Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-06-18
ECLI:NL:RBMNE:2024:3746
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,904 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4673
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerder] B.V., verweerder (hierna: [verweerder] )
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).
Inleiding en procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog pkb).
Eiser heeft verstandelijke beperkingen. Hierdoor kan hij niet praten, zich niet oriënteren en kan hij moeilijk met begeleiding overweg. Eiser ging maandelijks op visite bij bij zijn zus in [plaats 1] . Omdat zij is verhuisd naar [plaats 2] en hij haar wil blijven bezoeken, heeft eiser een hoog pkb aangevraagd. Eiser kan niet zelfstandig met de trein reizen. Hij wil deze maandelijkse bezoekjes met de Valys-taxi blijven doen. De vervoersvoorziening die eiser nu heeft, is daarvoor niet toereikend.
[verweerder] heeft de aanvraag met het besluit van 3 augustus 2023 afgewezen. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij beslissing op bezwaar van
11 september 2023 (het bestreden besluit) heeft [verweerder] de afwijzing gehandhaafd. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft het beroep op 23 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van [verweerder] .
Beoordeling
5. Ter onderbouwing van de afwijzing van de aanvraag, voert [verweerder] aan dat uit de medische beoordeling blijkt dat eiser strikt medisch gezien in staat is om met begeleiding met de trein te reizen. Eiser voldoet daardoor niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een hoog pkb.
6. Eiser voert in beroep aan dat hij niet met een vreemde begeleider durft te reizen. Ook als er wel een geschikte begeleider zou zijn, dan is het heel onpraktisch voor die begeleider om naar [plaats 2] te moeten reizen. Het is veiliger en voordeliger om eiser een hoog pkb toe te kennen.
7. De rechtbank oordeelt dat [verweerder] de aanvraag mocht afwijzen en overweegt daartoe als volgt. De toekenningscriteria voor een indicatiestelling voor het hoog pkb voor de Valys-regeling zijn neergelegd in het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (het protocol). Dit protocol vormt voor [verweerder] het beoordelingskader bij de beoordeling van een aanvraag voor een hoog pkb. Een aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als hij: 1. beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, een scootmobiel of een OV-begeleiderskaart; en 2. gebruik moet maken van een rolstoel of een scootmobiel, waarvan het gewicht en/of de maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is, dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden; en/of3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen. De arts van [verweerder] heeft op basis van de medische gegevens die eiser heeft ingebracht, het dossier en de telefonische hoorzitting van 7 september 2023 geconcludeerd dat eiser strikt medisch gezien in staat is om onder begeleiding te reizen. Deze conclusie is door eiser niet betwist. Eiser voldoet daarmee niet aan de hiervoor opgesomde voorwaarden voor toekenning van een hoog pkb.
8. De aanvrager is volgens het protocol zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van begeleiding tijdens de reis. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, zijn deze criteria niet onredelijk. Daarbij is dan niet van belang of het reizen met een Valys-taxi voor eiser eenvoudiger is dan het reizen per trein. Evenmin is van belang dat het wellicht moeilijk is om voor eiser een geschikte reisbegeleider te vinden en dat een reis naar [plaats 2] voor die begeleider onpraktisch is. In deze omstandigheden heeft [verweerder] geen aanleiding hoeven zien om aan eiser toch een hoog pkb toe te kennen. De beroepsgronden treffen dus geen doel.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een vergoeding van zijn proceskosten is geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2024.
De griffier is verhinderd om deze
rechter
uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4673
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerder] B.V., verweerder (hierna: [verweerder] )
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).
Inleiding en procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog pkb).
Eiser heeft verstandelijke beperkingen. Hierdoor kan hij niet praten, zich niet oriënteren en kan hij moeilijk met begeleiding overweg. Eiser ging maandelijks op visite bij bij zijn zus in [plaats 1] . Omdat zij is verhuisd naar [plaats 2] en hij haar wil blijven bezoeken, heeft eiser een hoog pkb aangevraagd. Eiser kan niet zelfstandig met de trein reizen. Hij wil deze maandelijkse bezoekjes met de Valys-taxi blijven doen. De vervoersvoorziening die eiser nu heeft, is daarvoor niet toereikend.
[verweerder] heeft de aanvraag met het besluit van 3 augustus 2023 afgewezen. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij beslissing op bezwaar van
11 september 2023 (het bestreden besluit) heeft [verweerder] de afwijzing gehandhaafd. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft het beroep op 23 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van [verweerder] .
Beoordeling
5. Ter onderbouwing van de afwijzing van de aanvraag, voert [verweerder] aan dat uit de medische beoordeling blijkt dat eiser strikt medisch gezien in staat is om met begeleiding met de trein te reizen. Eiser voldoet daardoor niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een hoog pkb.
6. Eiser voert in beroep aan dat hij niet met een vreemde begeleider durft te reizen. Ook als er wel een geschikte begeleider zou zijn, dan is het heel onpraktisch voor die begeleider om naar [plaats 2] te moeten reizen. Het is veiliger en voordeliger om eiser een hoog pkb toe te kennen.
7. De rechtbank oordeelt dat [verweerder] de aanvraag mocht afwijzen en overweegt daartoe als volgt. De toekenningscriteria voor een indicatiestelling voor het hoog pkb voor de Valys-regeling zijn neergelegd in het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (het protocol). Dit protocol vormt voor [verweerder] het beoordelingskader bij de beoordeling van een aanvraag voor een hoog pkb. Een aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als hij: 1. beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, een scootmobiel of een OV-begeleiderskaart; en 2. gebruik moet maken van een rolstoel of een scootmobiel, waarvan het gewicht en/of de maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is, dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden; en/of3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen. De arts van [verweerder] heeft op basis van de medische gegevens die eiser heeft ingebracht, het dossier en de telefonische hoorzitting van 7 september 2023 geconcludeerd dat eiser strikt medisch gezien in staat is om onder begeleiding te reizen. Deze conclusie is door eiser niet betwist. Eiser voldoet daarmee niet aan de hiervoor opgesomde voorwaarden voor toekenning van een hoog pkb.
8. De aanvrager is volgens het protocol zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van begeleiding tijdens de reis. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, zijn deze criteria niet onredelijk. Daarbij is dan niet van belang of het reizen met een Valys-taxi voor eiser eenvoudiger is dan het reizen per trein. Evenmin is van belang dat het wellicht moeilijk is om voor eiser een geschikte reisbegeleider te vinden en dat een reis naar [plaats 2] voor die begeleider onpraktisch is. In deze omstandigheden heeft [verweerder] geen aanleiding hoeven zien om aan eiser toch een hoog pkb toe te kennen. De beroepsgronden treffen dus geen doel.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een vergoeding van zijn proceskosten is geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2024.
De griffier is verhinderd om deze
rechter
uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.