Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-08-14
ECLI:NL:RBMNE:2024:4970
Civiel recht
Kort geding
1,448 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11253667 \ UV EXPL 24-177 RJ/58605
Verkort vonnis in kort geding van 14 augustus 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P.S. Folsche,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 augustus 2024 met producties 1 tot en met 6;
- de akte met aanvullende productie 7 van [eiser] ;
- de e-mail van de heer [gemachtigde] (de vader van [gedaagde] ), met een machtiging om voor [gedaagde] op te treden in deze procedure.
1.2.
Op 13 augustus 2024 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Daarbij was [eiser] aanwezig, samen met zijn gemachtigde. [gedaagde] was niet aanwezig, maar zijn vader wel. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. De vader van [gedaagde] heeft een pleitnota voorgedragen en producties overgelegd. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
1.3.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat de (verkorte) uitspraak vandaag is.
1.4.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] opnieuw toegang te verschaffen tot het pand aan het [adres] in [plaats] , de daarin gelegen door [eiser] gehuurde kamer en de gemeenschappelijke ruimtes;
4.2.
verbiedt [gedaagde] om aan [eiser] opnieuw de toegang tot of de bewoning van het gehuurde onmogelijk te maken, of op andere wijze feitelijk tot ontruiming van [eiser] over te gaan, anders dan door de deurwaarder;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de veroordeling onder 4.2. voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt;
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 902,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11253667 \ UV EXPL 24-177 RJ/58605
Verkort vonnis in kort geding van 14 augustus 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P.S. Folsche,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 augustus 2024 met producties 1 tot en met 6;
- de akte met aanvullende productie 7 van [eiser] ;
- de e-mail van de heer [gemachtigde] (de vader van [gedaagde] ), met een machtiging om voor [gedaagde] op te treden in deze procedure.
1.2.
Op 13 augustus 2024 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Daarbij was [eiser] aanwezig, samen met zijn gemachtigde. [gedaagde] was niet aanwezig, maar zijn vader wel. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. De vader van [gedaagde] heeft een pleitnota voorgedragen en producties overgelegd. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
1.3.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat de (verkorte) uitspraak vandaag is.
1.4.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] opnieuw toegang te verschaffen tot het pand aan het [adres] in [plaats] , de daarin gelegen door [eiser] gehuurde kamer en de gemeenschappelijke ruimtes;
4.2.
verbiedt [gedaagde] om aan [eiser] opnieuw de toegang tot of de bewoning van het gehuurde onmogelijk te maken, of op andere wijze feitelijk tot ontruiming van [eiser] over te gaan, anders dan door de deurwaarder;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de veroordeling onder 4.2. voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt;
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 902,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.