Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-05-27
ECLI:NL:RBMNE:2024:3197
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,628 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [1981] te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het vonnis van deze rechtbank van 1 februari 2019 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 13 mei 2019;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 8 april 2024, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar;
het verlengingsadvies van [instelling] van 22 februari 2024, opgemaakt door [A] (behandelcoördinator) en [B] (waarnemend psychiater), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met een jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 9 januari 2023 tot en met 1 november 2023.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 13 mei 2024 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. L.H. van der Veldt;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, de heer [A] .
3Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport.
Bij betrokkene is sprake van een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een licht verstandelijke beperking.
Betrokkene laat sinds zijn opname in de kliniek op 5 september 2019 een stabiel beeld zien. Psychotische symptomen worden al langere tijd niet meer waargenomen. Bij beëindiging van de tbs-maatregel wordt het recidiverisico op matig tot hoog geschat.
Aanvankelijk was betrokkene tot ongewenst vreemdeling verklaard. Sinds halverwege 2022 is het hoger beroep tegen de ongewenst verklaring van de IND gegrond verklaard. Daardoor kon onbegeleid verlof aangevraagd worden, waarvoor de machtiging op 29 september 2022 is verleend. Ondanks dat het verkrijgen van zijn verblijfsvergunning lang heeft geduurd, heeft betrokkene zich geduldig getoond en bleef hij stabiel functioneren. Op 20 april 2023 heeft hij eindelijk zijn verblijfsvergunning gekregen en kon hij daadwerkelijk met onbegeleid verlof. Deze verloven verlopen goed en zonder bijzonderheden. In december 2023 is betrokkene overgeplaatst naar de transmurale voorziening van de kliniek.
De verwachting is dat betrokkene in staat is om (begeleid) zelfstandig te wonen. Om het traject voortvarend te houden is de reclassering gevraagd om een rapport aangaande proefverlof op te stellen.
De inrichting heeft geadviseerd om de tbs-maatregel met een jaar te verlengen omdat het van belang is dat betrokkene op een zorgvuldige manier via proefverlof resocialiseert,
om terugval in delictgerelateerd gedrag te voorkomen.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht. In eerste instantie werd ingezet op begeleid zelfstandig wonen in [woonplaats] , maar omdat het verkrijgen van een eigen woning te lang zal duren, wordt nu toegewerkt naar een ‘omklapwoning’ in [woonplaats] , die eerst op naam van de kliniek zal komen te staan en later op naam van betrokkene. Hij kan daar zelfstandig wonen, maar wel is een ambulant team betrokken. De inrichting hoopt dat dit traject na de zomervakantie ingezet kan worden. Als de goede lijn wordt voortgezet, is de kans aanmerkelijk dat voor de volgende verlengingszitting op een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgekoerst.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar gehandhaafd. Aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 1 februari 2019 veroordeeld voor doodslag.
De rechtbank heeft daarin overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een licht verstandelijke beperking.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als matig tot hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over.
Verlenging
Gelet op het advies van de inrichting en de aan de inrichting verbonden deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat betrokkene een stabiel beeld laat zien en dat psychotische symptomen al langere tijd niet worden waargenomen. De onbegeleide verloven zijn goed verlopen en ook de plaatsing in een transmurale voorziening verloopt voorspoedig.
De komende periode zal betrokkene overgaan naar een woning waar hij zelfstandig kan wonen. Er zal dan ook ingezet worden op proefverlof.
De inrichting heeft geadviseerd om de tbs-maatregel met een jaar te verlengen en de officier van justitie en de raadsvrouw zijn het daarmee eens. Ook de rechtbank is van oordeel dat de tbs-maatregel met één jaar verlengd moet worden. Betrokkene is goed op weg. De komende tijd staat hem een grote verandering te wachten wanneer hij zelfstandig gaat wonen. Als daarna daadwerkelijk proefverlof wordt aangevraagd is het goed om over een jaar te toetsen hoe het zelfstandig wonen en het proefverlof zijn verlopen, en of het dan mogelijk is om over te gaan tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. H. den Haan en S.C. Hagedoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2024.
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [1981] te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het vonnis van deze rechtbank van 1 februari 2019 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 13 mei 2019;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 8 april 2024, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar;
het verlengingsadvies van [instelling] van 22 februari 2024, opgemaakt door [A] (behandelcoördinator) en [B] (waarnemend psychiater), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met een jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 9 januari 2023 tot en met 1 november 2023.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 13 mei 2024 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. L.H. van der Veldt;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, de heer [A] .
3Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport.
Bij betrokkene is sprake van een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een licht verstandelijke beperking.
Betrokkene laat sinds zijn opname in de kliniek op 5 september 2019 een stabiel beeld zien. Psychotische symptomen worden al langere tijd niet meer waargenomen. Bij beëindiging van de tbs-maatregel wordt het recidiverisico op matig tot hoog geschat.
Aanvankelijk was betrokkene tot ongewenst vreemdeling verklaard. Sinds halverwege 2022 is het hoger beroep tegen de ongewenst verklaring van de IND gegrond verklaard. Daardoor kon onbegeleid verlof aangevraagd worden, waarvoor de machtiging op 29 september 2022 is verleend. Ondanks dat het verkrijgen van zijn verblijfsvergunning lang heeft geduurd, heeft betrokkene zich geduldig getoond en bleef hij stabiel functioneren. Op 20 april 2023 heeft hij eindelijk zijn verblijfsvergunning gekregen en kon hij daadwerkelijk met onbegeleid verlof. Deze verloven verlopen goed en zonder bijzonderheden. In december 2023 is betrokkene overgeplaatst naar de transmurale voorziening van de kliniek.
De verwachting is dat betrokkene in staat is om (begeleid) zelfstandig te wonen. Om het traject voortvarend te houden is de reclassering gevraagd om een rapport aangaande proefverlof op te stellen.
De inrichting heeft geadviseerd om de tbs-maatregel met een jaar te verlengen omdat het van belang is dat betrokkene op een zorgvuldige manier via proefverlof resocialiseert,
om terugval in delictgerelateerd gedrag te voorkomen.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht. In eerste instantie werd ingezet op begeleid zelfstandig wonen in [woonplaats] , maar omdat het verkrijgen van een eigen woning te lang zal duren, wordt nu toegewerkt naar een ‘omklapwoning’ in [woonplaats] , die eerst op naam van de kliniek zal komen te staan en later op naam van betrokkene. Hij kan daar zelfstandig wonen, maar wel is een ambulant team betrokken. De inrichting hoopt dat dit traject na de zomervakantie ingezet kan worden. Als de goede lijn wordt voortgezet, is de kans aanmerkelijk dat voor de volgende verlengingszitting op een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgekoerst.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar gehandhaafd. Aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 1 februari 2019 veroordeeld voor doodslag.
De rechtbank heeft daarin overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een licht verstandelijke beperking.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als matig tot hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over.
Verlenging
Gelet op het advies van de inrichting en de aan de inrichting verbonden deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat betrokkene een stabiel beeld laat zien en dat psychotische symptomen al langere tijd niet worden waargenomen. De onbegeleide verloven zijn goed verlopen en ook de plaatsing in een transmurale voorziening verloopt voorspoedig.
De komende periode zal betrokkene overgaan naar een woning waar hij zelfstandig kan wonen. Er zal dan ook ingezet worden op proefverlof.
De inrichting heeft geadviseerd om de tbs-maatregel met een jaar te verlengen en de officier van justitie en de raadsvrouw zijn het daarmee eens. Ook de rechtbank is van oordeel dat de tbs-maatregel met één jaar verlengd moet worden. Betrokkene is goed op weg. De komende tijd staat hem een grote verandering te wachten wanneer hij zelfstandig gaat wonen. Als daarna daadwerkelijk proefverlof wordt aangevraagd is het goed om over een jaar te toetsen hoe het zelfstandig wonen en het proefverlof zijn verlopen, en of het dan mogelijk is om over te gaan tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. H. den Haan en S.C. Hagedoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2024.