Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-18
ECLI:NL:RBMNE:2024:3383
Strafrecht
Raadkamer
387 tokens
Dictum
(artikel 65 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [1992] te [geboorteplaats] (Zaïre),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] , [woonplaats] ,
nu gedetineerd in [verblijfplaats] .
Raadsman mr. R. van Viersen.
Procedure
Tegen de verdachte is op 05 april 2024 een bevel tot bewaring verleend.
De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd voor de duur van 30 dagen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het dossier aanwijzingen bevat voor de betrokkenheid van verdachte bij het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit, maar acht deze op dit moment onvoldoende sterk om te kunnen leiden tot het aannemen van ernstige bezwaren. Gelet hierop zal de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte opheffen.
Dictum
De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie af;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 18 april 2024 door:
mr. E.H.M. Druijf, voorzitter,
mr. A.J. Reitsma en mr. O. Böhmer, rechters,
in tegenwoordigheid van B. Schelling, griffier.