Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-07-16
ECLI:NL:RBMNE:2024:4262
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,353 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-111832-23 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren op [1987] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: [verdachte] .
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 juli 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie mr. S. Mirshahi en van hetgeen [verdachte] en zijn raadsman mr. V. Mes, advocaat in Hoorn, naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van hetgeen mr. T. Meevis, advocaat in Eindhoven, namens de benadeelde partij mevrouw [benadeelde] naar voren heeft gebracht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er in het kort op neer dat [verdachte] :
feit 1: primair: op 17 februari 2023 in Laren samen met anderen heeft geprobeerd om een ontploffing teweeg te brengen bij het pand van [onderneming] met gevaar voor goederen en personen;
subsidiair: op 17 februari 2023 in Laren samen met anderen een ontploffing aan het pand van [onderneming] met gevaar voor goederen en personen heeft voorbereid;
feit 2: op 17 februari 2023 in Laren samen met anderen [benadeelde] en medewerkers van [onderneming] heeft bedreigd.
3VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4VRIJSPRAAK
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman bepleit integrale vrijspraak van het ten laste gelegde. De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat [verdachte] dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet. Hij heeft een alternatieve verklaring gegeven die steun vindt in het dossier. Niet bewezen kan worden dat [verdachte] bewust is geweest van de aanwezigheid van het explosief, noch dat hij de feitelijke macht hierover kon uitoefenen. Subsidiair dient [verdachte] te worden vrijgesproken van het medeplegen wegens het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking. Meer subsidiair dient vrijspraak te volgen voor feit 1 primair vanwege het ontbreken van een begin van de uitvoering.
4.3
Beoordeling
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot of voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing (feit 1), noch aan bedreiging door het plaatsen van een explosief (feit 2). De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat in de ochtend van 17 februari 2023 in Laren twee pakketjes zijn aangetroffen op de grond voor de [onderneming] van mevrouw [benadeelde] . De pakketten zijn volledig in tape gewikkeld en uit elk pakket steekt een draad. De draden zijn aan het einde opgerold. Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) blijkt dat in de pakketten ‘flitspoeder’ zit, een krachtige explosieve stof. Op beschikbare camerabeelden is te zien dat een persoon rond 00:55 uur bij de etalage bukt. Met een rol tape plakt deze persoon iets op het etalageraam en loopt vervolgens weg met enkel de rol tape.
De pakketjes zijn onderzocht op DNA-sporen. De rechtbank concludeert op basis van de deskundigenrapporten dat DNA van medeverdachte [medeverdachte] op verschillende plekken op de pakketjes is aangetroffen en dat DNA van [verdachte] en de medeverdachte in de vorm van een mengprofiel is aangetroffen op de rugzijde van het middendeel van de tape.
Naar het oordeel van de rechtbank staat op basis van het dossier vast dat medeverdachte [medeverdachte] de persoon is geweest die de pakketjes met de tape op het etalageraam van [onderneming] heeft geplakt. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat ook verdachte (als medepleger) betrokken is geweest bij de plaatsing van het explosief.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] hem had gevraagd of hij hem naar zijn vriendin in [woonplaats] wilde brengen om een tas met kleren af te geven, en dat hij daarmee had ingestemd. Gelet ook op hetgeen verder nog in het dossier zit, staat vast dat verdachte medeverdachte [medeverdachte] met zijn auto naar [woonplaats] heeft gereden, hem daar ergens heeft afgezet, daar op hem is blijven wachten en hem vervolgens weer terug naar Utrecht heeft gebracht. Verdachte heeft verklaard dat ze die nacht in zijn werkauto reden en dat daar allerlei werkspullen in lagen, waaronder rollen tape. Verdachte vermoedt dat medeverdachte [medeverdachte] een rol tape uit zijn auto heeft gepakt en gebruikt bij het bevestigen van het explosief, waardoor er niet alleen DNA van medeverdachte [medeverdachte] , maar ook DNA van verdachte op de tape is aangetroffen. Hij verklaart zelf niets mee te hebben gekregen van een explosief en geen idee te hebben gehad van het plan van medeverdachte [medeverdachte] .
De rechtbank overweegt dat het door verdachte geschetste alternatieve scenario niet onaannemelijk is. De rol tape waarop DNA van verdachte is aangetroffen, is een verplaatsbaar object. Het aangetroffen DNA-mengprofiel op de tape brengt niet zonder meer wetenschap bij verdachte van het plan om het explosief te plaatsen met zich. Niet kan immers worden uitgesloten dat medeverdachte [medeverdachte] een rol tape uit zijn auto heeft gepakt, zonder dat verdachte wist wat medeverdachte [medeverdachte] daarmee zou gaan doen. Ook voor het overige bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten voor de wetenschap bij [verdachte] van het explosief. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat verdachte wist van en daarmee opzet had op het plaatsen van het explosief. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het tapgesprek van 22 juni 2023 waarin verdachte met een ander spreekt over de aanhouding van een jongen die zonder masker is gegaan en zegt “Allah heeft ons liefgehad dat wij niet zijn gegaan”, vragen oproept, maar dat daaruit nog niet volgt dat verdachte destijds wist dat medeverdachte [medeverdachte] een explosief ging plaatsen en dus ook niet dat hij nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte] bij het plegen van de tenlastegelegde strafbare feiten.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat verdachte van het onder feit 1 (primair en subsidiair) en feit 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken.
5BESLAG
5.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tape dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
5.3
Beoordeling
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK Plakbank (PL0900-2023042395-3190829), aan verdachte onder wie het in beslag is genomen.
6BENADEELDE PARTIJ
[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 15.034,39. Dit bedrag bestaat uit € 7.534,39 materiële schade en € 7.500 immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.
6.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, met daarbij de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt primair om de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de gevorderde vrijspraak. Subsidiair dient de materiële schade te worden afgewezen omdat het rechtstreekse verband ontbreekt. De immateriële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
6.3
Beoordeling
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte integraal wordt vrijgesproken.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen de kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder feit 1 primair, feit 1 subsidiair en feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Voorlopige hechtenis
- heft op het (reeds geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
1 STK Plakbank (PL0900-2023042395-3190829);
Benadeelde partij [benadeelde]
verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;
compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar/zijn eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Westerink, voorzitter, mr. S.M. Schothorst en mr. I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juli 2024.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat:
feit 1
primair:
hij op of omstreeks 17 februari 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen aan het pand van [onderneming] gelegen aan de [adres] , met dat opzet een explosief (met als inhoud onder meer flitspoeder) heeft geplakt tegen het raam van voornoemd pand terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoner(s)van de aangrenzende woningen en/of een of meer andere perso(o)n(en) te duchten is,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij op of omstreeks 17 februari 2023 te Laren, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, te weten het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederenen/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoner(s)van de aangrenzende woningen en/of een of meer andere perso(o)n(en) te duchten is, opzettelijk voorwerpen en/of stoffen te weten een explosief bestaande uit- twee pakketten met als inhoud flitspoeder en/of- een squib en/of- een elektradraadbestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ofvoorhanden heeft gehad;( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
feit 2
hij op of omstreeks 17 februari 2023 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,[benadeelde] en/of de medewerkers van [onderneming] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door een explosief (met als inhoud onder meer flitspoeder) te plakken tegen hetraam van het bedrijfspand [onderneming] (waar deze [benadeelde] eigenaresse van is);(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)