Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-08-22
ECLI:NL:RBMNE:2024:5053
Bestuursrecht
Verschoning
1,199 tokens
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
VERSCHONINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 580070 / HA RK 24-154
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van:
mr. A.A.M. Elzakkers,
bestuursrechter,(verder te noemen: verzoekster).
Procesverloop
1.1.
De verschoningskamer heeft op 20 augustus 2024 het verzoek tot verschoning
ontvangen. Dit verzoek is ingediend in de zaak met zaaknummer AWB 22/4146 (hierna: de hoofdzaak). Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verschoningsverzoek
2.1.
Verzoekster heeft het volgende aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. Bij lezing van het dossier is verzoekster erachter gekomen dat er een aanvullend besluit (in bezwaar) op 20 maart 2024 is genomen door een vriendin van verzoekster, mr. [A] . Meer specifiek is het besluit genomen door het Openbaar Ministerie, oftewel de Minister van Justitie en Veiligheid, namens de Minister, het College van procureurs-generaal en namens het College, het Hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken: mr. [A] . Mr. [A] komt in het verdere procesdossier niet voor, maar op dit moment is niet te achterhalen of zij wel in de geheime ongelakte stukken voorkomt. Dit zijn namelijk meerdere stapels papieren stukken.
2.2.
Verzoekster vindt dat zij deze zaak onpartijdig en zonder vooringenomenheid kan behandelen, maar stelt dat zij zich kan voorstellen dat het wel de schijn van partijdigheid of vooringenomenheid kan opwekken. Aangezien zij dit wil voorkomen, zeker omdat het om een zeer gevoelig zaak gaat, heeft zij het verschoningsverzoek ingediend.
Beoordeling
Het toetsingskader
3.1.
Artikel 8:19 Awb bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 Awb. Artikel 8:15 Awb bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. In dat geval dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten namelijk vertrouwen kunnen hebben in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
Beoordeling
3.4.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat verzoekster de persoon kent die een besluit in de hoofdzaak namens verweerder heeft genomen. De rechter heeft daarin aanleiding gezien om zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen. De verschoningskamer is van oordeel dat er op grond van die omstandigheid sprake kan zijn van een uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid als bedoeld in overweging 3.3. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.
Dictum
De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling bestuursrecht en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is gegeven door mr. L.C. Michon, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. R.C. Stijnen, als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.