Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-07-12
ECLI:NL:RBMNE:2024:4544
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
730 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/733
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. K. van Driel),
en
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend op 5 februari 2024 tegen het besluit op bezwaar van 31 januari 2024.
Verweerder heeft het besluit op bezwaar op 29 februari 2024 ingetrokken. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 187,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van de Awb).
Dictum
De rechtbank:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.