Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-05-30
ECLI:NL:RBMNE:2024:3376
Civiel recht
Kort geding
2,401 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/573688 / KL ZA 24-93
Vonnis in kort geding van 30 mei 2024
in de zaak van
[eisende partij]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. H. Ben Touhami,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde c.s.] ,
verschenen in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties (1-11) - de producties van [gedaagde c.s.] (1-9), - de mondelinge behandeling van 16 mei 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Beoordeling
Inleiding
2.1.
Partijen zijn buren van elkaar en leven al een groot aantal jaren (in ieder geval sinds 2015) in onmin met elkaar. Zo hebben partijen over en weer aangiftes tegen elkaar gedaan en heeft [gedaagde c.s.] in 2017 een kort geding procedure tegen [eisende partij] gevoerd. Ondanks diverse pogingen om de verhouding te verbeteren, waaronder een in 2021 plaatsgevonden actieve bemiddeling door de gemeente Eemnes, is de verhouding nog steeds slecht. De uitkomst van deze procedure is dat [gedaagde c.s.] zal worden verboden om filmbeelden (beeld en geluid) van [eisende partij] op sociale media kanalen te plaatsen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
De filmpjes
2.2.
[eisende partij] heeft als productie 6 vier pagina’s met screenshots overgelegd van het YouTube kanaal @ [YouTube kanaal] . Daarop staan een groot aantal stills van filmpjes met daaronder de naam van het filmpje en het aantal keer dat het filmpje bekeken is. Door middel van een muisklik kan een filmpje worden bekeken. [eisende partij] heeft ter zitting gemeld dat zij wil dat de films, waarvan de stills in productie 6 met geel zijn omlijnd, van alle sociale media kanalen worden verwijderd. Het gaat om de filmpjes: ‘ [titel] ’ (478 weergaven), ‘ [titel] ’ (3.7K weergaven), ‘ [titel] .’ (44 weergaven), ‘ [titel] …’ (6.5K weergaven), ‘ [titel] ’ (111 weergaven) en twee filmpjes waarbij de titel niet zichtbaar is (0.48 sec) of gedeeltelijk zichtbaar is: ‘ [titel] …..’ met een kotsende emoji). Aan de hand van de dagvaarding kan worden vastgesteld dat dit laatste filmpje voluit heet: ‘ [titel] ’. Als productie 6 is tevens een usb-stick overgelegd en daarop staan de filmpjes ‘ [titel] ’, [titel] met 3.7K weergaven, ‘ [titel] ' en ‘ [titel] ’. Ook dit laatste filmpje (in productie 6 niet met geel omlijnd) moet volgens [eisende partij] worden verwijderd.
2.3.
[eisende partij] stelt onder meer dat [gedaagde c.s.] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door plaatsing van bovengenoemde filmpjes. Het verweer van [gedaagde c.s.] dat hij slechts een zeer beperkt aantal filmpjes op de usb-stick heeft kunnen bekijken en daarom niet kan beoordelen of alle door [eisende partij] genoemde filmpjes onrechtmatig jegens hem zijn wordt gepasseerd. Vast staat namelijk dat [gedaagde sub 1] de maker is van alle filmpjes, hetgeen hij ter zitting ook heeft erkend. Om die reden moet hij op de hoogte zijn van de inhoud van de filmpjes en had hij zich tegen het door [eisende partij] gestelde onrechtmatige karakter van de filmpjes kunnen verweren. Dat heeft hij niet gedaan.
2.4.
[gedaagde c.s.] betoogt ter zitting ook dat hij de filmpjes niet op het YouTube kanaal @ [YouTube kanaal] heeft geplaatst en dat het kanaal niet van hem is. Dit verweer is niet geloofwaardig. [gedaagde c.s.] heeft voorafgaand aan de zitting tot twee keer toe in een email uitgebreid aan mr. Ben Touhami zijn kijk op het conflict met [eisende partij] gegeven. Nergens wordt gemeld dat [gedaagde c.s.] de filmpjes niet geplaatst heeft of dat het YouTube kanaal @ [YouTube kanaal] niet van [gedaagde c.s.] is. Als het YouTube kanaal daadwerkelijk niet van [gedaagde c.s.] was, is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aan te nemen dat [gedaagde sub 1] dit toen direct gemeld had. Het is ook opmerkelijk dat de meeste filmpjes zijn verwijderd nadat [gedaagde c.s.] de conceptdagvaarding ontvangen heeft en dat na het uitbrengen van de dagvaarding alle filmpjes zijn verwijderd.
2.5.
Door [gedaagde c.s.] is geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de door [eisende partij] gestelde onrechtmatigheid van de filmpjes, zodat in beginsel van de door [eisende partij] gestelde feiten en omstandigheden met betrekking tot de inhoud van de filmpjes kan worden uitgegaan. Daarentegen geldt ook dat het door [eisende partij] gestelde over de aantasting in haar persoon, ras, godsdienstovertuiging, eer en goede naam alleen kan worden aangenomen voor zover het duidelijk is dat de filmpjes daadwerkelijk op [eisende partij] betrekking hebben. Dit laatste geldt alleen voor:
a. de op de usb-stick overgelegde filmpjes:
- ‘ [titel] ’;
- ‘ [titel] ’;
- ‘ [titel] ’;
de filmpjes die met een geel omlijnde still zijn aangegeven:
- ‘ [titel] ’;
- ‘ [titel] …..(kots emoji).
2.6.
Voor de overige filmpjes geldt dat [eisende partij] niet (herkenbaar) op het filmpje voorkomt (o.a. het op de usb-stick voorkomende filmpje [titel] ) of dat de inhoud van de filmpjes voor de rechtbank onbekend zijn en geldt dat de titel van het filmpje ook geen aanleiding geeft tot een verbod (bijvoorbeeld het filmpje [titel] met 478 weergaven of een met geel omlijnde still zonder (zichtbare) titel).
2.7.
Hoewel ten tijde van de zitting van dit kort geding alle filmpjes inmiddels waren verwijderd en het YouTube kanaal @ [YouTube kanaal] niet meer bereikbaar was, bestaat er voldoende aanleiding [gedaagde c.s.] te veroordelen om geen filmpjes meer van [eisende partij] te plaatsen. Dit wordt mede ingegeven door het plots ter zitting ingenomen en niet geloofwaardig geachte standpunt dat [gedaagde c.s.] geen enkele betrokkenheid heeft bij het YouTube kanaal @ [YouTube kanaal] .
De camera’s
2.8.
De gevorderde staking en het gestaakt houden van elke vorm van cameratoezicht op de woning en/of erf van [eisende partij] is niet toewijsbaar. Op geen enkele wijze heeft [eisende partij] voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde c.s.] op dit moment camera’s heeft geplaatst die gericht zijn op de woning en/of het erf van [eisende partij] . Ter zitting heeft [eisende partij] ook erkend dat de door haar ter onderbouwing van haar standpunt overgelegde foto’s betrekking hebben op een oude situatie van jaren geleden en dat deze camera’s (volgens [gedaagde c.s.] ging het bovendien om dummy’s) toen ook zijn weggehaald.
Immateriële schadevergoeding
2.9.
Ten aanzien van een vordering tot betaling van een geldsom in kort geding is terughoudendheid op zijn plaats. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang waardoor een bodemprocedure niet kan worden afgewacht en de voorzieningenrechter moet rekening houden met de mogelijkheid dat de ontvanger van het geldbedrag dat bedrag niet terug kan betalen wanneer in een bodemprocedure vast komt te staan dat er geen recht bestaat op schadevergoeding.
2.10.
[eisende partij] heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die met zich brengen dat ten aanzien van deze vordering uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Gesteld noch gebleken is derhalve dat van haar niet kan worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht.
De gevorderde dwangsom
2.11.
De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en beperkt.
De proceskosten
2.12.
[gedaagde c.s.] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt [gedaagde c.s.] om filmbeelden (beeld en geluid) van [eisende partij] op sociale media kanalen te plaatsen.
3.2.
veroordeelt [gedaagde c.s.] om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat hij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
3.3.
veroordeelt [gedaagde c.s.] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.742,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde c.s.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2024.
4428