Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-07-17
ECLI:NL:RBMNE:2024:4316
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,876 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/144
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., statutair gevestigd in [vestigingsplaats] , verzoekster
(gemachtigde: drs. H.E. Wonnink),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: K.R. Groenewoud).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.
3. Verzoekster heeft op 3 december 2021 bij het Uwv een aanvraag ingediend voor een herbeoordeling arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Op 26 juni 2023 heeft zij het Uwv ingebreke gesteld, omdat nog geen uitvoering is gegeven aan haar aanvraag. Verzoekster is op 9 januari 2024 bij de rechtbank in beroep gegaan, omdat het Uwv nog steeds niet heeft beslist op haar aanvraag. Op 29 maart 2024 heeft het Uwv alsnog een beslissing genomen op de aanvraag herbeoordeling. Verzoekster heeft daarna haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
4. De rechtbank stelt vast dat het Uwv aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt het Uwv daarom in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 218,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,25). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over het niet tijdig nemen van een besluit op verzoeksters aanvraag.
6. Ook moet het Uwv het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor tot het Uwv wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 218,75 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/144
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., statutair gevestigd in [vestigingsplaats] , verzoekster
(gemachtigde: drs. H.E. Wonnink),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: K.R. Groenewoud).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.
3. Verzoekster heeft op 3 december 2021 bij het Uwv een aanvraag ingediend voor een herbeoordeling arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Op 26 juni 2023 heeft zij het Uwv ingebreke gesteld, omdat nog geen uitvoering is gegeven aan haar aanvraag. Verzoekster is op 9 januari 2024 bij de rechtbank in beroep gegaan, omdat het Uwv nog steeds niet heeft beslist op haar aanvraag. Op 29 maart 2024 heeft het Uwv alsnog een beslissing genomen op de aanvraag herbeoordeling. Verzoekster heeft daarna haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
4. De rechtbank stelt vast dat het Uwv aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt het Uwv daarom in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 218,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,25). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over het niet tijdig nemen van een besluit op verzoeksters aanvraag.
6. Ook moet het Uwv het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor tot het Uwv wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 218,75 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.