Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-02-23
ECLI:NL:RBMNE:2024:1398
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
882 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/6235
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Wijdemeren, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 14 november 2023.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In de uitspraak op bezwaar van 14 november 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend.
3. In een zaak die valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), zoals deze zaak, moet een bezwaarschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 22j van de Awr). In artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 28 februari 2023. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 11 april 2023 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 28 maart 2023. Dat is op tijd.
4. Verweerder heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft geen andere reden genoemd waarom het bezwaar toch niet-ontvankelijk zou zijn. Verweerder had het bezwaar dus niet slechts ambtshalve inhoudelijk moeten behandelen. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar van verweerder van 14 november 2023. De rechtbank draagt verweerder op binnen zes wekenna de datum van verzending van deze uitspraak een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen en inhoudelijk te beslissen op de bezwaren van eiser.
5. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb). Dit betekent niet meteen dat eiser inhoudelijk ook gelijk krijgt. Verweerder moet daarover nu gaan beslissen.
6. Er zijn door eiser geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.
7. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser betalen.
Dictum
De rechtbank ;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van verweerder;
- draagt verweerder op om binnen zes weken na de dag van verzending te beslissen op de bezwaren van eiser;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.