Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-03-20
ECLI:NL:RBMNE:2024:3184
Civiel recht; Personen- en familierecht
Voorlopige voorziening
1,585 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/570090 / FL RK 24-117
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 20 maart 2024
in de zaak van:
[man]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.H.H. Nauta,
tegen
[vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A.S. Bissumbhar.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de man, binnengekomen op 7 februari 2024;
het verweerschrift van de vrouw (met bijlagen) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken), binnengekomen op 7 maart 2024.
1.2.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
8 maart 2024. Daarbij waren aanwezig:
de man met zijn advocaat;
de vrouw met haar advocaat en een tolk.
1.3.
De advocaat van de man heeft tijdens de zitting nogmaals zijn verzoekschrift overgelegd, maar ditmaal met de bijbehorende producties die ontbraken bij het eerder ingediende verzoekschrift.
2Waar deze procedure over gaat
2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd.
2.2.
De man wil scheiden. Hij vraagt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
2.3.
De man verzoekt de rechtbank om te beslissen dat alleen hij de woning mag gebruiken.
2.4.
De vrouw is het niet eens met het verzoek van de man. Zij verzoekt de rechtbank, bij zelfstandig verzoek, om:
te beslissen dat alleen zij de woning mag gebruiken;
te bepalen dat de man een bedrag van € 800,- per maand aan partneralimentatie aan de vrouw dient te betalen.
Beoordeling
De woning
3.1.
De rechtbank beslist dat alleen de man de woning mag gebruiken. Dat betekent dat de vrouw de woning moet verlaten en zonder toestemming van de man niet meer mag binnenkomen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
De man en de vrouw zijn in 2022 getrouwd in [plaats 1] (Amerika). De vrouw heeft in het begin van 2023 een paar maanden bij de man in Nederland verbleven, is vervolgens voor een aantal maanden naar [plaats 2] vertrokken, waarna zij sinds december 2023 weer in de woning van de man in Nederland verblijft. Niet lang na de terugkeer van de vrouw is de man erachter gekomen dat zij in verwachting is. De man stelt dat hij niet de vader van het kind kan zijn, aangezien de vrouw de afgelopen periode in [plaats 2] heeft verbleven. De vrouw geeft aan dat zij niet weet of de man de vader is. Onder meer de zwangerschap van de vrouw heeft ertoe geleid dat de man wil scheiden. Op dit moment verblijft de vrouw in de woning en slaapt de man in zijn auto.
3.3.
De rechtbank weegt de verschillende belangen van partijen bij het uitsluitend gebruik van de woning tegen elkaar af. Ondanks dat de vrouw heeft aangegeven dat zij in Nederland wil blijven en zij geen andere verblijfplaats heeft in Nederland, vindt de rechtbank het belang van de man zwaarder wegen. De woning is immers eigendom van de man. Daarnaast heeft de man de vrouw de afgelopen periode de ruimte gegeven om in de woning te verblijven, waardoor hij de omgangsregeling met zijn twee kinderen (uit een eerdere relatie) niet kon nakomen. De rechtbank vindt het belangrijk dat de man de omgangsregeling met zijn kinderen kan nakomen. Daarnaast hebben beide partijen geen andere verblijfplaats in Nederland, maar zou de vrouw eventueel terug kunnen gaan naar [plaats 2] . Haar retourticket naar [plaats 2] is reeds geboekt en nog geldig tot november 2024.
De partneralimentatie
3.4.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw met betrekking tot de partneralimentatie afwijzen. De vrouw heeft niet gesteld wat haar behoefte is. De vrouw heeft enkel een aantal salarisspecificaties overgelegd zonder een berekening. De verzochte bijdrage is niet onderbouwd en de rechtbank vindt dat dit, in het kader van de partneralimentatie, wel op de weg van de vrouw had gelegen.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
Dictum
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank
4.1.
bepaalt dat de man is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [woonplaats] , met bevel dat de vrouw die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
4.2.
wijst het verzoek van de vrouw voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. I.R.S. Salomé, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!