansprakelijk gesteld voor de schade die op 21 december 2023 door een storm aan zijn boot is ontstaan. De boot lag afgemeerd aan de voormalige [locatie] in [plaats] . Doordat het hek naar deze locatie door de gemeente met een slot was afgesloten, kon verzoeker niet op tijd zijn boot bereiken om deze voor de storm met extra lijnen vast te zetten. Verzoeker stelt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het recht van verzoeker op toegang tot zijn eigendom te schenden en niet tijdig te reageren op zijn meldingen en zijn verzoek het hek voor de storm open te maken.
1.1.
De gemeente heeft deze aansprakelijkstelling via een bericht van zijn verzekering op 13 juni 2024 afgewezen. Daarop heeft verzoeker de rechtbank verzocht de gemeente De Ronde Venen te veroordelen tot vergoeding van de door hem gelede schade. Het college heeft schriftelijk op het verzoek om schadevergoeding gereageerd.
Dictum
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding. Hieronder zal de rechtbank haar beslissing uitleggen.
Beoordeling
2. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
3. De bestuursrechter is alleen bevoegd om een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die is veroorzaakt door één van de in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb genoemde oorzaken. Deze oorzaken zijn:
a. een onrechtmatig besluit,
b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit,
c. het niet tijdig nemen van een besluit, of
d. een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan, waarbij een persoon als bedoeld in artikel 8:2, eerste lid, onder a, van de Awb zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden belanghebbende zijn.
4. De rechtbank concludeert dat géén van deze situaties zich in deze zaak voordoet.
5. Verzoeker is geen persoon als bedoeld onder d (een ambtenaar, militair ambtenaar of lid van een zelfstandig bestuursorgaan).
6. Ook wat onder a tot en met c is opgenomen is hier niet van toepassing. Onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De schade die verzoeker stelt te lijden vloeit niet voort uit een publiekrechtelijke rechtshandeling van het college, maar uit het feitelijk handelen van de gemeente als eigenaar van het perceel waar de boot van verzoeker lag afgemeerd. De vraag of dit handelen van de gemeente onrechtmatig is moet worden voorgelegd aan de civiele rechter. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
16 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.