Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-03-18
ECLI:NL:RBMNE:2024:3725
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,354 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1857-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2024 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , opposante.
Procesverloop
Opposante heeft beroep ingediend tegen de beslissing op bezwaar van 9 februari 2023 van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
In de uitspraak van 13 oktober 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft na de uitspraak van 13 oktober 2023 een brief gestuurd die door de rechtbank is aangemerkt als verzetschrift tegen de uitspraak van 13 oktober 2023.
De zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2024. Opposante is niet verschenen.
Het Uwv is niet verschenen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 13 oktober 2023 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van 13 oktober 2023 in stand kan blijven. De rechtbank moet dus beoordelen of door de argumenten van opposante twijfel ontstaat over die eerdere uitkomst. Zo nee, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. Uit de brief die opposante na de uitspraak van 13 oktober 2023 heeft gestuurd en die is aangemerkt als verzetschrift is niet op te maken waarom opposante het niet eens is met de uitspraak van 13 oktober 2023. Daarom heeft de rechtbank opposante op de zitting van 26 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom ze het griffierecht niet heeft betaald. Hier heeft opposante geen gebruik van gemaakt. Opposante heeft geen (goede) reden gegeven waarom zij het griffierecht niet heeft betaald.
4. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 13 oktober 2023 in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024 .
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1857-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2024 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , opposante.
Procesverloop
Opposante heeft beroep ingediend tegen de beslissing op bezwaar van 9 februari 2023 van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
In de uitspraak van 13 oktober 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft na de uitspraak van 13 oktober 2023 een brief gestuurd die door de rechtbank is aangemerkt als verzetschrift tegen de uitspraak van 13 oktober 2023.
De zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2024. Opposante is niet verschenen.
Het Uwv is niet verschenen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 13 oktober 2023 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van 13 oktober 2023 in stand kan blijven. De rechtbank moet dus beoordelen of door de argumenten van opposante twijfel ontstaat over die eerdere uitkomst. Zo nee, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. Uit de brief die opposante na de uitspraak van 13 oktober 2023 heeft gestuurd en die is aangemerkt als verzetschrift is niet op te maken waarom opposante het niet eens is met de uitspraak van 13 oktober 2023. Daarom heeft de rechtbank opposante op de zitting van 26 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom ze het griffierecht niet heeft betaald. Hier heeft opposante geen gebruik van gemaakt. Opposante heeft geen (goede) reden gegeven waarom zij het griffierecht niet heeft betaald.
4. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 13 oktober 2023 in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024 .
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.