Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-05-08
ECLI:NL:RBMNE:2024:2924
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,030 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10848718 AE VERZ 23-74
Beschikking van 8 mei 2024
inzake
de stichting
[verzoekster]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [verzoekster] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. A.R. de Jonge,
tegen:
[verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [verweerder] ,
verwerende partij,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 19 december 2023, met producties;
de aanvullende producties van [verzoekster] van 15 en 17 april 2024;
het e-mailbericht van [verweerder] van 19 april 2024;
het e-mailbericht van [verzoekster] van 19 april 2024.
1.2.
Hierna is uitspraak bepaald.
Beoordeling
De relevante feiten
2.1.
Met ingang van 7 maart 2020 huurt [verzoekster] van [verweerder] een 230a-bedrijfsruimte aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Bij aangetekende brief die op 1 augustus 2023 door [verzoekster] is ontvangen heeft [verweerder] de huur opgezegd tegen 31 oktober 2023. [verweerder] heeft vervolgens bij brief, die op 31 oktober 2023 door [verzoekster] is ontvangen, de ontruiming aangezegd tegen die datum. In het verzoekschrift vraagt [verzoekster] primair om haar niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek omdat de opzegging door [verweerder] niet rechtsgeldig zou zijn gedaan en subsidiair om de ontruimingstermijn te verlengen voor een periode één jaar na de datum waartegen de huurovereenkomst is opgezegd.
2.2.
[verweerder] heeft in april 2024, nadat [verzoekster] het verzoekschrift had ingediend, per brief aan [verzoekster] laten weten dat hij de opzegging van de huurovereenkomst intrekt en de opzegging als niet geschreven en niet verzonden moet worden beschouwd. Op 19 april 2024 heeft [verweerder] aan de kantonrechter bevestigd dat hij de opzegging heeft ingetrokken en medegedeeld dat hij niet zal verschijnen op de mondelinge behandeling. [verzoekster] heeft de kantonrechter daarop verzocht de zaak buiten zitting af te doen en gevraagd om een beschikking. De geplande mondelinge behandeling is daarom niet door gegaan.
Belang verzoek is tijdens de procedure weggevallen
2.3.
Omdat de opzegging van de huurovereenkomst is ingetrokken, heeft [verzoekster] geen belang (meer) bij het verzoek, zodat dit zal worden afgewezen. Nu de huurovereenkomst daarmee in stand is gebleven, komt de kantonrechter niet toe aan het vaststellen van een ontruimingstijdstip, zoals bedoeld in artikel 7:230a lid 7 BW.
[verweerder] wordt veroordeeld in de proceskosten
2.4.
[verweerder] heeft de huuropzegging ingetrokken nadat het verzoekschrift bij de kantonrechter was ingediend. De kantonrechter ziet daarin aanleiding [verweerder] in de proceskosten te veroordelen.
2.5.
De kosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op:
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde € 80,00 (1 punt x tarief € 80,00)
- nakosten € 40,00
Totaal € 248,00
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst het verzoek af;
3.2.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten aan de zijde van [verzoekster] tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 248,00.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Charbon, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.