Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-22
ECLI:NL:RBMNE:2024:3439
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
612 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/080628-21 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 april 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. P. Jansen en van hetgeen betrokkene en mr. K.R. Koopman, advocaat te Zeist, naar voren hebben gebracht.
2VORDERING
2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 36.223,66. Daarbij is gevorderd de betalingsverplichting hoofdelijk op te leggen.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, nu integrale vrijspraak is bepleit in de strafzaak tegen betrokkene en betrokkene bovendien geen voordeel heeft genoten.
Beoordeling
Bij vonnis van heden is betrokkene vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten waarop de officier van justitie de vordering heeft gebaseerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.
4TOEGEPAST WETSARTIKEL
Dictum
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. A.A.T. Werner, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Buel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 april 2024.
Mr. Werner is buitens staat dit vonnis mede te ondertekenen.