Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-05
ECLI:NL:RBMNE:2023:7775
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,500 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/554129 / FO RK 23-338 (ontkenning vaderschap)
Beschikking van 5 december 2023
in de zaak van:
[de man]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. C. Simmelink,
en
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats 2] , [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder,
hierna samen te noemen: verzoekers,
advocaat mr. C. Simmelink,
de rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende]
,
wonende in [woonplaats 2] , [gemeente] ,
hierna te noemen: de heer [belanghebbende] ,
mr. C.C. Sneper,
kantoorhoudende in Baarn,
als bijzondere curator over het kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] .
Procesverloop
1.1.
Verzoekers hebben op 14 maart 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
1.2.
In de beschikking van 3 april 2023 heeft de rechtbank mr. C.C. Sneper benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor zijn belang.
1.3.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
het advies van de bijzondere curator van 16 mei 2023;
het F-formulier van verzoekers van 26 mei 2023.
1.4.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 7 november 2023. Daarbij waren aanwezig:
de moeder en de man;
mr. Zaunbrecher-Boschloo als waarnemer van mr. C. Simmelink;
de heer [belanghebbende] ;
de bijzondere curator.
1.5.
Na de zitting heeft de rechtbank nog het F-formulier van verzoekers ontvangen van 15 november 2023 met daarbij aanvullende verzoeken en bijlagen.
2De belangrijke feiten
2.1.
De moeder en de man zijn met elkaar gehuwd op [trouwdatum] 2007 in [plaats 1] , Rusland. Op 15 juni 2022 hebben verzoekers gezamenlijk een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de Consulaire afdeling Russische Ambassade in Nederland. Vervolgens is het huwelijk tussen partijen ontbonden op [echtscheidingsdatum] 2022 door inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. De echtscheiding is ook ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
2.2.
De moeder is daarna bevallen van een zoon:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] .
2.3.
Op de geboorteakte van [minderjarige] staat de man vermeld als vader.
2.4.
De moeder en de man hadden op het moment van de geboorte van [minderjarige] beiden de Russische nationaliteit. De heer [belanghebbende] heeft de Nederlandse nationaliteit.
3De verzoeken
3.1.
De moeder en de man verzoeken de rechtbank om de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren. Dat wil zeggen dat de man, in juridische zin, niet meer als de vader van [minderjarige] wordt aangemerkt.
3.2.
De bijzondere curator is het eens met het verzoek om de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren.
3.3.
De heer [belanghebbende] is het ook eens met dit verzoek. Hij stelt dat hij de biologische vader is van [minderjarige] en dat hij ook graag zijn juridische ouder wil worden.
3.4.
De moeder en de man hebben na de zitting nog aanvullende verzoeken ingediend die zien op verbetering van de geboorteakte van [minderjarige] en de erkenning van [minderjarige] door de heer [belanghebbende] . De rechtbank zal deze verzoeken hierna bespreken onder het kopje ‘overige verzoeken’.
Beoordeling
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
4.1.
De man en de moeder hebben niet de Nederlandse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
4.2.
De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de moeder en de man in Nederland wonen.
4.3.
Op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap is Russisch recht van toepassing, omdat de moeder en de man ten tijde van de ontbinding van het huwelijk beiden de Russische nationaliteit hadden.
Het ontstaan van de familierechtelijke betrekking
4.4.
Uit de landeninformatie van VIND Burgerzaken blijkt dat op grond van artikel 48 lid 2 van de Russische Familiewet als vader wordt aangemerkt de echtgenoot van de moeder van het kind dat geboren is binnen 300 dagen na de huwelijksontbinding. In deze zaak is [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2022 en is het huwelijk tussen partijen ontbonden op [echtscheidingsdatum] 2022. De rechtbank stelt dan ook vast dat de man op grond van het Russische recht de juridische vader is van [minderjarige] .
Ontkenning vaderschap
4.5.
Op grond van artikel 51 lid 1 en 2 van de Russische Familiewet kan het vaderschap van de man worden ontkend in een gerechtelijke procedure, op verzoek van de man en de moeder. Tussen partijen staat vast dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige] , maar de heer [belanghebbende] . De moeder en de man hebben hierover duidelijke verklaringen afgelegd tijdens de zitting en bij de bijzondere curator. De bijzondere curator heeft verklaard dat zij geen reden heeft om hieraan te twijfelen. De moeder en de heer [belanghebbende] hebben elkaar in Nederland leren kennen, waarna de moeder zwanger is geraakt. De moeder en de heer [belanghebbende] zijn ervan overtuigd dat hij de verwekker is van [minderjarige] en [minderjarige] ziet hem ook als zijn vader. De heer [belanghebbende] wil ook de juridische vader worden van [minderjarige] . De rechtbank vindt dat de moeder en de man voldoende hebben aangevoerd. Voor de ontkenning van het vaderschap van de man is daarom geen DNA-onderzoek nodig. De rechtbank zal dan ook de ontkenning van het vaderschap van de man over [minderjarige] toewijzen.
Overige verzoeken
4.6.
De rechtbank zal de overige verzoeken van de moeder en de man afwijzen. Voor zover deze verzoeken zien het verbeteren van de geboorteakte van [minderjarige] ten aanzien van de vadergegevens, de geslachtsnaam en de voornamen, overweegt de rechtbank dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht bij de verwerking van deze beschikking zal bepalen welk namenrecht van toepassing is en de geboorteakte van [minderjarige] vervolgens zo mogelijk zelf zal verbeteren. Een beslissing van de rechtbank op deze punten is op dit moment dan ook niet nodig. Voor zover de verzoeken zien op de erkenning van [minderjarige] door de heer [belanghebbende] , overweegt de rechtbank dat partijen de erkenning zelf kunnen regelen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Omdat partijen het eens zijn over de erkenning is het ook niet nodig dat de rechtbank hiervoor vervangende toestemming verleend (voor zover dat al zou zijn verzocht).
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond van:
[de man]
, geboren op [geboortedatum 2] 1986 in [geboorteplaats 2] , Rusland,
ten aanzien van het kind:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ;
5.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
Artikel 10:93 jo. 10:92 van het Burgerlijk Wetboek (BW)