Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-05-17
ECLI:NL:RBMNE:2024:3275
Civiel recht
Kort geding
6,318 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/573876 / KG ZA 24-199
Vonnis in kort geding van 17 mei 2024
uitwerking verkort vonnis
in de zaak van
[eiseres]
,
procederend voor zichzelf en als lasthebber van de informele vereniging Bewonerscommissie [bewonerscommissie] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. D.I.J. Snijders te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
GEMEENTE HOUTEN,
te Houten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mr. M.E. van Velzen-de Boer en mr. M. Rus-van der Velde te Utrecht.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 mei 2024 met producties 1 tot en met 18
- de door de gemeente op 8 mei 2024 ingediende akte overleggen producties 1 tot en met 13
- de door [eiseres] op 10 mei 2024 ingediende akte overleggen producties 19 en 20.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 mei 2024. De griffier heeft aantekeningen gemaakt en de advocaat van [eiseres] alsook de advocaten van de gemeente hebben spreekaantekeningen overgelegd.
1.3.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 17 mei 2024 verkort vonnis uitgesproken (ook wel kop-staartvonnis). Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijk uitwerking en is vastgesteld op 28 mei 2024.
2Waar de zaak over gaat
2.1.
De burgemeester van de gemeente, de heer [burgermeester] (hierna: de burgemeester) heeft in de media uitlatingen gedaan over het plan ‘Houten Hub’, dat onder meer voorziet in tijdelijke woonruimte voor 175 asielzoekers/statushouders (dit plan hierna: Houten Hub). [eiseres] komt op tegen die uitlatingen, met name tegen de uitlating dat hij de kans 100% acht dat de Houten Hub in Houten-Oost zal komen. Volgens [eiseres] doorkruist de burgemeester met zijn uitlatingen het besluitvormingstraject, dat nog in volle gang is en ontmoedigt hij dat belanghebbenden van hun participatiemogelijkheden gebruikmaken. Zij vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter de gemeente gelast om:
I. te zorgen dat haar burgemeester niet meer betrokken is bij de verdere besluitvorming over het dossier Houten Hub en over de opvang van asielzoekers in Houten;
II. een onafhankelijke waarnemer aan te stellen die zal toezien op en rapporteren over die besluitvorming;
III. te zorgen dat de burgemeester in de toekomst geen uitspraken meer doet waarmee hij de schijn wekt zelfstandig te kunnen besluiten over Houten Hub en de opvang van asielzoekers in Houten, of zijn persoonlijke en door zijn ambtsgewicht sturende voorkeuren uitspreekt over dit plan en de 100% positieve kansuitkomst daarvan;
IV. op de website van de gemeente een rectificatie te plaatsen waarin wordt erkend dat de burgemeester de onder III bedoelde uitspraken nooit had mogen doen;
V. de locatiekeuze en het plan voor Houten Hub integraal te heroverwegen en om daarbij alle beschikbare locaties voor de vestiging van alsielzoekers/statushouders te onderzoeken, met de bijbehorende participatie van de inwoners van de gemeente,
met dwangsommen, rente, kosten en uitvoerbaar bij voorraadverklaring.
2.2.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitlatingen van de burgemeester geen onrechtmatige beïnvloeding van de besluitvorming over de Houten Hub opleveren en ook anderszins niet onrechtmatig zijn. De vorderingen worden dan ook afgewezen en [eiseres] moet een proceskostenvergoeding betalen aan de gemeente. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
Beoordeling
[eiseres] is ontvankelijk
3.1.
De voorzieningenrechter verwerpt het betoog van de gemeente dat [eiseres] niet ontvankelijk is in haar vorderingen omdat er verschillende met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgangen openstaan waarin zij de zorgvuldigheid van de besluitvorming kan aanvechten. [eiseres] heeft – terecht – aangevoerd dat feitelijke uitlatingen als deze geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, en dat er daarvoor dan ook geen bestuursrechtelijke rechtsgang is.
Spoedeisend belang
3.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval. Het raadsvoorstel over de Houten Hub zal worden besproken in de gemeenteraadsvergadering van 13 juni 2024 en vooruitlopend daarop zal op 23 mei 2024 een rondetafelgesprek met inwoners plaatsvinden. [eiseres] heeft voldoende onderbouwd dat het wenselijk is dat voor 23 mei 2024 een beslissing is genomen.
Kans op toewijzing in bodemprocedure niet voldoende
3.3.
Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Om welke uitlatingen van de burgemeester gaat het?
3.4.
Het meest recente raadsvoorstel voor de Houten Hub, van 9 april 2024, voorziet in tijdelijke huisvesting (voor een periode van 15 jaar) van 175 primair statushouders en mogelijk aangevuld met kansrijke asielzoekers, drie maatschappelijke organisaties (Voedselbank, KrachtFabriek en DoorGeefLuik) en 150 Houtense woningzoekenden, met voorrang voor onderwijzers, verplegend en verzorgend personeel en brandweervrijwilligers. Het voorstel is dat de Houten Hub wordt gerealiseerd in Houten-Oost, in een weiland in de buurt van de woningen van [eiseres] en de andere leden van de bewonerscommissie.
3.5.
[eiseres] betoogt dat de burgemeester zich te stellig over dit plan heeft uitgelaten. Concreet wijst zij in dit verband op de volgende drie uitlatingen (hierna: de uitlatingen):
- een artikel van [A] van [website] van 19 maart 2024 “Krijgt Houten dan toch een vluchtelingenopvang? Burgemeester acht kans ‘100%” waarin onder meer staat:
Kortom: komt die tijdelijke opvang er in Houten-Oost? Burgemeester [burgermeester] acht de kans ‘100%’. “Als het aan mij ligt, wel. Wij geloven hier echt in; ik ben ervan overtuigd dat we dit kunnen regelen. Zelfs als sommige mensen dat niet willen horen.”
En wat nu als de raad tóch tegen gaat stemmen, of er weer een tegen-petitie komt? Gaan de plannen dan ook weer de ijskast in? Daar wil [burgermeester] niet te veel over denken. “Op een of andere manier moeten we dit met zijn allen gaan doen. Op 1 november komt het Rijk echt checken of we het al hebben geregeld of niet, dus we zullen wel moeten.”
- een artikel van [B] van 20 maart 2024 “Burgemeester [burgermeester] vol vertrouwen dat ‘Houten-Hub’ er komt”, waarin onder meer staat:
[burgermeester] verwacht dat provincie akkoord zal gaan met de beoogde locatie HoutenOost. Daarbij komt ook nog eens dat de Spreidingswet inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen en dat er voor Houten een opgave ligt voor de opvang van in totaal 344 asielzoekers. De burgemeester is vol vertrouwen de klus te klaren: “Barmhartigheid past bij onze gemeente. Met medewerking van onze inwoners en een handreiking van de tegenstanders heb ik er het volste vertrouwen in.”
- de uitzending van [C] & [D] van 7 januari 2024 waarin onder meer is gezegd:
[D] : Die Houten Hub, die komt er?
[burgermeester] : Die komt er.
[D] : Ja. En welke termijn?
[burgermeester] : Ja dat is eh... dat is even de vraag hè. We moeten dat netjes en zorgvuldig doen want dat is erg belangrijk, ook voor het draagvlak. Maar de Houten Hub, de opvang van vluchtelingen, die gaat in Houten ook gewoon komen.
[D] : Waarvan akte, hartelijk dank.
3.6.
[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de burgemeester nog meer onrechtmatige uitlatingen heeft gedaan, maar dat dit de uitlatingen zijn waarvan hard bewijs voor handen is. Omdat onduidelijk is om welke andere uitlatingen het precies gaat en omdat bewijs ontbreekt zal de voorzieningenrechter zich beperken tot een oordeel over de drie onder 3.5 genoemde uitlatingen.
3.7.
[eiseres] betoogt in de kern dat de burgemeester met de uitlatingen zijn persoonlijke en door zijn ambtsgewicht sturende voorkeur voor het plan heeft uitgesproken en dat hij daarmee geen enkele ruimte heeft gelaten aan de gemeenteraad en aan de wethouder die over het asielbeleid gaat, [Werthouder] (hierna: [Werthouder] ), om anders te beslissen. De uitlatingen zijn in strijd met de staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke plichten van de burgemeester en met de maatschappelijke zorgvuldigheid en hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Zij zijn dan ook onrechtmatig. Daar komt bij dat de burgemeester met de uitlatingen ten onrechte heeft gepretendeerd bevoegd te zijn om zelfstandig over Houten Hub te beslissen, aldus nog steeds [eiseres] .
Onvoldoende aannemelijk dat de uitlatingen onrechtmatig zijn
3.8.
De voorzieningenrechter gaat niet mee in dit betoog. [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitlatingen in strijd zijn met de wet of met een andere geschreven norm. De enige regeling die [eiseres] in dit verband heeft genoemd is de Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Houten 2012 (hierna: de gedragscode), waarbij zij echter geen concrete regel noemt maar enkel verwijst naar de daarin genoemde kernbegrippen onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om uit te leggen waarom het met die kernbegrippen in strijd is als een burgemeester zijn stellige voorkeur voor een raadsvoorstel uitspreekt. Dat is voorshands niet aannemelijk gemaakt, te meer omdat in de gedragscode bij het begrip onafhankelijkheid staat dat de schijn moet worden vermeden dat vermenging optreedt met oneigenlijke belangen. Het begrip zorgvuldigheid vermeldt de toelichting dat burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat hun belangen op correct wijze worden afgewogen. De verwijten van [eiseres] gaan echter vooral over (de schijn van) vooringenomenheid. Daarover vermeldt de gedragscode echter niets.
3.9.
Ook anderszins leveren de uitlatingen geen onrechtmatige beïnvloeding van de besluitvorming over de Houten Hub op. Bij dit oordeel heeft de voorzieningenrechter het volgende meegewogen:
- [eiseres] heeft niet onderbouwd dat de besluitvorming over de Houten-Hub is beïnvloed door de uitlatingen. Er zijn bijvoorbeeld geen verklaringen van raadsleden overgelegd waaruit dat blijkt. De enkele stelling dat [Werthouder] een nieuwe en onervaren wethouder, is in dit verbande onvoldoende
- De uitlating zijn minder stellig dan [eiseres] doet voorkomen.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.973,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024 door mr. door mr. J.K.J. van den Boom.
JO/4972
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/573876 / KG ZA 24-199
Vonnis in kort geding van 17 mei 2024
uitwerking verkort vonnis
in de zaak van
[eiseres]
,
procederend voor zichzelf en als lasthebber van de informele vereniging Bewonerscommissie [bewonerscommissie] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. D.I.J. Snijders te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
GEMEENTE HOUTEN,
te Houten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mr. M.E. van Velzen-de Boer en mr. M. Rus-van der Velde te Utrecht.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 mei 2024 met producties 1 tot en met 18
- de door de gemeente op 8 mei 2024 ingediende akte overleggen producties 1 tot en met 13
- de door [eiseres] op 10 mei 2024 ingediende akte overleggen producties 19 en 20.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 mei 2024. De griffier heeft aantekeningen gemaakt en de advocaat van [eiseres] alsook de advocaten van de gemeente hebben spreekaantekeningen overgelegd.
1.3.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 17 mei 2024 verkort vonnis uitgesproken (ook wel kop-staartvonnis). Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijk uitwerking en is vastgesteld op 28 mei 2024.
2Waar de zaak over gaat
2.1.
De burgemeester van de gemeente, de heer [burgermeester] (hierna: de burgemeester) heeft in de media uitlatingen gedaan over het plan ‘Houten Hub’, dat onder meer voorziet in tijdelijke woonruimte voor 175 asielzoekers/statushouders (dit plan hierna: Houten Hub). [eiseres] komt op tegen die uitlatingen, met name tegen de uitlating dat hij de kans 100% acht dat de Houten Hub in Houten-Oost zal komen. Volgens [eiseres] doorkruist de burgemeester met zijn uitlatingen het besluitvormingstraject, dat nog in volle gang is en ontmoedigt hij dat belanghebbenden van hun participatiemogelijkheden gebruikmaken. Zij vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter de gemeente gelast om:
I. te zorgen dat haar burgemeester niet meer betrokken is bij de verdere besluitvorming over het dossier Houten Hub en over de opvang van asielzoekers in Houten;
II. een onafhankelijke waarnemer aan te stellen die zal toezien op en rapporteren over die besluitvorming;
III. te zorgen dat de burgemeester in de toekomst geen uitspraken meer doet waarmee hij de schijn wekt zelfstandig te kunnen besluiten over Houten Hub en de opvang van asielzoekers in Houten, of zijn persoonlijke en door zijn ambtsgewicht sturende voorkeuren uitspreekt over dit plan en de 100% positieve kansuitkomst daarvan;
IV. op de website van de gemeente een rectificatie te plaatsen waarin wordt erkend dat de burgemeester de onder III bedoelde uitspraken nooit had mogen doen;
V. de locatiekeuze en het plan voor Houten Hub integraal te heroverwegen en om daarbij alle beschikbare locaties voor de vestiging van alsielzoekers/statushouders te onderzoeken, met de bijbehorende participatie van de inwoners van de gemeente,
met dwangsommen, rente, kosten en uitvoerbaar bij voorraadverklaring.
2.2.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitlatingen van de burgemeester geen onrechtmatige beïnvloeding van de besluitvorming over de Houten Hub opleveren en ook anderszins niet onrechtmatig zijn. De vorderingen worden dan ook afgewezen en [eiseres] moet een proceskostenvergoeding betalen aan de gemeente. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
Beoordeling
[eiseres] is ontvankelijk
3.1.
De voorzieningenrechter verwerpt het betoog van de gemeente dat [eiseres] niet ontvankelijk is in haar vorderingen omdat er verschillende met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgangen openstaan waarin zij de zorgvuldigheid van de besluitvorming kan aanvechten. [eiseres] heeft – terecht – aangevoerd dat feitelijke uitlatingen als deze geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, en dat er daarvoor dan ook geen bestuursrechtelijke rechtsgang is.
Spoedeisend belang
3.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval. Het raadsvoorstel over de Houten Hub zal worden besproken in de gemeenteraadsvergadering van 13 juni 2024 en vooruitlopend daarop zal op 23 mei 2024 een rondetafelgesprek met inwoners plaatsvinden. [eiseres] heeft voldoende onderbouwd dat het wenselijk is dat voor 23 mei 2024 een beslissing is genomen.
Kans op toewijzing in bodemprocedure niet voldoende
3.3.
Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Om welke uitlatingen van de burgemeester gaat het?
3.4.
Het meest recente raadsvoorstel voor de Houten Hub, van 9 april 2024, voorziet in tijdelijke huisvesting (voor een periode van 15 jaar) van 175 primair statushouders en mogelijk aangevuld met kansrijke asielzoekers, drie maatschappelijke organisaties (Voedselbank, KrachtFabriek en DoorGeefLuik) en 150 Houtense woningzoekenden, met voorrang voor onderwijzers, verplegend en verzorgend personeel en brandweervrijwilligers. Het voorstel is dat de Houten Hub wordt gerealiseerd in Houten-Oost, in een weiland in de buurt van de woningen van [eiseres] en de andere leden van de bewonerscommissie.
3.5.
[eiseres] betoogt dat de burgemeester zich te stellig over dit plan heeft uitgelaten. Concreet wijst zij in dit verband op de volgende drie uitlatingen (hierna: de uitlatingen):
- een artikel van [A] van [website] van 19 maart 2024 “Krijgt Houten dan toch een vluchtelingenopvang? Burgemeester acht kans ‘100%” waarin onder meer staat:
Kortom: komt die tijdelijke opvang er in Houten-Oost? Burgemeester [burgermeester] acht de kans ‘100%’. “Als het aan mij ligt, wel. Wij geloven hier echt in; ik ben ervan overtuigd dat we dit kunnen regelen. Zelfs als sommige mensen dat niet willen horen.”
En wat nu als de raad tóch tegen gaat stemmen, of er weer een tegen-petitie komt? Gaan de plannen dan ook weer de ijskast in? Daar wil [burgermeester] niet te veel over denken. “Op een of andere manier moeten we dit met zijn allen gaan doen. Op 1 november komt het Rijk echt checken of we het al hebben geregeld of niet, dus we zullen wel moeten.”
- een artikel van [B] van 20 maart 2024 “Burgemeester [burgermeester] vol vertrouwen dat ‘Houten-Hub’ er komt”, waarin onder meer staat:
[burgermeester] verwacht dat provincie akkoord zal gaan met de beoogde locatie HoutenOost. Daarbij komt ook nog eens dat de Spreidingswet inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen en dat er voor Houten een opgave ligt voor de opvang van in totaal 344 asielzoekers. De burgemeester is vol vertrouwen de klus te klaren: “Barmhartigheid past bij onze gemeente. Met medewerking van onze inwoners en een handreiking van de tegenstanders heb ik er het volste vertrouwen in.”
- de uitzending van [C] & [D] van 7 januari 2024 waarin onder meer is gezegd:
[D] : Die Houten Hub, die komt er?
[burgermeester] : Die komt er.
[D] : Ja. En welke termijn?
[burgermeester] : Ja dat is eh... dat is even de vraag hè. We moeten dat netjes en zorgvuldig doen want dat is erg belangrijk, ook voor het draagvlak. Maar de Houten Hub, de opvang van vluchtelingen, die gaat in Houten ook gewoon komen.
[D] : Waarvan akte, hartelijk dank.
3.6.
[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de burgemeester nog meer onrechtmatige uitlatingen heeft gedaan, maar dat dit de uitlatingen zijn waarvan hard bewijs voor handen is. Omdat onduidelijk is om welke andere uitlatingen het precies gaat en omdat bewijs ontbreekt zal de voorzieningenrechter zich beperken tot een oordeel over de drie onder 3.5 genoemde uitlatingen.
3.7.
[eiseres] betoogt in de kern dat de burgemeester met de uitlatingen zijn persoonlijke en door zijn ambtsgewicht sturende voorkeur voor het plan heeft uitgesproken en dat hij daarmee geen enkele ruimte heeft gelaten aan de gemeenteraad en aan de wethouder die over het asielbeleid gaat, [Werthouder] (hierna: [Werthouder] ), om anders te beslissen. De uitlatingen zijn in strijd met de staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke plichten van de burgemeester en met de maatschappelijke zorgvuldigheid en hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Zij zijn dan ook onrechtmatig. Daar komt bij dat de burgemeester met de uitlatingen ten onrechte heeft gepretendeerd bevoegd te zijn om zelfstandig over Houten Hub te beslissen, aldus nog steeds [eiseres] .
Onvoldoende aannemelijk dat de uitlatingen onrechtmatig zijn
3.8.
De voorzieningenrechter gaat niet mee in dit betoog. [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitlatingen in strijd zijn met de wet of met een andere geschreven norm. De enige regeling die [eiseres] in dit verband heeft genoemd is de Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Houten 2012 (hierna: de gedragscode), waarbij zij echter geen concrete regel noemt maar enkel verwijst naar de daarin genoemde kernbegrippen onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om uit te leggen waarom het met die kernbegrippen in strijd is als een burgemeester zijn stellige voorkeur voor een raadsvoorstel uitspreekt. Dat is voorshands niet aannemelijk gemaakt, te meer omdat in de gedragscode bij het begrip onafhankelijkheid staat dat de schijn moet worden vermeden dat vermenging optreedt met oneigenlijke belangen. Het begrip zorgvuldigheid vermeldt de toelichting dat burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat hun belangen op correct wijze worden afgewogen. De verwijten van [eiseres] gaan echter vooral over (de schijn van) vooringenomenheid. Daarover vermeldt de gedragscode echter niets.
3.9.
Ook anderszins leveren de uitlatingen geen onrechtmatige beïnvloeding van de besluitvorming over de Houten Hub op. Bij dit oordeel heeft de voorzieningenrechter het volgende meegewogen:
- [eiseres] heeft niet onderbouwd dat de besluitvorming over de Houten-Hub is beïnvloed door de uitlatingen. Er zijn bijvoorbeeld geen verklaringen van raadsleden overgelegd waaruit dat blijkt. De enkele stelling dat [Werthouder] een nieuwe en onervaren wethouder, is in dit verbande onvoldoende
- De uitlating zijn minder stellig dan [eiseres] doet voorkomen.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.973,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024 door mr. door mr. J.K.J. van den Boom.
JO/4972