Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-10
ECLI:NL:RBMNE:2024:2085
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,671 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10623982 UA EXPL 23-1028 WMB/61313
Herstelvonnis van 10 april 2024
in de zaak van
CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd in Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: CZ,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1Het verzoek tot verbetering
1.1.
Per brief van 4 maart 2024 is namens CZ verzocht om verbetering van het op 28 februari 2024 uitgesproken vonnis, omdat hierin volgens CZ een kennelijke fout is gemaakt.
1.2.
De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.3.
[gedaagde] heeft daarvan geen gebruik van gemaakt.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter is van oordeel dat in het vonnis van 28 februari 2024 sprake is van een kennelijk fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. In het vonnis onder punt 2.5. wordt overwogen dat de proceskosten voor rekening van [gedaagde] moeten komen. Ten onrechte zijn daarbij niet de griffiekosten opgenomen in de begroting van de proceskosten aan de kant van CZ. De griffiekosten van CZ bedragen € 128,00 en moeten bij de (foutieve) begroting worden opgeteld. Onder punt 2.5. had daarom € 357,86 (in plaats van € 229,86) als totaalbedrag aan begrote proceskosten aan de kant van CZ moeten worden vermeld.
2.2.
De kennelijke fout onder punt 2.5. heeft tot gevolg dat in het dictum onder punt 3.2. ook een incorrect bedrag is vermeld. Ook daar moet € 357,86 worden vermeld (in plaats van € 229,86).
2.3.
De kantonrechter zal het verzoek tot herstel dan ook toewijzen zoals hierna vermeld onder de beslissing.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat in de beoordeling bij rechtsoverweging 2.5. van het op 28 februari 2024 uitgesproken vonnis tussen CZ en [gedaagde] , waar staat:
“De proceskosten van CZ worden als volgt begroot:
- kosten van de dagvaarding
€
129,86
- salaris gemachtigde
€
80,00
(2,00 punten × € 40,00)
- nakosten
€
20,00
Totaal
€
229,86
“
wordt gewijzigd in:
“De proceskosten van CZ worden als volgt begroot:
- griffierecht € 128,00
- kosten van de dagvaarding
€
129,86
- salaris gemachtigde
€
80,00
(2,00 punten × € 40,00)
- nakosten
€
20,00
Totaal
€
357,86
“
3.2.
bepaalt dat in de beslissing bij rechtsoverweging 3.2. van het op 28 februari 2024 uitgesproken vonnis tussen CZ en [gedaagde] , waar staat:
“3.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 229,86, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
wordt gewijzigd in:
“3.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 357,86, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum 10 april 2024 wordt vermeld op het vonnis van 28 februari 2024,
3.4.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 28 februari 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de kantonrechter te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 april 2024.