Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2023-11-28
ECLI:NL:RBMNE:2023:7773
Civiel recht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummers: C/16/561833 / FO RK 23-1040 (voogdij) C/16/564433 FO RK 23-1265 (meerderjarigverklaring) Beschikking van 28 november 2023 in de zaak van: De Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, locatie Utrecht, hierna te noemen: de Raad, tegen [moeder] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. D. Schröder, betreffende het kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , met als belanghebbenden [opa] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de opa, [oma] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de oma, Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd in Utrecht, gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, en in de zaak van: [moeder] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. D. Schröder, met als belanghebbenden [opa] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de opa, [oma] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de oma, De Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, locatie Utrecht, hierna te noemen: de Raad. 1.1. De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, binnengekomen op 22 augustus 2023; de brief van de gemeente Utrecht van 8 september 2023 (kennisgeving artikel 1:301 lid 2 BW); het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, binnengekomen op 19 oktober 2023. 1.2. De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 25 oktober 2023. Hierbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de heer [A] namens de Raad; mevrouw [B] , de heer [C] en mevrouw [D] namens de GI. 1.3. De opa en de oma zijn niet naar de zitting gekomen. Aan de mentor van de moeder mevrouw [E] is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend. 1.4. De rechtbank heeft na de zitting nog de volgende stukken ontvangen: de bereidverklaring van de GI van 31 oktober 2023; de originele geboorteakte van [minderjarige] , binnengekomen op 20 november 2023. 2.1. De moeder is geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] . Zij is nog minderjarig. 2.2. De heer [opa] (opa) en mevrouw [oma] (oma) hebben gezamenlijk het gezag over de moeder. 2.3. De moeder heeft onder toezicht gestaan van de GI van 6 juni 2017 tot 6 december 2022. De kinderrechter heeft op 2 december 2020 ook een machtiging tot uithuisplaatsing verleend van de moeder in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De machtiging is daarna verlengd tot 6 december 2022. 2.4. Uit de moeder is op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] geboren: [minderjarige] , hierna te noemen [minderjarige] . 2.5. De vader van [minderjarige] is onbekend. [minderjarige] is niet erkend. 3. Verzoeken en verweer 3.1. De Raad verzoekt de rechtbank om de GI te belasten met de voogdij over [minderjarige] . 3.2. De moeder is het niet eens met het verzoek van de Raad. Zij verzoekt de rechtbank om haar meerderjarig te verklaren. 3.3. De GI is bereid om de voogdij te aanvaarden, maar heeft een neutraal standpunt ten aanzien van de verzoeken. 3.4. De opa en de oma hebben geen verweer gevoerd tegen de verzoeken. De conclusie 4.1. De rechtbank zal het verzoek van de Raad toewijzen en de GI benoemen als voogd over [minderjarige] . Dat betekent dat het verzoek van de moeder om haar meerderjarig te verklaren wordt afgewezen. De rechtbank zal de beslissing hierna toelichten. Wettelijk kader 4.2. Zoals vermeld, is de moeder minderjarig. Dit heeft tot gevolg dat zij onbevoegd is om het gezag over haar kind uit te oefenen. Dit betekent dat de moeder geen beslissingen mag nemen over [minderjarige] . In dit soort gevallen kan de rechtbank een voogd over het kind benoemen. 4.3. De rechtbank kan ook een minderjarige vrouw van zestien of zeventien jaar meerderjarig verklaren als de vrouw haar kind wil verzorgen en opvoeden als degene die het gezag heeft. Dit verzoek wordt alleen toegewezen als de rechtbank dit in het belang van de moeder en haar kind wenselijk vindt. Toelichting 4.4. Allereerst vindt de rechtbank het heel knap dat de moeder zich de afgelopen periode in het moeder-kind huis positief heeft ontwikkeld. Gezien wordt dat de moeder erg zelfstandig is en haar zaken zelf regelt. Ook is zij in staat om [minderjarige] te verzorgen en is zij bezig om financieel stabiel te worden. De rechtbank vindt dit een compliment waard. Tegelijkertijd deelt de rechtbank de zorg van de Raad dat deze ontwikkeling nog erg pril is. De moeder heeft in haar leven een aantal grote life events meegemaakt. Haar ouders zijn gescheiden en hebben veel strijd gehad. Op dit moment is de relatie met de oma relatief goed, maar er is sprake van een patroon waarbij de relatie met perioden onder druk staat. Daarnaast is de moeder uit huis geplaatst omdat het thuis niet meer ging. Een zorg is verder dat de moeder nog erg jong is en veel begeleiding en ondersteuning nodig heeft in het dagelijks leven. Hoewel zij de zaken wel kan overzien, kan zij nog niet de verantwoordelijkheid aan om beslissingen te nemen in het belang van [minderjarige] . Daar komt bij dat de grootouders onderling nog veel strijd hebben. De rechtbank vindt het daarom, anders dan de moeder stelt, niet in het belang van [minderjarige] om de voogdij bij één van hen neer te leggen. 4.5. [minderjarige] is nog een baby en daardoor erg kwetsbaar. De rechtbank vindt het daarom op dit moment in het belang van [minderjarige] dat de voogdij bij de GI wordt neergelegd, zodat de GI als neutrale derde goede beslissingen over haar kan nemen en weg kan blijven uit de strijd tussen de grootouders. Ook kan de GI de ontwikkeling van [minderjarige] goed in de gaten houden. De rechtbank ziet geen reden om het verzoek voor korte tijd aan te houden. Gelet op de zorgen die er spelen verwacht de rechtbank niet dat de situatie op korte termijn zodanig is veranderd dat het in het belang is van [minderjarige] dat er een wijziging komt in het gezag dan wel de voogdij. Daarbij merkt de rechtbank wel op dat als de moeder zich nog verder heeft ontwikkeld en de situatie positief is veranderd, zij op een later moment nogmaals aan de rechtbank kan vragen om haar meerderjarig te verklaren. Op dit moment is dit echter nog te vroeg. De rechtbank: 5.1. belast de stichting Samen Veilig Midden-Nederland met de voogdij over: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ; 5.2. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.3. wijst de verzoeken voor het overige af. Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. AFSCHRIFT Voor eensluidend afschrift. De griffier van de rechtbank. 28 november 2023 Artikel 1:246 Burgerlijk Wetboek (BW) Artikel 1:253q lid 2 BW Artikel 1:253ha BW