Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-06-06
ECLI:NL:RBMNE:2024:3641
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,171 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4962
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser], [woonplaats], eiser
en
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
(gemachtigde: P.M.S. Slagter).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
29 juni 2023, betreffende de aanvraag van eiser voor tegemoetkoming scholieren 2023.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Awb). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 29 juni 2023. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 10 augustus 2023 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 10 oktober 2023. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser geeft meerdere redenen waarom hij te laat was met het indienen van zijn beroepschrift. Ten eerste stelt eiser dat hij wilde wachten totdat een besluit was genomen op het bezwaar van een medestudent in een soortgelijke zaak. Ten tweede stelt eiser dat hij in het buitenland woont en dat dit het lastig maakt om zijn zaken te regelen. Zo ontvangt hij soms post vertraagd. Tot derde stelt eiser dat hij geen hulp van een rechtsbijstandverlener kon betalen.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen verschoonbare redenen aangedragen voor het overschrijden van de beroepstermijn. Het is de afweging van eiser geweest om te wachten met het indienen van een beroepschrift, totdat verweerder had beslist op een andere, vergelijkbare aanvraag. Door dit wachten is de beroepstermijn voor eiser verstreken. Dit komt voor zijn rekening en risico. Eiser had deze situatie kunnen ondervangen door tijdig een pro forma beroepschrift in te dienen. Als hij dat gedaan had, dan had hij de beroepstermijn kunnen sauveren. Nadien had hij de gronden van zijn beroep kunnen aanvullen. Verder is het de keuze van eiser geweest om een postadres in Nederland aan te houden. Het is dan ook terecht dat verweerder het bestreden besluit naar dat bekende adres heeft gestuurd. Dat eiser door zijn verblijf in het buitenland deze brief met vertraging onder ogen heeft gekregen en dat hij vervolgens vanuit het buitenland schriftelijk een beroepschrift heeft ingediend, zijn ook omstandigheden die voor zijn rekening en risico blijven. Van eiser mocht verwacht worden dat hij in de gegeven omstandigheden had gezorgd voor een adequate waarneming van de post die hij op zijn postadres in Nederland ontving. Daarbij heeft voor hem de mogelijkheid opengestaan om langs digitale weg te corresponderen met verweerder. Aan dit alles doet niet af dat eiser geen rechtsbijstandverlener kon bekostigen om hem van advies te voorzien.
6. Het beroep is mitsdien te laat ingediend en daarvoor zijn geen verschoonbare redenen. Om die reden verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet ontvankelijk.
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Henderson rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.